Geheime homoseksualiteit in Afrika; Tranen op een zwarte huid

In Zwart-Afrika rust op homoseksualiteit een groot taboe. Mannen die een man willen, moeten emigreren of liefhebben in het verborgene. En wie seksueel een passieve rol vervult, velt het doodvonnis over zijn mannelijkheid. Homo zijn in Ivoorkust: iedere dag tot God bidden dat Hij de kracht geeft om met een vrouw naar bed te gaan.

Op een geheime plek in de kamer van Mahmadou ligt een envelop. Daarin zit de foto van een Zuidafrikaanse zakenman met wie hij tijdens diens verblijf in Abidjan een kortstondige relatie had. Mahmadou, die uit Mali komt maar bij zijn neef in de Ivoriaanse hoofdstad woont, wist dat de Zuidafrikaan weer zou vertrekken. Toch vertelt hij vol overgave hoe deze van hem hield, zonder spijt en vooral zonder angst. Mahmadou kijkt altijd naar de foto als hij weer een slechte ervaring met een Ivoriaan achter de rug heeft. Pas nog ontmoette hij een rooms-katholieke priester in het sjieke Hotel Ivoire. De eerwaarde was aardig, nam hem mee naar zijn kamer maar kreeg na de seks een paniekaanval en zette Mahmadou zonder verdere plichtplegingen de gang op. Op zulke momenten haat Mahmadou het om homo te zijn. “Ik huil dan, roze tranen op een zwarte huid”, zegt hij met een trieste glimlach, nadat hij voor het eerst in zijn leven heeft gehoord dat roze in de rest van de wereld de kleur van homoseksuelen is. Zijn verdriet kan hij dan bij niemand kwijt, zeker niet bij zijn neef. “Die zou me het huis uit zetten als hij het zou weten.”

Homoseksualiteit is een groot taboe in zwart Afrika. De gelijkgeslachtelijke liefde past niet bij de Afrikaanse traditie, zo verkondigt de Zimbabweaanse president, Robert Mugabe, al sinds enige maanden bij zo ongeveer elke gelegenheid waarop hij het woord mag voeren. De weigering van Mugabe, vorig jaar augustus, om de Zimbabweaanse Gay and Lesbian Association toe te laten op een boekenmarkt in zijn land, leidde in de westerse wereld tot grote opschudding. Maar in eigen land bleek volgens opiniepeilingen ongeveer tachtig procent van de bevolking achter de president te staan. Toen Mugabe in november op een Afrika-conferentie in Maastricht zijn standpunt herhaalde kromp gastheer Pronk dan misschien ineen van schaamte en vroeg de fractie van D66 om subsidie voor de homo-beweging in Zimbabwe - de Afrikaanse aanwezigen klapten en juichten de Zimbabweaan luidkeels toe.

Opmerkingen van wetenschappers uit het westen dat Afrika een groot en divers continent is en sommige stammen wel homoseksueel gedrag tolereren, slaan bij de Afrikaanse publieke opinie nauwelijks aan. De Azande's in Zuid-Soedan kennen bijvoorbeeld homoseksuele verhoudingen tussen krijgsheren en hun pages. “We moeten de sambok (een korte dikke zweep van gevlochten leer red.) weer gebruiken tegen homo's”, zei een Zimbabweaans kamerlid nog een aantal maanden geleden. “Laten we ze eens flink afranselen.” Soms blijft het niet bij woorden. Een man in Botswana, een buurland van Zimbabwe, werd onlangs opgepakt nadat hij seksuele handelingen had verricht met een toerist. Volgens een woordvoerder van Amnesty International zit de man nog steeds in de gevangenis.

Dreun

In Ivoorkust is er op het eerste gezicht weinig van een homo-leven te bemerken. Uiterlijke signalen van de gelijkgeslachtelijke liefde die in sommige kringen in het westen nog populair zijn (een witte zakdoek die quasi-nonchalant uit een broekzak hangt, een vrolijk rinkelende bos sleutels) zijn er niet. Zelfs in cafe's waarvan ingewijden weten dat ze als ontmoetingsplaats voor homo's dienen, ontbreekt het keurmerk van de gay lifestyle. In donkere achterkamertjes wordt uitsluitend limonade opgeslagen, het toilet vervult nog altijd zijn primaire functie, de opvang van organische afvalstoffen. Sauna's liggen - gezien het warme, vochtige klimaat van het land - ook niet echt voor de hand.

