Hitler op een sleetje

ADA PETROVA en PETER WATSON: The death of Hitler. The final words from Russia's secret archives

180 blz., geïll., Richard Cohen Books 1995, ƒ 56,25

Op 30 april 1945 blies Adolf Hitler in een bunker onder de Rijkskanselarij in Berlijn zijn laatste adem uit, een klein etmaal nadat hij in de echt was verbonden met Eva Braun en 48 uur voordat de eerste troepen van het Rode Leger de onderaardse gangen betraden. Hitlers einde was het begin van een mysterie. Hoe was de dictator gestorven en wat is er sindsdien met zijn stoffelijke resten gebeurd? In The death of Hitler trachten de journalisten Ada Petrova (Moskou) en Peter Watson (Londen) op deze vragen antwoord te geven.

Over de oorzaak van zijn dood doen ten minste vier versies de ronde: kogel door het hoofd, vergiftiging, kogel door het hoofd in combinatie met vergiftiging, en, de theorie van de Britse medicus Hugh Thomas, dood door wurging. Petrova en Watson kiezen, met een kleine slag om de arm, voor de derde variant. Hitler stopte een capsule cyaankali in zijn mond, zette zijn Walther onder zijn kin, beet de capsule stuk en joeg zich onmiddellijk een kogel door de kop. De lezing van beide journalisten zou even veel waard zijn geweest als alle andere versies, ware het niet dat ze is gebaseerd op forensisch onderzoek van het enige echte stuk bewijsmateriaal: Hitlers schedel.

In de zomer van 1992 benaderde Ada Petrova de directeur van het Staatsarchief voor Speciale Trofeeën in Moskou. Ze was op zoek naar documenten die een nieuw licht konden werpen op de laatste dagen van Stalin. Het gesprek leverde weinig op. Tijdens een lunch in de kantine van het archief wilde de directeur wel iets anders kwijt. Hij beheerde de schedel van de Führer. En niet alleen de schedel. Petrova ontdekte 42 onbekende tekeningen en aquarellen van Hitler, een persoonlijk foto-album, uniformen, meubilair uit de bunker en zes bruingele dossiers met allerlei gegevens over zijn dood en de avonturen van zijn stoffelijke resten.

De Russen hebben zich lange tijd in zwijgen gehuld over de vondst van de lichamen van Hitler en Braun. Wellicht meende Moskou het lijk 'in reserve' te moeten houden, zo stellen Petrova en Watson, voor het geval dat iemand zich zou opwerpen als de door een wonder geredde Führer. Misschien, en dat ligt meer voor de hand, speelde de obsessieve neiging tot geheimhouding van het Kremlin een rol, of de mogelijkheid de onzekerheid over het uiteindelijke lot van Hitler uit te spelen tegen de voormalige westelijke bondgenoten. In ieder geval werden de lichamen van Hitler en zijn echtgenote op 5 mei 1945 door Russische militairen opgegraven en geïdentificeerd. Hitlers schedel werd naar Moskou gezonden; de overige stoffelijke resten werden herbegraven. Enkele weken later werden de verbrande lichamen van Hitler en Braun opnieuw opgegraven en, samen met die van de familie Goebbels, van twee honden en van generaal Hans Krebs overgebracht naar Finov, in de buurt van Berlijn. Ze werden wederom begraven, opgegraven, vervoerd naar Ratenov, begraven, opgegraven, en overgebracht naar Magdeburg, waar ze, op het terrein van het Derde Sovjet-leger, voor de laatste keer ter aarde werden besteld.

Hier rustten ze bijna 25 jaar. Toen het militaire complex in 1970 werd ontruimd door de Russische strijdkrachten, werden de overblijfselen opnieuw boven tafel gehaald en, op uitdrukkelijk verzoek van KGB-voorzitter Joeri Andropov, verbrand. De as werd boven een zijrivier van de Elbe uitgestrooid. Van Hitler restte nu niet meer dan een schedel in een Moskouse bureaulade. Petrova en Watson besluiten hun boek met een analyse van Hitlers schilderijen en foto-album. De foto's zijn opmerkelijk: kiekjes van de Führer op een sleetje, in plusfour, met vrouwen van wie sommigen in zwempak. De conclusies die de twee journalisten trekken zijn nog opmerkelijker. Dit is niet de Hitler die wij kennen, stellen ze. De foto's tonen de Führer als een warme, opgewekte persoonlijkheid. Hij luistert, hij lacht, hij is op zijn gemak in het gezelschap van vrouwen. Hij zou model kunnen staan in een postorder-catalogus voor het goede Beierse leven, merken Petrova en Watson guitig op. Het is niet de enige vrijblijvende vaststelling in dit boek.

    • A.W.M. Gerrits