Geteisterd Siberië

Siberië in de voormalige Sovjet-Unie is een geteisterd land. Geteisterd door de industriële conglomeraten uit de communistische tijd van de planeconomie. Geteisterd nu ook door de buitenlandse ondernemingen uit de wereld van de vrije markt.

Siberië wekt begeerte door de rijkdom aan natuurlijke bronnen. Uitgestrekte bossen voor de houtproduktie, een van 's werelds grootste voorraden aan diamanten, talloze mineralen en goud dat vooral wordt gewonnen in de bedding van rivieren en groeven; een teken dat onder de grond nog veel meer goud is verscholen. Een bewezen olie reserve van 4 miljard vaten (159 liter) naast grote gasvoorraden in 20 procent van het land maken Siberië tot een potentieel Saoedi-Arabië van het noorden. Siberië is een 'braakland'. “Je kent slechts een stapel gebroken beelden, waar de zon slaat, en de dode boom geen schaduw geeft, de krekel geen opluchting en de droge steen geen geluid van water”, schreef T.S. Eliot in het gedicht The Waste Land: “De rivier zweet/ Olie en teer”. Onder communistisch bewind werd in Norilsk een complex van ertssmelters gebouwd, dat de grootste zelfstandige bron van luchtvervuiling ter wereld is: de smelters pompen jaarlijks 2 miljoen ton zwavel en tonnen andere gifstoffen in de lucht. Nu kapt het Zuidkoraaanse conglomeraat in hoog tempo de bossen en laat kale vlakten achter (foto onder). Oliemaatschappijen zoals Texaco, Exxon, Shell en Amoco azen op de grote energievoorraden, Westerse mijnbouwbedrijven op het goud en mineralen. Siberië is echter na een lange geschiedenis van lekkende oliepijplijnen en rampzalige verspillingen zeer terughoudend met het openstellen van het kwestbare land voor buitenlanders. Na de ineenstorting van de communistische Sovjet-Unie verloren velen in Siberië hun baan bij de industriële complexen. Duizenden verlieten hun dorpen, waar soms nog slechts een enkeling is achtergebleven. (foto's midden en boven). Siberië is een verlaten land.

Foto's: ANTHONY SUAU/ABC PRESS