De zet van het jaar

De Duitse schaker Klaus Junge deelde in 1941 de eerste plaats in het kampioenschap van Duitsland met Paul Schmidt. Junge was toen zeventien jaar. Hij maakte snelle vorderingen en een jaar later won hij samen met wereldkampioen Aljechin een toernooi in Praag.

Tegenwoordig kijken we niet vreemd op als jonge schakers grote successen behalen, maar volgens The Oxford Companion of Chess, een standaardwerk waarmee ik het zelden oneens ben, hadden tot die tijd alleen Botwinnik en Szabo op achttienjarige leeftijd zo'n grote speelkracht getoond. Praag 1942 was het laatste toernooi van Junge. Hij kwam uit een gezin van overtuigde nazi's, nam vrijwillig dienst in het Duitse leger en sneuvelde aan het front, drie weken voor het eind van de oorlog.

Een van de openingen waarmee Junge mooie partijen speelde, was de wilde en uiterst gecompliceerde variant die wij kennen als de Botwinnikvariant. Botwinnik won er in 1945 in de radiomatch tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten een opzienbarende partij mee tegen Denker. Het is niet verwonderlijk dat de schaakwereld die variant toen liever naar Botwinnik dan naar de Duitse officier Junge noemde.

De Botwinnikvariant is een monument voor de rijkdom van het schaakspel. Al vijftig jaar wordt de variant door de beste schakers ter wereld onderzocht, maar nog steeds is het labyrinth niet in kaart gebracht, steeds nieuwe mogelijkheden worden gevonden, de een nog verrassender dan de andere.

In de derde ronde van het Hoogovenstoernooi in Wijk aan Zee bracht Ivantsjoek op de 21ste zet een openingsnieuwtje in de Botwinnikvariant. Het moet wel raar lopen als het niet het nieuwtje van het jaar zal blijken te zijn. Het was een werkelijk verbluffende zet, een dameoffer in een stelling die eerdere waarnemers als heel gewoon en ongeveer gelijk hadden beschouwd. Ivantsjoek zei achteraf dat hij zijn nieuwtje niet in de studeerkamer, maar tijdens de partij had gevonden. Bij veel schakers zouden we denken dat we met zo'n opmerking voor de gek werden gehouden, maar Ivantsjoek vertrouwen we. Verkwikkende gedachte. Een klein hoekje van de schaaktheorie, meer dan vijftig jaar lang bestudeerd door iedereen die meetelt in de schaakwereld, en toch kan iemand nog improviserend een schokkende verbetering vinden. Als hij tenminste Vasili Ivantsjoek heet.

Wit Ivantsjoek-zwart Sjirov

1. d2-d4 d7-d5 2. c2-c4 c7-c6 3. Pb1-c3 Pg8-f6 4. Pg1-f3 e7-e6 5. Lc1-g5 d5xc4 6. e2-e4 b7-b5 7. e4-e5 h7-h6 8. Lg5-h4 g7-g5 9. Pf3xg5 h6xg5 10. Lh4xg5 Pb8-d7 11. e5xf6 Lc8-b7 12. g2-g3 c6-c5 13. d4-d5 Dd8-b6 14. Lf1-g2 0-0-0 15. 0-0 b5-b4 16. Pc3-a4 Db6-b5 Boeken kunnen worden volgeschreven over de vele alternatieve mogelijkheden die wit en zwart vanaf de zesde zet hebben gehad. Wat hier gebeurt wordt als de hoofdvariant van het Botwinniksysteem beschouwd. Zwarts laatste zet werd lang als de enig goede beschouwd, maar de laatste jaren zag je ook experimenten met 16...Da6 en 16...Dd6. Sjirov, een groot kenner van de variant, keert terug op het vertrouwde, maar overigens ook zeer glibberige pad. 17. a2-a3 e6xd5 18. a3xb4 c5xb4 19. Lg5-e3 Pd7-c5 20. Dd1-g4+ Td8-d7 20...Kb8 wordt sinds Agzamov-Chandler, Belgrado 1982, als slecht beschouwd wegens 21. Dd4 Pxa4 22. Dxa7+ Kc7 23. Txa4 Ta8 24. Dxa8 Lxa8 25. Txa8. U ziet dat de onderzoekers in deze verre streken al vele jaren geleden geweest zijn.

