Een eenzame passie voor Afrikanen

Hem voetbalzendeling in Afrika te noemen, gaat een beetje ver. Maar Clemens Westerhof heeft wèl iets met Afrikanen. Na vijf jaar in Nigeria slijpt hij nu tot ieders waardering de ruwe diamanten van FC Sundowns in Zuid-Afrika. Afrikanen hebben volgens hem een bepaalde trots. Ze willen altijd winnen van de 'witte man'.

Clemens Westerhof en Afrika moesten elkaar wel tegenkomen. Als jongen van veertien zag hij een film over een missionaris die in Afrika hulp bood aan mensen die toen nog 'zwartjes' heetten. “Die mensen ga ik helpen. Ik word missionaris”, zei hij in een opwelling tegen zijn moeder. “Ze vertelde dat je als missionaris geen bemoeienis mocht hebben met vrouwen. Toen was het afgelopen, want dat is na het voetbal mijn grote hobby. Maar ik ben nu in Afrika en ik help ze. En wie het geld heeft, moet ervoor betalen.”

Het is een nobel beeld: Clemens Westerhof als voetbalzendeling in Afrika. Hij relativeert het zelf meteen. Anders dan de missionaris die hem inspireerde is Westerhof er ook voor dollarcheques en de lucratieve bemiddeling in de export van Afrikaanse spelers naar Europa. Want voor zijn plezier alleen zit Clemens Westerhof niet in een halfkale flat zonder vrouw en kinderen tienduizend kilometer van huis, en eet hij bijna elke avond in z'n eentje in hetzelfde grill-restaurant, met uitzicht op een kunstmatig meertje in Johannesburg.

De Nederlandse trainer sleet vijf roerige jaren als bondscoach van Nigeria, het beste voetballand van Afrika. Sinds vorig jaar is hij de trainer van FC Sundowns, een topclub in Zuid-Afrika. In zijn eerste seizoen eindigde Sundowns op de tweede plaats in de Zuidafrikaanse competitie. Met de bluf die hem in de Nederlandse voetbalwereld het imago opleverde van 'grote-bek-op-voetbalschoenen', had Westerhof bij aankomst beloofd dat hij Sundowns kampioen zou maken. Het jaar erop zou hij Sundowns de Afrikaanse beker voor landskampioenen bezorgen. Zo niet, dan nam hij ontslag.

Westerhof zit er nog steeds, maar er zijn dan ook verzachtende omstandigheden. “Wat wil je dan? Ik, met mijn reputatie, kan toch niet hier komen zeggen dat we derde gaan worden? Het afgelopen seizoen, je houdt het niet voor mogelijk, verlies ik maar vijf wedstrijden. En ik word geen kampioen! Sundowns werd kampioen in 1993, toen hebben ze er elf verloren! De laatste twee wedstrijden ging ik de boot in met 1-0. Daar zat voetbalpolitiek achter. Westerhof kon niet kampioen worden in het eerste jaar, anders moest de bond me coach maken bij het nationale team.”

Bluffer, praatjesmaker, toffe jongen - Westerhof spant zich niet in om de reputatie die hij in Nederland heeft opgebouwd ongedaan te maken. “Ik bluf voor vijftig procent, maar de andere vijftig procent weet ik zeker.” Voor hem telt vooral de waardering die hij in Afrika krijgt en zijn dagelijks werk, het slijpen van de ruwe diamanten van het Afrikaanse voetbal. Op het veld van FC Sundowns is de andere kant van Clemens Westerhof te zien; die van de gedreven trainer. Hij doet fanatiek mee aan het rondootje, probeert geduldig om pingelaars uit de zwarte townships het één keer raken bij te brengen en is coach, clown en vader tegelijk. Soms schalt er een hoogst Nederlands god-verre-domme over het veld met de zachte Gelderse g. De spelers begrijpen het.

“Hier hebben ze nog echt vanuit hun persoonlijke situatie honger naar de bal”, zegt Westerhof. “In Holland zijn ze door en door verwend, daar liggen de broekjes en shirtjes voor jongens van zestien klaar. Hier vechten ze overal hard voor. Voor een trainer is dat machtig werken: je kunt ze gigantisch motiveren. Het geeft voldoening, want als je zo'n jongen naar een hoger niveau tilt, wordt zijn hele familie er beter van. Je bent in Afrika met veel meer bezig dan voetbal alleen.”

