Installatie van kunstenaar Honoré d'O in Middelburg; Schrap de politieagent in je geest

Waarheid en wijsheid kun je op straat net zo goed vinden als in een museum, zegt de Vlaamse beeldend kunstenaar Honoré d'O. Hij geeft het liefst datgene weg wat het meest op een 'af' kunstwerk lijkt. Vandaag onthult het publiek een nieuwe installatie van d'O in Middelburg.

De installatie 'E eindigen met iets dappers A' van Honoré d'O' wordt vanmiddag om 3 uur stipt door het publiek geopend in de Vleeshal, op de Markt in Middelburg. Daar blijft het werk tot 26 febr te zien. Di t/m zo 13-17u. Werk van Honoré d'O is vanaf 27 jan ook te zien op de tentoonstelling 'Traffic', in het Musée d'Art Contemporaine in Bordeaux.

Naakt en wit strekt de Vleeshal in Middelburg zich uit. Naakt en wit zal de hal blijven, ook na de onthulling vandaag van de installatie 'E eindigen met iets dappers A' van de Vlaamse kunstenaar Honoré d'O. Driehonderd panelen van glanzend wit papier, driehonderd 'Dode-Zeerollen', zakken dan door een simpel, maar toegewijd gebaar van de toeschouwers uit de hemel naar beneden, op plaatsen waar niemand het verwacht. Een labyrint zal ontstaan, dat open is en gesloten tegelijk. Áls alles werkt. Eén paneel is inmiddels al gesneuveld in een 'agressieve proef'.

Dan zit het werk er op. “Alstublief. Het kunstwerk is van u,” zegt Honoré d'O (1961). “Het beeld babbelt tegen u. Luister en kijk, doe ermee wat u wil, neem het mee naar uw huis, in gedachten of in het echt.” Wie het werk van de vlak onder Gent geboren kunstenaar een beetje kent, weet dat hij deze laatste woorden letterlijk moet nemen. d'O liet bezoekers van de tentoonstelling This is the Show and the show is many things, twee jaar geleden in Gent, juist datgene mee naar huis nemen wat het meest op een 'af kunstprodukt' leek. “Alles mag mee,” zei hij toen, “voor het zich toont, voor het waarheid of wijsheid wordt.” Zijn scatter piece vond gretig gratis aftrek. Bij zijn installatie vorig jaar op de Bienale van Venetië mocht ieder zijn verlangens schrijven in een 'wensboek' dat bij een fauteuil lag. Die verlangens is hij nu aan het inventariseren. Wie iets toen graag wilde hebben en dat opschreef in het boek, kan binnenkort zijn favoriete deel van de installatie thuis verwachten. “Waarheid en wijsheid zijn niet op één plaats te vinden, vóór het kunstwerk in een museum,” zegt hij nu. “Die vondst kun je evengoed op straat doen.”

Dus mogen de bezoekers vandaag met boterhammen bedekte en in touw gewikkelde rode bakstenen mee naar huis nemen. Deze stenen zijn via touwen aan de panelen bevestigd. Elke bezoeker 'speelt' ermee als een acteur. “De toeschouwer moet het gevoel krijgen dat hij bestaat.” Hoe? d'O doet het druk gesticulerend voor: hij pakt een steen van de bodem, rolt het touw ervan af en daar - links, rechts, dichtbij of verderop - overal kan een paneel naar beneden komen zakken. “Je richt je aandacht op iets dichtbij, op het uitpakken van de steen, maar verderop gebeurt iets wat zich aan je blikveld, aan je gezag onttrekt.” Op het gevoel dat dàt veroorzaakt is de Vlaming uit.

Volgens d'O is de baksteen voor de kunst wat de boterham is voor het leven. “Je moet eerst een boterham eten, die produceert energie waardoor je de steen kunt optillen en de panelen kunt bekijken.” Na afloop van de tentoonstelling kunnen liefhebbers de met steen belegde boterhammen - eventueel gesigneerd door een hap - omruilen tegen de witte panelen. Maar van dit plan is de kunstenaar nog niet helemaal zeker. En wat geeft het? Hij is er immers op uit zijn werk 'met opzet buiten controle te houden'. “Als je de politieagent in je geest schrapt, krijg je bruikbare schade.”

Honoré d'O, wiens andere naam (“geen pseudoniem, want dat zou veronderstellen dat er naast mij nóg iemand bestond!”) Raf Bert Livinus Van Ommeslaeghe is, studeerde in Gent architectuur en oud-Grieks. Tijdens zijn laatste studiejaar, vlak voor een grondig voorbereid tentamen, besloot hij echter niet de drempel van de examenzaal over te stappen, maar met vrienden het café in te gaan. Hij keerde z'n studie definitief de rug toe. “Het leven heeft meer te bieden dan school,” zegt hij. En zo is het ook met kunst: “Ik wil zaadjes planten buiten het afgebakende veld, omdat ik voel dat het terrein veel groter is dan dat.”

d'O begon in mei 1984 voor zichzelf met tekenen. Het papier raakte verkreukeld, er ontstond een dikke prop, de derde dimensie kwam in het spel. Nu maakt hij alleen nog maar installaties - organische 'verzamelingen' zegt hij zelf - al kan daar soms best een tekening tussen hangen.

Als d'O's werk een kenmerk heeft, dan is het het open einde. Zijn installaties halen nooit de finish, maar verkeren in een voortdurende staat van verandering. Hij begeeft zich daarmee onder generatiegenoten en geestverwanten als David Bade, Fabrice Hybert en Job Koelewijn. Kaders en sokkels: d'O vermijdt ze als de pest of drijft er de spot mee. Zo liet hij een beeld van de heilige Franciscus in een kloostertuin in Venetië door middel van een roze 'batterij' in de voorhof rondtollen op z'n voeten. Musea zijn niet zijn favoriete plaatsen en kunstkritiek heeft niet zijn interesse. “Ik maak geen kunst om die instituten te bevestigen. Ik leer niks van de kunstgeschiedenis, ik weet er ook weinig van. Soms ben ik gelukkig, soms ongelukkig. Ik onderzoek de voorwaarden van die emoties.”

Honoré d'O streeft niet naar herkenbaarheid in zijn werk, naar een destillaat. Daarom ziet zijn werk er steeds weer anders uit. Zo is er een groot verschil in uiterlijk tussen de vrolijke 'takkebos' op de Bienale, waar tussen de elektriciteitsbuizen knalroze verrekijkers, een grasmaaier, kikkers en een fauteuil zwierven, en de ingetogen, bijna minimalistische installatie in Middelburg nu. “Men vraagt vaak wat de gedachte is achter mijn werk. Dan denk ik: gedachte, gedachte - dat is een voltooid deelwoord, dat is voorbij. Dan doe je alsof je weet hoe het leven in elkaar zit en dát zet je op een sokkel. Als er een antwoord zou bestaan op de vraag waarom ik de dingen doe zoals ik ze doe, zou het beeld niet meer nodig zijn. Ik weet dat het leven altijd de moeite waard is en soms grappig is. Maar niet meer dan dat. En als ik m'n leven beu word, loop ik weg. Je moet altijd een ontsnappingsroute houden.”

    • Lucette ter Borg