21. Dg4-g7!! Het is niet mijn gewoonte, een dubbel uitroepteken, maar in dit geval geheel op zijn plaats. Aan deze fantastische zet had nog niemand gedacht. 21...Lf8xg7 22. f6xg7 Th8-g8 23. Pa4xc5 Twee stukken heeft wit voor de dame, maar ook tal van dreigingen, zoals 24. Lh3 (wat op 23...Txg7 zou komen) of 24. Ld4, waarna wits pion op g7 bijna een toren waard zou zijn. 23...d5-d4 24. Lg2xb7+ Td7xb7 25. Pc5xb7 Dreigt 26. Pd6+ met damewinst, een belangrijke pointe van wits combinatie. 25...Db5-b6 Na 25...Kxb7 (of 25...Dxb7) 26. Lxd4 zou pion g7 zwarts ondergang betekenen. 26. Le3xd4 Db6xd4 27. Tf1-d1 Dd4xb2 Ivantsjoek zei na de partij dat zwart het had kunnen houden, maar ik was er niet bij om voor u op te tekenen hoe dat zou moeten. Waarschijnlijk is zijn laatste zet teveel gevraagd en had hij 27...Dxg7 moeten doen. Ook dan staat wit zeker beter. 28. Pb7-d6+ Kc8-b8 29. Td1-b1 Db2xg7 30. Tb1xb4+ Kb8-c7 31. Ta1-a6 Nu is het mis met zwart. Hij dreigt door 32. Tb7+ in een paar zetten mat gezet te worden. 31...Tg8-b8 Een wanhopig kwaliteitsoffer, waarna wit wint door zijn materiële overmacht. 32. Ta6xa7+ Kc7xd6 33. Tb4xb8 Dg7-g4 34. Tb8-d8+ Kd6-c6 35. Ta7-a1 Zwart gaf op.

Een Nederlandse schaker die niet uit een Hollandse maar uit een Russische bloemkool was geboren, merkte lang geleden eens op dat in dit land je betovergrootmoeder wel bij de watergeuzen moest hebben gediend, wil het Nederlandse publiek je als een bona fide kaaskop erkennen. Niet zonder een kern van waarheid, maar toch wat overdreven, lijkt me. In ieder geval, mijn chauvinistisch hart klopt warm bij de successen van de kampioen van Nederland Ivan Sokolov, die ook in het Hoogovenstoernooi weer snel de eerste plaats innam, zoals gebruikelijk in fraaie stijl.

Wit Sokolov-zwart van Wely

1. d2-d4 d7-d5 2. c2-c4 d5xc4 3. e2-e3 Pg8-f6 4. Lf1xc4 e7-e6 5. Pg1-f3 c7-c5 6. Dd1-e2 a7-a6 7. d4xc5 Lf8xc5 8. 0-0 Pb8-d7 Vroeger dacht men dat zwart de witte opstelling goed kon bestrijden met 8...Dc7 9. e4 Pg4 10. e5 Pxf2, maar Sokolov heeft een paar keer aangetoond dat dit veel minder prettig voor zwart is dan het lijkt. 9. e3-e4 b7-b5 10. Lc4-d3 Lc8-b7 11. a2-a4 b5xa4 12. Pb1-c3 0-0 13. Ta1xa4 a6-a5 14. e4-e5 Lb7xf3 Het witte paard moet weg, anders wordt zwart als in een beginnersboek door Lxh7+ overvallen. 15. g2xf3 Pf6-d5 16. Pc3xd5 e6xd5 17. Ta4-g4 Tf8-e8 18. f3-f4 g7-g6 19. De2-f3 Ta8-b8 20. Ld3-b1 Tb8-b4 Dreigt 21...Txe5 21. Tg4-g3 Pd7-f8 22. Tf1-d1 Zwart heeft ernstige moeilijkheden, want pion d5 kan niet goed beschermd worden en na 22...d4 krijgt wit aanvalsspel langs de diagonaal a2-g8. 22... Pf8-e6 Maar dit is wel de slechtst mogelijke oplossing. Het is een valletje: 23. Txd5 Pd4 24. De4 Pe2+.

23. f4-f5 Pe6-d4 24. Td1xd4 Hoewel Van Wely deze zet met wit in een simultaanpartij blind zou spelen zonder ook maar een seconde te aarzelen, schijnt hij er tijdens deze partij niet aan gedacht te hebben. 24...Lc5xd4 25. f5xg6 f7-f6 25. Df3-h5 Tb4-b7 27. g6-g7 Zwart gaf op.

    • Hans Ree