De club is tevreden over Westerhof, ook al werd hij geen kampioen. Westerhof heeft volgens de clubleiding het individualisme van de Afrikaanse voetballer gekoppeld aan de taktische discipline van het Europese voetbal. Volgens Angelo Tsichlas, de vice-voorzitter, slaagt de Nederlander waar anderen zouden falen. “Cruijff en Advocaat redden het hier misschien niet. Westerhof begrijpt de Afrikaanse mentaliteit. Hij heeft de spelers verbeterd. Hij heeft een heel goed gevoel voor de ontwikkeling van jonge spelers. Hij is agressief, soms wat over-agressief. Maar als je als trainer in Nigeria overleeft, moet je een hele sterke vent zijn.”

Voor Westerhof is Zuid-Afrika een verademing, na de chaos en anarchie van het Nigeriaanse voetbal. Hij noemt het “een paradijs”, met stadions waar Europese topclubs jaloers op kunnen zijn en velden als biljartlakens. Hij beweegt zich ontspannen door Johannesburg, schudt handen en slaat op schouders, en is kleurenblind. Bij Westerhof heet iedereen, afhankelijk van de sekse, my friend of sweetheart.

“Afrikanen hebben een bepaalde trots. Ze willen altijd winnen van de white man, dat krijg je er niet uit. In Zuid-Afrika hebben ze ook hun eigen trots, maar ze zien donders goed dat de blanken een hoop goede dingen hebben gebracht. De zwarte Zuidafrikanen zijn graag in dienst bij blanken, omdat ze dan zeker weten dat ze hun geld krijgen. Maar blaf ze niet af: ze hebben nu dezelfde rechten, hè.

“Ik vind het prachtig zoals het hier nu gaat. Een groot compliment gaat uit naar De Klerk en natuurlijk naar Mandela. Wat een ongelooflijke man. Hij komt na 27 jaar uit de gevangenis en zegt dan niet: 'Hang die maar op, en hang die maar op.' Ik heb hem voor een wedstrijd eens de hand geschud. Ik heb hem verteld dat we thuis in Arnhem de Mandelabrug hebben, dat vond'ie mooi.”

Hoezeer hij ook ingeburgerd lijkt in Zuid-Afrika, de naam Nigeria valt om de paar zinnen. Hij won met het nationale elftal de African Nations Cup en leidde het naar het WK-toernooi in Amerika. Daar haalden de Nigerianen de laatste zestien en moesten ze na een domme nederlaag tegen Italië naar huis. Nigeriaanse spelers wezen na afloop naar Westerhof als de schuldige voor het debâcle. Er verschenen verhalen dat de trainer zou zijn bedreigd en zijn leven niet veilig zou zijn als hij in Nigeria zou terugkeren.

“Allemaal onzin. Ik had voor de WK officieel al ontslag genomen. Ik had ze gezegd: na de laatste wedstrijd gaat papa - zo noemde ik mezelf daar - met het vliegtuig naar Amsterdam en jullie gaan naar Lagos. In Nigeria ben ik een held, nog steeds. Ik heb daar wat gepresteerd. Een hele hoge piet uit Nigeria belde me onlangs op en zei: 'We hebben de hele wereld afgezocht naar een tweede Westerhof, maar we kunnen hem niet vinden!' De voorzitter van de Nigeriaanse voetbalbond heeft nu iemand naar Zuid-Afrika gestuurd die met me wil praten. Waarom? Misschien wel weer om de voorbereiding voor de WK op me te nemen. Ik zou het doen, zonder meer. Maar er moeten eerst een paar beloftes ingelost worden. Er is een inzameling gehouden voordat we naar het WK in de VS gingen, daar is een half miljoen dollar binnengekomen. Daar moet papa ook nog een plukkie van hebben. En er is iemand geweest die heeft gezegd: als jij de African Cup thuisbrengt, krijg je nog eens een lekker plukkie. En dan praat ik over een één met vijf nullen erachter - dollars wel te verstaan.”

