Geldspel

ARMAND VAN DORMAEL: De macht achter het geld. De strijd om de financiële suprematie

271 blz., Lannoo 1995, ƒ 45,-

Het beloofde land van de Monetaire Unie in Europa is nog niet in zicht. De muntunie is een politiek idee. “En wat weten politici van geld”, vraagt de Belgische auteur Armand van Dormael zich retorisch af. Politieke constructies zijn volgens hem niet opgewassen tegen de mondiaal opererende financiële markten. En die markten hebben de macht. Met het Amerikaanse bankwezen als onbetwiste meesters van het geldspel en met de Angelsaksische pers als hun handlangers.

Toch is Van Dormael een groot voorstander van stabiele munten en van de beteugeling van de financiële markten. Deze tweeslachtigheid, enerzijds een aversie van speculanten en banken, anderzijds een sterk vertrouwen in het voordeel van stabiele wisselkoersen voor een gezonde industrie en handel, tekenen zijn recente boek De macht achter het geld: “De kern van de financiële macht is nu in handen van de internationale financiële wereld. De politieke overheden rest enkel nog het uiterlijke vertoon.”

Grofweg bestaan er twee standpunten over de macht van financiële markten. Aan de ene kant de (Angelsaksische) opvatting dat markten alle vrijheid hebben om er op los te speculeren tegen onbetrouwbare overheden; aan de andere kant de (Franse) stellingname dat overheden markten dienen te reguleren. Armand van Dormael neemt een derde positie in: financiële markten deugen niet, maar ze hebben gewonnen, terwijl de overheden die de markten zouden moeten beheersen, machteloos zijn.

Armand van Dormael (79) komt niet uit de financiële wereld. Hij was jarenlang werkzaam bij het Amerikaanse grootwinkelconcern Sears Roebuck als hoofd van de inkoopafdeling in Europa. Dat was in de naoorlogse tijd van Europese wederopbouw en van vaste wisselkoersen in het stelsel van Bretton Wooods met de dollar als anker. Toen hij in 1971 in een Amerikaanse krant las 'Bretton Woods is dead', dacht hij dat het om het overlijden van een bekende persoon ging. Maar nadat hij in zijn zakenpraktijk merkte wat het einde van het stelsel van vaste wisselkoersen betekende, begon hij zich te verdiepen in monetaire zaken. In 1978 publiceerde hij Bretton Woods: Birth of a monetary system.

Ruim zeventien jaar later heeft hij een nieuw boek geschreven, met de valutacrises van 1992 en 1993 in het Europese Monetaire Stelsel en de plannen voor de Economische en Monetaire Unie (EMU) als aanleiding. Het is een sympathiek boek, ook voor lezers die het niet met de strekking van zijn betoog eens zijn. Van Dormael gelooft in een lange geschiedenis van financiële samenzweringen, met een geslaagde greep naar de macht van het Amerikaanse bankwezen en met de speculatieve aanvallen op het EMS als voorlopig laatste station in een strijd om de financiële hegemonie. Zijn argument is dat financiële instellingen belang hebben bij de winstgevendheid van zwevende wisselkoersen en daarom alles in het werk stellen om stelsels van stabiele munten onderuit te halen. Ook de beoogde monetaire unie.

Zijn betoogtrant is anekdotisch en de interpretatie van de gebeurtenissen buigt hij om in de richting van zijn gelijk. Een voorbeeld daarvan is zijn bewering dat de valutacrisis in het EMS van september 1992 (de 'zwarte woensdag' van het Britse pond) met opzet werd uitgelokt door de ongelukkige publikatie van een interview met de Duitse Bundesbankpresident Schlesinger in de Wall Street Journal. De WSJ behoort volgens hem tot het 'Morgan-Rockefeller bankenimperium'. Niet eens zozeer van belang is dat dit omstreden Schlesinger-interview een dag eerder uitlekte via een ongelukkige vooraankondiging in de Duitse financiële krant Handelsblatt. De WSJ was daar toen met recht razend over - en zag een mooie primeur aan zich voorbij gaan. Van Dormael ziet over het hoofd dat financiële markten reageren op ongeloofwaardig financieel-economisch beleid van overheden of anticiperen op politieke onstandvastigheid. Daar komt geen samenzwering aan te pas. Dat was in de zomer van 1992 het geval.

Tussen de ongestructureerde rauwheid van de financiële markten en het verloren geloof in de politieke beheersing van diezelfde markten is Van Dormael het spoor enigzins bijster geraakt. Dit neemt niet weg dat zijn hartgrondige wantrouwen tegen de hebzucht van het bankwezen een informatief boek heeft opgeleverd.

    • Roel Janssen