Boetes worden inkomstenbron voor gemeente

Januari is de maand waarin burgers geleidelijk aan worden geconfronteerd met tal van prijsverhogingen. Opvallend is de mate waarin lokale overheden en publieksorganisaties als drinkwaterbedrijven en elektriciteitsmaatschappijen zich voegen in de rij van 'prijsaanpassers', zoals dat weinig alarmerend wordt geformuleerd.

Dit jaar wordt alleen al voor diensten van gemeenten aan de burger een prijsverhoging gepresenteerd van naar verwachting 7 procent. Dat zijn niet alleen noodzakelijke verhogingen ter dekking van hogere kosten. Lokale overheden maken steeds meer gebruik van de mogelijkheden om burgers ver boven kostprijs te belasten.

'Decentralisatie van beleid' heet dat geruststellend. Feitelijk kort de rijksoverheid op provincie- en gemeentefondsen. Dat kan, omdat deze kortingen worden uitgeruild tegen verruiming van mogelijkheden voor lokale heffingen. De lagere overheden wentelen aldus de opgelegde kortingen grotendeels af op de burgerij. Van ecotax tot onroerend goed belasting. En van parkeerheffingen tot fikse boetes voor te late betaling.

Er ontwikkelt zich aldus een nieuw inkomen voor lokale overheden, dat ver uitstijgt boven de te maken kosten.

Deze nieuwe inkomstenbron trekt een vreemde wissel op het gemeentelijk functioneren. Althans als er boeten in het spel zijn. In steeds meer lokale regelingen worden boetebepalingen opgenomen.

Wij kennen al de gemeentelijke bevoegdheid om parkeerheffingen te incasseren. In hoog tempo raakt de wielklem (van gemeentewege) in de mode. De kosten daarvan worden afgedwongen door een vorm van beslag op de auto. In sommige gevallen zelfs verhoogd met bovenmatig hoge kosten van transport naar een afgelegen plek. Voor de burger betekent dit feitelijk hogere boetes, die bovendien op steeds agressievere wijze worden geïncasseerd.

Zo hier langs democratische weg voor wordt gekozen, zou van geen probleem mogen worden gesproken. Toch groeit de burgerlijke onvrede. Wielklemmen die enkele minuten na parkeren worden aangebracht. Verwijdering van auto's zonder dat deze in de weg staan. Dat roept de vraag op welke doelen gemeenten hier nastreven. Ongetwijfeld zal worden beweerd dat het om handhaving van regels gaat. Een nobel streven, maar wel met het commerciële tintje van steeds interessantere neveninkomsten. En dat alles onder het motto dat het lokaal afhandelen van bestuursboeten, zoals dat wordt genoemd, zo veel effectiever is.

Prof. mr. G.J. Corsten sprak in zijn afscheidsrede op 23 juni 1995 aan de Nijmeegse Universiteit van de opmars van de bestuursboete. Dat is geen element in het strafrecht maar een besturingsinstrument van het lokale bestuur. Dat bestuur neemt boetebepalingen op in zijn lokale regelgeving. Voor veel voorkomende, eenvoudig constateerbare overtredingen, zo is de gedachte, is lokale afhandeling van bestuursboeten immers effectiever en efficiënter. Toch kleeft aan deze opmars een ernstig bezwaar.

Gemeenten zullen al te gauw wennen aan deze nieuwe inkomensstroom. Inkomen dat vatbaar is voor beleid. Boetebepalingen worden immers door de lokale autoriteiten zelf gemaakt. Hier schuilt het risico dat doelstellingen van handhaving worden overwoekerd door inkomensbehoeften. Zeker als winstmarges verder worden opgevoerd. Reeds nu is de relatie tussen werkelijke kosten van handhaving en de hoogte van boeten (of heffingen, administratiekosten en dergelijke) zeer twijfelachtig.

Voor noodlijdende gemeenten biedt de nieuwe inkomensstroom een wenkend perspectief. Nog even, en de burger ontdekt dat hij er goed aan doet om door noodlijdende gemeenten wat zachter te rijden en daar ook extra zorgvuldig te parkeren. In rijkere gemeenten kan hij zich wat nonchalanter bewegen. Ongelijkheid in boetebepalingen zal dan niet zijn ingegeven door verschil van inzicht in de handhaving, maar door verschil in behoeften aan inkomen.

Zover zal het niet komen, zullen politici en juristen willen geruststellen. Een algemene wet op de bestuursboete zal wel kaders scheppen die voor gewenst evenwicht zorgen. Wat gemeenten wel of niet of maximaal mogen beboeten laat zich in een kaderwet wel regelen. Maar het is de vraag of zo'n wet voldoende tegenwicht kan bieden aan het winstbejag van lokale bestuurders. Iedere boete is er immers één. Iedere boetebepaling in een regeling vormt een potentiële bron van inkomsten. Gecompliceerde regelingen genereren meer boete-mogelijkheden. Ja zelfs een restrictief voorlichtingsbeleid kan helpen het gewenste peil van beboeting in de gemeente te 'handhaven'.

Hier dient zich de fundamentele overweging aan om lokale overheden hun inkomensten uit boetes te laten afdragen aan de rijksoverheid. Gewoon, zoals dat in het strafrecht gaat. Financiële belangen zitten het handhaven dan niet meer in de weg. De boete zal aan maatschappelijk draagvlak kunnen (her)winnen.

    • W.B. de Greve