Mahmadou ontmoet zijn partners vooral in het zakencentrum van Abidjan bij het parkje tussen de kathedraal en het voetbalstadion. De communicatie verloopt, zo vertelt hij, aanvankelijk geheel non-verbaal. Vaak gaat hij op een bankje zitten naast mannen die hij aantrekkelijk vindt. Hij observeert ze enige tijd in het geniep om na te gaan of het misschien gaat om iemand die bij wil komen van het gebed in de kathedraal of van de vermoeienissen van een wandeling in het vochtige klimaat van Ivoorkust. Het eerste teken van toenadering is dan een glimlach, gevolgd door een blik die wat langer dan de twee seconden die er in 'normaal' menselijk contact voor staat, op het gezicht van de bankgenoot blijft rusten. Als die glimlach wordt beantwoord, knoopt Mahmadou een gesprek aan.

En zelfs dan nog blijft het giswerk. De vraag die in het westen vaak als sleutelvraag wordt gesteld ('Bent u getrouwd?'), is in Ivoorkust niet van belang. “Homo's trouwen hier gewoon, of ze het nu leuk vinden of niet”, vertelt Mahmadou. Bij zijn avances neemt hij een maximum hoeveelheid voorzichtigheidsmaatregelen in acht. Bij zelfs maar de geringste zucht of zweem van irritatie in de ogen van de gesprekspartner, wordt de toenadering afgebroken. Als de bewakingsdienst van de kathedraal al te nadrukkelijk aanwezig is, probeert hij het al helemaal niet en bij voetbalwedstrijden mijdt hij het park.

Toch vallen ongelukken niet te vermijden. Pas nog ontmoette hij een Ivoriaan van wie hij bijna zeker wist dat hij 'zo' was. Het was avond en misschien dat hij daarom de waarschuwingstekenen niet goed kon registreren. Hoe het ook zij, toen hij zijn hand voorzichtig op het bovenbeen van zijn bankgenoot probeerde te leggen, ging het mis. De man ontstak in woede, en gaf hem een flinke dreun op zijn neus. Gelukkig kon Mahmadou nog net wegrennen en, terwijl de man hem nog scheldwoorden nariep, een veilig heenkomen zoeken in een taxi.

Overigens is Mahmadou niet meer alleen aangewezen op toevallige ontmoetingen in het park. Via vrienden die hij daar ontmoette, is hij opgenomen in een groot netwerk van meer bemiddelde homo's. Die organiseren zo'n twee keer per maand een groot feest op een plek die pas twee dagen van te voren bekend wordt gemaakt. Tientallen homo's zoeken op zo'n happening beschutting bij elkaar voor de vijandige buitenwereld. Vaak komen ze in een keurig pak gestoken aanrijden maar binnen de muren van de veilige vesting gaan al snel alle remmen los. Drugs zijn in overvloed aanwezig, en er wordt gelikt, gesnoven en gespoten. De grote sterren van het feest zijn de (overigens niet altijd homoseksuele) travestieten die elkaar onveranderlijk met een nieuwe outfit de loef proberen af te steken. Als ze merken dat een creatie goed valt, laten ze zelfs wel eens foto's nemen. Maar dan alleen door fotografen die ze vertrouwen en na de plechtige belofte dat de foto's alleen binnen de 'vriendenkring' blijven. In de vroege ochtenduren worden de gasten huns ondanks dan toch weer gedwongen om de veilige beschutting van het feest te verlaten. De naaldhakken gaan uit, de valse wimpers af. Met tegenzin rijden ze de hetero-maatschappij weer in, in afwachting van een nieuw geheim feest.

Rafiq

Waarom ligt er zo'n taboe op homoseksualiteit in zwart Afrika? Het pre-industriële karakter van veel Afrikaanse maatschappijen verklaart niet genoeg. Ook in de Arabisch sprekende landen van Noord-Afrika is de industriële revolutie nog niet echt losgebarsten, maar de liefde tussen - vooral - mannen wordt er al sinds eeuwen bezongen.

In landen als Tunesië, Marokko en Egypte is er echter een groot onderscheid tussen homo-erotiek en homoseksualiteit. De vriendschap, en zelfs liefde, tussen mannen wordt er als een groot goed ervaren en is sociaal geaccepteerd. Zo kan het woord rafiq in het standaard-Arabisch behalve voor de relatie tussen twee echtgenoten ook gebruikt worden voor de band tussen twee vrienden. Toen de Israëlische premier Rabin werd vermoord, werd in de vertaling van president Clintons afscheidswoorden voor zijn vriend het woord rafiq in alle Arabische media veelvuldig gebruikt.

