Amerikaanse presidentsvrouw worstelt met haar eigen idealen van openheid en eerlijkheid; Hillary de Harde

De eerste presidentsvrouw die ook carrièrevrouw en politica is, kent vele gedaanten. Van Hillary de Sociaal Voelende tot de Glimlachende Barracuda in het Witte Huis. Ooit geloofde zij dat er na Watergate een nieuwe tijd zou aanbreken. Maar nu zij zelf in opspraak is, blijkt openheid heel wat moeilijker. Kleine zaakjes, grote gevolgen.

De ondergang van president Richard M. Nixon in het Watergate-schandaal bood Hillary Rodham een gouden kans. Ze was 26 en afgestudeerd als jurist, met een specialisatie in kinderrecht. Ze was gefascineerd door de politiek, fel gekant tegen de Vietnam-oorlog en ze had intensief campagne gevoerd voor Nixons Democratische tegenstander George McGovern. De onthullingen over de inbraak in het Watergate-gebouw, en de duistere rol van het Witte Huis daarbij, bevestigden voor haar en haar vrienden de onbetrouwbaarheid van Nixon - de man die alles belichaamde waartegen haar generatie zich afzette. Dat hij in 1972 toch herkozen was, konden zij niet begrijpen.

Maar de onthullingen over de president hielden aan, ook in zijn tweede ambtstermijn. En eind 1973 stelde het Huis van Afgevaardigden een commissie van juristen samen om de afzettingsprocedure van Nixon voor te bereiden. Uit de vele honderden sollicitanten werden 44 advocaten gekozen, onder wie drie vrouwen - en een van hen was Hillary Rodham. In spijkerbroek, wijd blauw overhemd en met een grote bril op kwam ze naar Washington om het politieke drama dat zich daar ontrolde van zeer nabij mee te maken.

Het zou “een van de belangrijke professionele en politieke ervaringen” van haar leven worden, vertelde ze later aan haar biografe Donnie Radcliffe (Hillary Rodham Clinton; A First Lady of Our Time, 1993). De commissie had de gevoelige taak om al het bewijsmateriaal tegen Nixon bijeen te brengen en jurisprudentie te verzamelen over afzettingsprocedures. Hillary Rodham behoorde al snel tot de inner circle van de commissie. Soms maakte ze deel uit van het selecte groepje dat de veelbesproken bandjes afluisterde die Nixon had opgenomen van alle gesprekken in het Witte Huis.

Vooral het bandje waarop de president te horen was terwijl hij zèlf zijn bandjes terugluisterde maakte een diepe indruk. Nixon dacht hardop hoe hij zich tegen het belastende materal kon verdedigen. “Zachtjes op de achtergrond hoorde je een eerdere conversatie die hij gevoerd had”, vertelde ze in 1990 aan een krant in Arkansas. “En dan hoorde je hem zeggen: 'Wat ik bedoelde te zeggen toen ik dat zei, was...' Het was onwerkelijk, ongelooflijk.”

Voor het tot een formele afzetting kwam was de situatie voor Nixon al onhoudbaar geworden en trad hij af. Voor Hillary Rodham en haar generatie brak er een nieuwe tijd aan, waarin op een andere manier politiek bedreven zou worden: opener en eerlijker.

Inmiddels is de jonge juriste van toen first lady van het land, en zèlf voorwerp van onderzoek door commissies van het Congres en een onafhankelijke aanklager. Er is geen inbraak in het spel, en voor zover bekend ook geen betaling van zwijggeld of afluisterpraktijken, zoals bij Nixon. Maar ze wordt wèl uitgemaakt voor leugenaar, ze zou onderzoek van justitie en het Congres hebben tegengewerkt en zich in de jaren tachtig hebben ingelaten met duistere financiële zaakjes.

