Franz Marijnen: Storm met fel tromgeroffel

De intendant van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg te Brussel, Franz Marijnen, kondigde gisteren aan zijn functie te zullen neerleggen, nu de overheid niet bereid blijkt de bouwvalligheid van het negentiende-eeuwse theatergebouw te verhelpen. Eerder in de week had Marijnen, in zijn hoedanigheid van regisseur, nog een première in de KVS.

Voorstelling: De Storm van William Shakespeare door Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Vertaling: Alex Mallems; decor: Jean-Marie Fiévez; kostuums: Mechthild Schwienhorst; regie: Franz Marijnen; spelers: Senne Rouffaer, Bert André, Rik Hancké, Bien de Moor e.a. Gezien 16/1, Koninklijke Vlaamse Schouwburg, Brussel. Te zien t/m 4/2 aldaar.

Vrolijk als mooi weer, feëriek als een onwaarschijnlijk sprookje, toverachtig als een plaatjesboek: zo wordt Shakespeares De Storm (The Tempest) uit 1611 vaak gespeeld. Dit laatste stuk van Shakespeare is naar genre een romance of ook wel komedie, naar vorm en inhoud een ultieme goocheltruc. Shakespeare nam hiermee afscheid van het theater; hij deed in De Storm wat hij misschien altijd wilde doen. Geen karakters tekenen met contouren en dramatische ontwikkeling, wel een spel spelen met zijn personages alsof het dobbelstenen zijn: gooi er maar mee, dan zien we wel wat er met hen gebeurt. Laat ze schipbreuk lijden, ze redden het wel; laat ze elkaars vijanden zijn, ze verzoenen zich weer.

In De Storm hebben de evenementen de kracht van natuurverschijnselen, aangewakkerd door het irrationele. Plaats van handeling is het Betoverde Eiland van de verbannen Milanese koning Prospero (Senne Rouffaer). Het kent geen geografische coördinaten, het bestaat slechts in de fantasie. Regisseur Franz Marijnen ensceneert voor de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel De Storm niet als een feërie; zijn toonzetting is hard, grimmig, dreigend. Fel tromgeroffel door wild uitziende figuren begeleiden de voorstelling, zwepen haar op. Het decor bezit een hoge mate van abstractie: een zwart, kaal en hellend vlak verbeeldt het eiland; in de achterwand zijn geometrische vormen aangebracht die zicht bieden op een zuiver-witte wereld. De gestrengheid als van een Mondriaan moet op deze manier de tomeloosheid van het spel in bedwang houden. Toen Erik Vos zo'n twintig jaar terug het stuk regisseerde, concentreerde hij al zijn aandacht op het theater als onuitputtelijke bron van spel, illusie, verbeelding; Peter Brook van vijf jaar terug maakte er een rituele, Afrikaans georiënteerde uitvoering van.

Schitterend is Marijnens verbeelding van de stormwind die tovenaar Prospero op zee ontketent om een vijandig schip te doen zinken. Een reusachtig doek wappert vanaf de Bühne de zaal in, rakelings over de hoofden van de toeschouwers. Wij zijn de schipbreukelingen die door zwiepende, losgeslagen zeilen worden gestriemd. Prospero's magische opzet slaagt: zijn tegenstanders spoelen aan voor zijn voeten. Hij heeft hen in zijn macht. Het gaat Marijnen niet om de uitbeelding van de betrekkelijk eenvoudige verhaallijn. Hij toont ons, zowel in kostumering als speelstijl, drie met elkaar conflicterende werelden. De onderwereld van duistere natuurkrachten wordt verbeeld door de Kalibaan, linguïstisch een verbastering van kannibaal. Dit harige monster is Prospero's slaaf. Bert André vertolkt hem ondanks alle primitiviteit die de rol aankleeft met een aanstekelijke charme en humor; zo moet in Shakespeares tijd de droom van de nobele wilde eruit hebben gezien. Lijnrecht op de Kalibaan staat de strakke, bloedeloos-ambtelijke wereld, gekleed in maatkostuums, van de koning van Napels en zijn raadsheren. Zij vertegenwoordigen de ratio en het verlangen naar orde, waar Shakespeare liever ordeloosheid en poëzie wil.

Op het brandpunt van al die lijnen staat Prospero zelf, de tovenaar. Senne Rouffaer, die met de première zijn zeventigjarig jubileum als acteur vierde, speelt Prospero waardig - een hogepriester van de wijsheid die tegelijkertijd over magie beschikt. Zijn rechterhand is de luchtgeest Ariël (Bien de Moor), een tweeslachtig wezen dat op verhulde wijze in de wirwar van gebeurtenissen structuur aanbrengt. Ariël lokt de personages naar het eiland van Prospero en stuurt hun lot.

Vaak is gesuggereerd dat Prospero Shakespeare zelf is, die met De Storm het theater van Stratford-on-Avon vaarwel zei. Dan zou deze komedie zijn testament zijn. In de Epiloog zegt Prospero/Shakespeare dat hij het 'spelen' deed uit 'puur liefhebberij'. Wat blijft, is de wanhoop van de eenzaamheid: Prospero tovert niet langer, hij blijft gekluisterd aan het strandzand van zijn eiland. In Marijnens interpretatie van De Storm draait het om de grootse eenzaamheid van een man die op het toneel de wereld kon herscheppen, en uiteindelijk inziet dat alle kunst slechts spel is. Niet mis te verstaan superieur spel, overigens, gespeeld met een hartstochtelijke inzet.

    • Kester Freriks