Nigeria doet om politieke redenen niet mee aan het toernooi om de African Nations Cup, dat op dit moment in Zuid-Afrika wordt gehouden. Westerhof vindt dat zijn opvolger in Nigeria, zijn voormalige assistent Jo Bonfrère, over zich heen heeft laten lopen. De verhouding tussen de twee is getroubleerd: volgens Westerhof zit Bonfrère achter de negatieve verhalen die over hem zijn verschenen. “Op mijn advies hebben de Nigerianen Bonfrère als bondscoach genomen. Ze hebben gewoon naar papa geluisterd. Het is voor vijftig procent zijn schuld dat Nigeria niet naar de African Cup is gegaan. Hij had naar die president moeten gaan en zijn ontslagbrief moeten indienen. Als je je voorganger via-via wil neersabelen, dan moet je ook een vent zijn en opstaan. Maar daar heeft 'ie de guts niet voor.

“Ik ken generaal Abacha. Hij belde me op in Tunesië, voor de halve finale van de African Cup. 'Mr. Westerhof, I want that cup. I need it', zei hij. 'De naam Nigeria is al in de Cup gegraveerd, meneer de president', zei ik. Toen we hem hadden gewonnen omhelsde hij me zo stevig dat hij mijn nieuwe pilotenzonnebril vermorzelde. Je krijgt tien nieuwe van me, zei hij.

“Abacha is een militair mannetje, dat het bestuur van het land strak in de hand houdt. Moet in Nigeria - anders loopt het finaal uit de klauwen. De mensen waren eens ontevreden, omdat de benzine patsboem op een dag honderd procent duurder werd. Er ontstond oproer, en de politie kon er niet tegenop. Dan komen de militairen de straat op en dan is het òver, klaar. Dan kan je wel zeggen: regime dit en regime dat - nee: lekker dat gepeupel die benzinestations laten afbranden! Mensen de kop laten afhakken! Abacha wil ook democratie, op den duur. Maar als Abacha zich nu met zijn militairen terugtrekt in de kazernes, dan is het groen aan de bomen nog niet veilig.”

Westerhof laat een fax zien met het aanbod van een club uit Saoedi-Arabië. Exotische koninklijke namen ondertekenen een exotisch salarisvoorstel. Hij ging er niet op in. Hij voert een lang telefoongesprek met een spelersmakelaar uit Europa: Zuidafrikaanse voetballers zijn goedkoop en in trek.

In een paar uur tijd heeft hij gemijmerd over een nieuwe termijn bij Sundowns, een terugkeer als bondscoach bij Nigeria of een contract als trainer bij het Zuidafrikaanse nationale elftal. Maar de eenzaamheid kan het wel eens winnen van de dollars. “Ik ben natuurlijk aan het rondbazuinen over de mooie dingen hier, maar ik zit hier maar alleen. Iedereen gaat na zijn werk naar zijn eigen huis, zijn vrouw en kinderen. Ik ga alleen naar die flat. Ik heb 38 pakken Cappuccino Amaretto uit Nederland meegenomen, dan zet ik voor mezelf een kop en dan zeg ik: come on, je hebt je koffie nog. Maar ik wil toch mijn familie hier hebben of teruggaan naar Holland, want alleen is niks, bullshit. Ik ben niet zielig, ik heb het hier heel erg naar mijn zin, maar ik ben 55 jaar en niet meer zo'n stapper. Pas merkte ik dat ik in mezelf zat te praten. Toen dacht ik: krijg nou wat, ik zit in mezelf te lullen, het wordt tijd dat ik weer naar Holland ga.”

Bij het vertrek geeft Westerhof me een stropdas, waarop zijn hoofd is afgebeeld. Hij draagt een grote donkere zonnebril. Zijn handtekening staat eronder. Ik vergeet hem te vragen of het een van de tien pilotenbrillen van Abacha is. “Mooi hè? Daar heb ik er 25.000 van laten maken. Ze kostten me een tientje per stuk en ik verkocht ze voor 25 gulden. Ik heb er nog twintig over. Heel Lagos loopt ermee.”

    • Peter ter Horst