Antwoordapparaat

Ik lijd onder een merkwaardig psychisch mankement, dat je het beste zou kunnen omschrijven als overschatting van het gezag van het telefonisch antwoordapparaat. Dat mankement bezwaart mij. Bovendien is het nog ondoorzichtig hoe het heeft kunnen ontstaan. Zelf bezit ik geen telefonisch antwoordapparaat en zolang als mijn verhouding met andere telefonische antwoordapparaten niet is opgehelderd, wil ik er ook geen hebben.

Ongeveer zoals je ook geen eigen vrouw kunt nemen, als je verhouding tot al die andere vrouwen nog duister is. Allereerst moet ik zeggen dat het mij altijd teleurstelt, als blijkt dat iemand plotseling een antwoordapparaat heeft aangeschaft. Zo iemand moet bedacht hebben, dat hij een persoon van gewicht is geworden. En zo kende je hem niet. Maar de aanschaf van een telefonisch antwoordapparaat heeft ook een vervreemdend effect, omdat het door de bezitter zo hartelijk wordt ingesproken. De boodschap lijkt tot jou gericht, maar is in werkelijkheid gericht tot een onbestemd aantal volstrekt onbekende bellers, waartoe je ongewild nu ook bent gaan behoren. Ik ken geen antwoordapparaat, dat mij vertrouwelijk zegt dat het heimelijk hoopte dat ik zou bellen en dat het hem verheugt dat ik eindelijk iets van mij laat horen. Het antwoordapparaat plaatst je terug in de amorfe massa van de anonimiteit. Dat doet de vriendschap geen goed. Bovendien blijken sommigen van je vrienden over een onbekende jolige kant te beschikken, die zij beter geheim hadden kunnen houden. Zij zijn gezwicht voor de verleiding zich met een geestig tekstje te melden, dat aangepast is aan het gemiddelde gevoel voor humor. Daar moeten ze mee ophouden, vind ik. Maar als ze niet geestig zijn, zijn ze onvermijdelijk koel en onpersoonlijk. Je kunt nog beter iemand niet thuis treffen, dan door hem toegesproken worden als één van de vele denkbare bellers. Het is ook bedriegelijk, want zo'n antwoordapparaat suggereert een zekere mate van belangstelling maar die is ongericht en onverschillig als een hoer, die ook niet weet wie bij haar binnenkomt.

Ik heb maar heel zelden iets op een antwoordapparaat ingesproken en als ik het deed was ik tot mijn verbijstering ongekend zenuwachtig. Ik kom niet goed uit mijn woorden en word door gêne gedwongen de boodschap voortijdig af te breken. Verdomme, dat mij dit wordt aangedaan, denk ik dan. Meestal wacht ik gelaten de aangekondigde pieptoon af en hang op. Maar ook dat stemt mij ongelukkig. Ik ben altijd een beetje bang, dat iemand aan een kleinigheidje kan merken dat ik heb gebeld, maar om een of andere lullige reden niet bereid was mijn naam te noemen. Je wordt zo ongewild tot anonieme beller, die de telefoondienst gaat opsporen, omdat je fatsoenlijke abonnees met je dreigend zwijgen lastig valt. In het gebouw waar ik werk, beschikt de directeur over een antwoordapparaat, dat jouw nummer registreert. Met dat apparaat heb ik een keer contact gehad en ik zei niets. Later werd ik teruggebeld met de vraag wat ik nou wilde. Ik schaamde me dood. Ik leek als een kleuter te moeten worden toegesproken, dat ik voor de moderne tijd met zijn moderne omgangsvormen niet beducht hoefde te zijn. Mijn nalatigheid mij gewoon te melden aan zo'n bereidwillig apparaat, zal zeker ter sprake komen in het functioneringsgesprek. We wachten maar even af, hoe dat uitpakt.

Het bezit van een antwoordapparaat is onbetamelijk, omdat er een zekere dwang vanuit gaat. Want eigenlijk moet je iets zeggen, want anders had je niet moeten bellen. Je laat de bezitter ook in het ongewisse wie er gebeld heeft, als je niets zegt. Je wilde toch zo graag contact en nu dat even moet worden uitgesteld ben je te kinderachtig om een kleine vertraging te verdragen. Je moet gewoon je boodschap inspreken, anders stel je teleur. Dat maakt de bezitter van het apparaat jou impliciet kenbaar. Ik heb er een hekel aan gedwongen te worden tot dit vertoon van moed en doortastendheid.

Misschien moet mijn getroebleerde omgang met het telefonisch antwoordapparaat psychoanalytisch geduid worden. Je laat tenslotte iets achter dat van jou is, je stem, waarover je niet meer kunt beschikken. Je wilt je stem niet zomaar weggeven. Terughoudendheid daarin is misschien een regressie naar het vocaal-anale stadium en daar komen moeilijkheden van. Maar ik zal toch niet in analyse moeten, omdat anderen een telefonisch antwoordapparaat hebben aangeschaft. Ja, dat moet wèl, zegt de psychoanalyticus die ik net belde.

    • Jaap van Heerden