Jeugdsparen begint met PIN-pas voor de kleuter

Goed met geld leren omgaan is belangrijk, omdat nu eenmaal veel waarden in onze samenleving in geld worden uitgedrukt. De banken willen de ouders wel een handje helpen om het jonge grut op het rechte pad te houden van sparen, rente incasseren, verantwoord geld opnemen, de eigen administratie op orde houden en leren omgaan met de PIN-pas. Op langere termijn hebben de banken daar profijt van - kleine klanten worden groter.

De tijd van de geheimzinnige spaarpot, die zwaarder werd naarmate opa en oma vaker op bezoek kwamen, is allang voorbij. De Postbank introduceert volgende week voor kinderen vanaf vijf jaar een spaarcomputer met PIN-pas, de Penniemaat, die de jeugdige potentiële klanten vertrouwd moet maken met een scala van bankhandelingen. Testen in de thuissituatie hebben uitgewezen dat kinderen vanaf vijf jaar al met een eigen PIN-pas kunnen leren omgaan.

Drs. N.C. Jue, hoofd sparen marketing van de Postbank, geeft een paar cijfers over het sparen voor en door jongeren, een markt die niet te versmaden valt. “Van de nul-jarigen heeft 70 procent een spaarrekening - dat komt voort uit een al zeer lang bestaande traditie. Wij hebben bij de Postbank meer dan een miljoen jeugdrekeningen, en per rekening staat daar gemiddeld toch een bedrag van enkele honderden guldens op.”

Nadat de bekende Zilvervloot met ingang van 1 januari 1992 was afgeschaft - uit bezuinigingsoverwegingen en omdat deze vorm van jeugdsparen niet meer in de tijd zou passen - is het sparen door de jeugd bepaald niet verminderd. Het rijk had in het kader van de Zilvervloot vanaf 1958 een extra premie uitgekeerd van tien procent over het gespaarde bedrag en over de rente. Daarmee was in 1991 op jaarbasis nog zo'n 50 miljoen gulden gemoeid voor in totaal circa 150.000 spaarders. Ook na de ondergang van de Zilvervloot bleven de klanten er nog om vragen, vertelt Jue.

Macro-economisch gezien zijn de Nederlanders een spaarzaam volkje. Er zijn 10,5 miljoen spaarders in dit land, en hun spaargeld is gestald op 24 miljoen spaarrekeningen. Het gemiddelde spaarbedrag bedraagt 20.000 gulden en het gemiddelde spaarsaldo is 9.000 gulden.

Dat sparen begint vroeg. Mevrouw M. Brijs, adjunct-directeur Particulieren bij ABN Amro, windt er geen doekjes om: “De jongeren zijn voor ons een essentiële doelgroep. Alle banken willen jongeren, en studenten.” De Postbank doet hetzelfde en werkt met een life time concept, en investeert ook in de jongste jeugd. Rond de geboorte krijgen gelukkige ouders al verrassingspakketten aangeboden, waarin ook sparen wordt aanbevolen.

Per jaar komen er zo'n 200.000 à 220.000 jongeren op de 'spaarmarkt' en de Postbank haalt daar, naar eigen zeggen 'minimaal een derde deel' van binnen. Bij ABN Amro houdt men het eigen marktaandeel liever voor zich. De inspanningen om jongere spaarders te winnen, zijn er niet minder om. Kennelijk aansluiting zoekend bij het succes van de Zilvervloot, heeft ABN Amro een 'florijnenvloot' in de vaart gebracht. De klanten worden geworven met extra premies over de ingelegde bedragen en over de rente. Op de markt moet de concurrentie haar werk doen, maar daarnaast worden de klanten gelokt met aardigheidjes. De taal van het sparen is inmiddels 'verrijkt' met woorden als Benjamin Spaarbewijs, Pennie Rekening, KinderSpaarzekerPlan en Easy Blue Rekening. Lokkertjes, afgestemd op de leeftijd, variëren van een Berenpuzzelklok (ABN Amro) en een Knuffelleeuw (Postbank) voor de allerkleintjes tot een 'zeer fraai vestzakhorloge' voor studenten, en een leren Ajax-voetbal, gesigneerd door alle spelers (ABN Amro).

C.Th. Oudelaar, werkzaam bij het directoraat Particulieren van ABN Amro, citeert een onderzoek van het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting): “Van de jongeren tussen de 12 en 18 jaar heeft 96 procent een spaarrekening. De spaarsaldi zijn bij 12 jaar circa 200 gulden; bij 16 jaar zo'n 800 gulden en bij 20 jaar circa 2.000 gulden.” (Cijfers van 1994).

De voorspoedige ontwikkelingsgang van baby-spaarder tot jonge huis-bankier blijkt uit de cijfers: van de kinderen van 6 tot 11 jaar heeft al 74 procent een spaarrekening en 6 procent een betaalrekening. Zodra de jongeren een (bij)baantje hebben gaat het echt hard. Van 15 tot 19 jaar heeft 80 procent een spaarrekening en 81 procent een betaalrekening. Na het twintigste levensjaar heeft 99 procent van alle Nederlanders een eigen betaalrekening.

Voordat de klanten binnen zijn, breken marketingmensen van de banken zich het hoofd over de vraag hoe zij deze essentiële doelgroep kunnen bereiken. Kinderen blijken erg trend- en modegevoelig. Zo besloot de Postbank een stripfiguur te 'restylen'. Het leeuwtje had een tuinbroek aan, en dat kon echt niet meer, zo hadden kinderen hun bank laten weten.

Het contact met de jonge klanten wordt, zo mogelijk, ook uitgebreid tot verzekeringen. Wie bloedig heeft gespaard voor een brommer, kan bij zijn bank ook meteen terecht voor de verzekering. Jongeren sparen overigens niet alleen voor de snelle consumptie, maar ook 'voor later'. De banken stellen zich overigens niet bevoogdend op, soepele omgang met de klanten prevaleert.

De nul-jarigen met hun eigen spaarrekening groeien op. Soms tot studenten met specifieke geldzorgen, zeker nu de laatste jaren de studiefinanciering is aangepakt. In bijzondere gevallen, en na een gesprek op de bank, mogen deze jong-volwassenen van ABN Amro soms tot 10.000 gulden in het rood staan.

Mevrouw Brijs is stellig, haar bank loopt hierdoor geen grote stroppen op. Veel belangrijker is het gesprek na het afstuderen. Dan moet de klant, liefst definitief, een keuze maken.