Maar zodra die liefde een fysiek aspect aspect krijgt, gaan de sociale alarmbellen rinkelen. Slechts op één voorwaarde mag een man seks hebben met een andere: dat hij degene is die de actieve rol vervult. Toestemmen in passiviteit staat voor de gemiddelde Arabische man gelijk aan een doodvonnis over zijn mannelijkheid. Het binnendringen van de roede van zijn partner maakt hem in feite tot een vrouw.

Ook onder homo's in Abidjan is het Arabische patroon niet geheel onbekend. Tidiane komt uit Senegal maar woont al jaren in Abidjan, waar hij biologie studeert. Hij houdt erg van seks, zo lacht hij op een terras in de wijk Treichville. Meestal met vrouwen, maar soms ook met mannen. Als zijn gelijkgeslachtelijke libido op begint te spelen, gaat hij naar de zogeheten zone quatre in Abidjan, waar veel homo-kroegen zijn gevestigd. Hij valt op de vrouwelijke types, “de jongens die gebaartjes maken en hun hand net als een vrouw door hun haar halen”. Aan het einde van de avond probeert hij met zijn gesprekspartners adressen uit te wisselen en regelt hij een nieuwe ontmoeting. Bij het hernieuwde contact komt het dan meestal tot seks. “Ik behandel ze net zoals vrouwen”, aldus Tidiane. “Ik geef ze complimentjes over hun kleren en zeg ze dat er nog zo jong uitzien.” Liefkozen doet hij zijn partners nooit. “Zij strelen mij.” Penetratie van een andere man is voor hem de ultieme bevestiging van zijn heteroseksualiteit. Ze geeft hem het gevoel dat hij zo'n aantrekkelijk is dat andere mannen zich tot het niveau van een vrouw willen verlagen om Tidiane zo in hun lichaam te krijgen.

Tidiane's ideeën over de ego-versterkende werking van actief homoseksueel contact zijn in Abidjan een grote uitzondering. Actief of passief - de gemiddelde Ivoriaan breekt zich nauwelijks het hoofd over zulke nuances. De liefde is een zaak voor man en vrouw en heeft misschien niet alleen, maar toch wel vooral, tot doel om nageslacht te verwekken. Het zaad van homoseksuelen is verspild omdat het niet in de schoot van een vrouw valt. De dreiging van de in Afrika almachtige familie wordt door vrijwel alle homoseksuelen gevoeld. Koffi is 26 en heeft al enige tijd een vaste vriend. Seksueel contact met een vrouw heeft hem nooit echt aangetrokken. “Toch bid ik nog elke dag tot God dat Hij mij de kracht geeft om met een vrouw naar bed te gaan zodat ik een gezin kan beginnen.”

De overtuiging dat een kinderrijk gezin de hoeksteen van de maatschappij is, doorwasemt het dagelijks leven in Abidjan. In reclames op televisie worden vrolijke huisvrouwen steevast omgeven door een luidruchtige kinderschare. Bij alle gesprekken, zelfs die tussen zakenlieden, wordt, als eerste stap in een beleefdheidsritueel, uitgebreid stilgestaan bij het wel en wee van het thuisfront. Voor velen ligt de ultieme waarde van het individu in de familie van waaruit hij afkomstig is.

In een boek over de huidige Ivoriaanse president, Bédié, verhaalt de auteur uitgebreid over de heldendaden van andere leden van Bédié's familie, soms wel tot honderd jaar terug. De genialiteit van de president is niet zozeer een eigenschap van het individu Henri Konan Bédié, zo is de suggestie, maar veeleer de laatste manifestatie van alle goede eigenschappen die al eeuwen lang in de familie aanwezig zijn.

Homo's breken met de diep gevoelde Afrikaanse overtuiging dat het uiteindelijk allemaal draait om het overleven van de groep en niet van het individu. Ze zijn als schakels die niet begrijpen dat het slechts hun taak is om de ketting te dienen. De straf voor die hybris is zwaar: ze staan buiten de maatschappij en verachting is hun deel. Radicale politieke tegenstanders van president Bédié, die een vrij hoge stem heeft en af toe wat al te zelfbewuste gebaren maakt, hebben het gerucht de wereld in geholpen dat de president van mannen houdt. Ook voor Ivorianen die niet tot het politieke kamp van de president behoren, gaat die beschuldiging alle perken te buiten. “Je kunt veel van Bédié zeggen”, aldus Henri. “Hij heeft de staatskas leeggeplunderd en bevoordeelt zijn vriendjes. Maar homo: nee, dat gaat te ver.”

