Europese drieëenheid

Terug van verre reizen ben ik weer thuis, in Amsterdam ja, in Nederland ook. Maar weer terug in Europa? Nee, zo voelt niemand dat: thuis in Europa. 'Back in the USA' is een gevoel, 'Heim ins Reich' was het misschien ook, maar Europa is oninvoelbaar. Alles aan Europa is bedacht en berekend, en alle Europees gevoel is vals gevoel. De naam alleen al gaat na enige tijd tegenstaan.

En toch ziet dat er van buiten anders uit. Mensen zijn niet blij of trots dat ze Europeaan zijn. Maar vreemd genoeg zijn andere mensen wel treurig en gepikeerd dat ze niet Europeaan zijn. De bewoners van Hongarije, Tsjechië en Polen voelen zich uitgesloten van de Europese Unie, miskend in hun gemeenschappelijke Europese oorsprong. Letten, Esten en Litauers geloven dat iets hen van hun Oosterburen onderscheidt en dat zij daarom tot het Verenigd Europa horen toe te treden. Zelfs Bulgaren en Roemenen menen dat zij tot die volkerengemeenschap moeten worden toegelaten.

Finnen, Oostenrijkers en Zweden zijn inmiddels tot de Unie toegetreden, maar dat heeft het gevoel van verwantschap met die volkeren bij de andere naties in de Unie niet versterkt. Het kan niemand wat schelen en het maakt niemand wat uit. De Noren willen er niet in en de Denen zouden er wel weer uit willen. Ze gaan hun gang maar. Nee, het lidmaatschap is niet gebaseerd op tussenvolkse sympathiegevoelens.

De Europese Unie is een oefening in rationele integratie. Collectieve emoties komen daar niet aan te pas. Dat maakt de Europese eenwording uniek: een vrijwillig en een verstandelijk samengaan, zonder dwang van buiten en zonder gevoel van binnen. Nu is dit toch al niet de epoche van de grootscheepse emotie, het saamhorigheidsgevoel kan nog net een dorp omvatten of een stadswijk, maar op groter schaal gaat de rek eruit: nationaal besef, patriottisme, vaderlandsliefde hebben iets lachwekkends, lichtelijk obsceens meegekregen. En al helemaal niemand beleeft die emotie op continentaal niveau, als liefde voor Europa.

Europa is niet om van te houden, maar om van te leven. De Europese Unie is geen gemeenschap maar een rekeneenheid: geen beslissing valt ooit voordat het belang van elke lidstaat is afgewogen en ingecalculeerd. Verschuift ergens een deelbelang, dan stokt of schuift ook het gemeenschapsbeleid.

Maar dat werkt niet op den duur.

Dat bleek al in Bosnië, met tragisch resultaat. De Europese Unie kon daar niets beginnen, elke lidstaat draaide er een pirouette en maakte zich belachelijk, of verloor, zoals Nederland, zijn eer, totdat goddank de Amerikaanse bevrijders binnenrukten met zwaar materieel. Maar Amerika is een natie en Europa een belangencalculus.

Dat blijkt zelfs niet te werken op het deelgebied waar het voor bedoeld is, de gemeenschappelijke markt. De Europese monetaire unie loopt bij voorbaat alvast omdat de hele onderneming is gereduceerd tot economische berekening, waarop iedere partij wel iets heeft af te dingen, zonder dat de politieke betekenis van die gezamenlijke munteenheid nog een rol speelt.

Zouden de Europese kiezers dat willen, een en hetzelfde geld overal in de Unie? Willen zij die eenheid wel en met welke volkeren willen ze dan vereend zijn? Het is ze niet gevraagd. De Europese Unie is immers geen democratie maar een autoritaire ambtenarenstaat bovenop een aantal min of meer democratische lidstaten.

Van begin af aan is geprobeerd om door economische integratie, door de vorming van een gemeenschappelijke markt, geleidelijk tot een politieke eenheid te komen. Dat is niet gelukt, eenvoudig omdat de Europese staten zelden bereid waren om politieke bevoegdheden over te dragen aan de Unie.

Soms wordt met vele bombast en bombarie de Europese eenheid gezocht in een Europese culturele essentie, het christendom, of toch maar liever de Grieks-Romeinse oudheid, of desnoods de Renaissance of de Verlichting, maar echt aanslaan doet het niet. Er is ook geen grootste gemene deler van cultuur waaraan alle Europese lid-staten en kandidaat-lidstaten deel zouden hebben en andere volkeren niet. Europa is geen verenigd cultuurgebied.

De Europese Unie is een politieke constructie en is uiteindelijk niet te rechtvaardigen met economische of culturele redeneringen maar alleen met politieke argumenten.

Dat zijn uiteraard overwegingen van machtspolitiek, maar ook van politieke cultuur. In Europa zijn in de afgelopen eeuwen drie grote bijdragen aan de politieke beschaving ontwikkeld: de rechtsstaat, de representatieve democratie en de verzorgingsstaat. Ze zijn jammer genoeg niet in alle Europese landen volledig verwezenlijkt en gelukkig in veel landen buiten Europa wel. Maar gedrieën vormen ze de kern van de Europese politieke cultuur.

Die drieslag is voldoende om de Europese Unie op te grondvesten en genoeg voor een Europees beleid. Er zijn afdoende criteria aan te ontlenen voor de toelating tot het lidmaatschap van de Unie en goede maatstaven voor de interventie aan de buitengrenzen. Europese volkeren die overtuigend overtuigd zijn van de beginselen van rechtsstaat, volksvertegenwoordiging en verzorgingsstaat mogen toetreden en andere niet. En waar in Europa dezelfde principes met grof geweld worden geschonden heeft de Unie goede redenen om in te grijpen.

Maar wil de Europese Unie de belichaming worden van de Europese politieke cultuur, dan moet ze eerst zelf hervormd worden van een autoritaire ambtelijke bovenstaat tot een sociale en representatieve democratie.

In de voornaamste lidstaten van de Unie zijn de drie maatstaven van politieke beschaving gerealiseerd, maar vreemd genoeg is er in die afzonderlijke landen nauwelijks een beweging die streeft naar de realisering van dezelfde beginselen voor de Unie als geheel. Dat komt omdat de politieke elites in al die lidstaten daar blijkbaar geen belang in zien. En zonder die politieke vernieuwing komt er van verdere eenwording, of het nu een gemeenschappelijke munteenheid of een eenheid van buitenlands beleid is, niets terecht.