Aids

Met het verstrijken der jaren wordt het lot van de homo's in Abidjan alleen maar grimmiger. Slechts een beperkt aantal opties staat open. Trouwen en de gelijkgeslachtelijke liefde afzweren, trouwen en stiekem avontuurtjes hebben met of zonder medeweten van de vrouwelijke partner, of emigreren. Leven met een man is simpelweg onmogelijk. Koffi heeft al twee jaar een relatie met een jongen, Ivoriaan als hijzelf. Hij ontmoette zijn partner in de door hem gerunde maquis (restaurant) waar Koffi hem onder het koken versierde. Niemand in de buurt mag van de relatie weten. Omdat Koffi's ouders zijn overleden heeft hij een kleine flat voor zich alleen. Zijn vriend komt 's avonds om een uur of elf, en blijft dan tot een uur of vijf in de ochtend. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen spreekt de buurt er inmiddels schande van. Of de relatie die druk zal kunnen houden, is voor Koffi een grote vraag.

Onder de homo's van Ivoorkust is emigratie dan ook de grote droom. Favoriete landen zijn Frankrijk en, vooral, de Verenigde Staten. Jacques, begin vijftig, is oorspronkelijk afkomstig uit Togo maar heeft in Abidjan fortuin gemaakt als kapper en schoonheidsspecialist. Hij heeft zijn zeer succesvolle zaak echter verkocht om zich in New York in het homo-leven te kunnen storten. Maar zelfs bij het definitieve vertrek uit Afrika onderneemt Jacques, die getrouwd was en twee kinderen heeft en dus boven iedere verdenking staat, een poging om de waarheid van zijn emigratie te maskeren. Jacques wil een nieuwe 'uitdaging', zo vertelt hij zijn vrienden. In New York gaat hij een nieuwe schoonheidssalon opzetten speciaal gericht op Afro-Amerikanen die hun racines willen ontdekken.

Voor veel homoseksuelen in Abidjan zit Amerika echter niet in het vat. En of ze vijftig worden als Jacques, is ook een grote vraag. Nauwkeurig onderzoek over de mate van seropositiviteit onder homo's in Abidjan is er niet, maar volgens cijfers van de regering is ten minste vijftien procent van de bewoners van de stad besmet met het aids-virus. “Onder homo's zal dat zeker niet minder zijn”, aldus Djomand Kakou, arts bij het Centre Espoir waar een anonieme aids-test mogelijk is. Omdat in Afrika aids vanaf het begin af aan een ziekte van heteroseksuelen was, wordt er in voorlichtingsmateriaal nauwelijks aandacht besteed aan mogelijke overdracht van het virus bij homoseksueel contact. De homo's in Ivoorkust moeten zelf maar bedenken dat bij anaal of oraal contact er contact met besmet bloed of sperma kan optreden.

Homo's die naar het Centre Espoir komen, zijn vaak zeer zwijgzaam over hun seksuele escapades. “Ik neem altijd een hele lijst vragen door met onze cliënten”, aldus Kakou. “Een van de standaardvragen is daarbij of ze seks hebben gehad met een persoon van hetzelfde geslacht. Ik heb wel eens meegemaakt dat een jongen bij de eerste helft van de vragenlijst net deed alsof hij een vaste vriendin had. Toen we bij die ene vraag kwamen, viel hij even stil. Daarna zei hij, terwijl hij naar de grond keek: bij alle vragen bedoelde ik eigenlijk een man als ik het over een vrouw had”.

Ook Mahmadou is doodsbang voor aids. In het verleden heeft hij zich vaak ingelaten met risicovol gedrag. Hij houdt van penetratie en bij oraal contact kwam het vaak tot een orgasme in zijn mond. “Eigenlijk hoef ik de test helemaal niet te doen”, zegt hij somber. “Ik weet de uitslag toch al.” Herdenkingsdagen en aids-quilts (lappendekens waarop slachtoffers van aids worden gememoreerd, red.) zullen er voor hem niet bij zijn. “Als ik voel dat ik ziek word ga ik terug naar Mali, naar mijn ouders. Aids is daar nog niet zo bekend als hier en ik kan altijd zeggen dat ik het van een prostituée heb gekregen.” Ook zijn ouders zal hij dat vertellen, al vermoeden die wel dat hij van mannen houdt. “Als de waarheid pijn doet, kun je haar maar het beste laten rusten”, zegt hij met een zucht. “Ook in de dood.”

    • Bernard Bouwman
    • Tidiane Ispseudoniem