Toen de Amerikanen in 1992 Bill Clinton kozen als hun president, kwam de macht voor het eerst in handen van iemand die na de Tweede Wereldoorlog was geboren, een babyboomer, een politicus van de post-Nixon generatie, die na Watergate zijn entree in de politiek had gemaakt. Zijn vrouw Hillary was binnengehaald als het nieuwe type presidentsvrouw, een zelfbewuste partner met een eigen carrière en eigen politieke taken. En zo had ze zich ook aan de kiezers gepresenteerd: “Als je op hem stemt, dan krijg je mij erbij”.

Dat aanbod van twee-halen-één-betalen hebben de Clintons gestand gedaan - Hillary Rodham Clinton werd de eerste presidentsvrouw in de Amerikaanse geschiedenis die grote politieke verantwoordelijkheid kreeg en zich openlijk bemoeide met de politiek van haar man. Dat was van het begin af aan omstreden, maar onmiskenbaar vernieuwend. Zelfs de krachtige Eleanor Roosevelt, die Hillary Clinton graag als voorbeeld ziet en die ook voorwerp van heftige kritiek was, had niet zoveel in de melk te brokkelen.

Voor veel vrouwen was Hillary Clinton, als presidentsvrouw die tegelijk moeder, echtgenote en sociaal bewogen activiste bleef, een model. Maar als politicus, en dat is ze ook, doet ze in sommige opzichten toch denken aan politieke figuren van het oude stempel, ja soms zelfs aan de eeuwige boeman van haar generatie, Richard Nixon.

Pappie

Een van de lessen die Bill en Hillary Clinton hun dochter al op vroege leeftijd wilden bijbrengen, was dat het leven hard en onrechtvaardig kan zijn, zeker in de politiek. “Weet je, pappie stelt zich weer verkiesbaar als gouverneur”, vertelde Hillary de zesjarige Chelsea eens tijdens een avondmaaltijd in 1986 in de gouverneurswoning in Little Rock, de hoofdstad van Arkansas. “Als hij wint kunnen we in dit huis blijven wonen en dan blijft hij proberen mensen te helpen. Maar eerst zijn er verkiezingen. En dat betekent dat andere mensen zullen proberen de kiezers te overtuigen op hèn te stemmen in plaats van op pappie. Een van de manieren waarop ze dat misschien doen, is door gemene dingen over hem te zeggen.”

Deze huiselijke scène beschrijft de presidentsvrouw in haar onlangs verschenen boek It Takes a Village, een verzameling opstellen en tips over kinderen en opvoeding, afgewisseld met persoonlijke herinneringen en anecdotes. Hillary Clinton vertelde haar niet-begrijpende dochter dat in de verkiezingscampagne mensen zelfs leugens over haar vader kunnen vertellen. En om Chelsea tegen de buitenwereld te wapenen besloten de Clintons een rollenspel met haar te spelen: het meisje moest een toespraak houden alsof ze haar vader was, terwijl die zijn tegenstander speelde en lelijke dingen over zichzelf zei.

Clinton speelde zijn rol zo goed dat zijn dochter tranen in de ogen kreeg: waarom zou iemand zo iets onaardigs over haar vader zeggen? “Maar nadat we de oefening een paar avonden hadden herhaald, kreeg ze geleidelijk haar emoties in bedwang en inzicht in de situaties die zich konden voordoen.”

Ook leerde Hillary Clinton haar dochter haar favoriete bakerrijmpje, dat de oneerlijkheid en de onvoorspelbaarheid van het leven zo mooi tot uitdrukking brengt: As I was standing in the street As quiet as could be A great big ugly man came up And tied his horse to me. (Terwijl ik buiten stond op straat, Zo stil als ik maar kon, Kwam een grote lelijke man op me af, En bond zijn paard aan me vast.)

Of haar dochter bij al het lelijks wat er de afgelopen jaren over haar ouders is gezegd, veel aan de lessen heeft gehad, wordt in het boek niet helemaal duidelijk. Maar Hillary zèlf heeft in het eerste, veelbewogen jaar in het Witte Huis nog dikwijls aan dat rijmpje teruggedacht, schrijft ze. En nu ze dezer dagen zo hevig onder vuur ligt in de pers en het Congres lijkt ze het liefst in de rol van dat arme, onschuldige meisje te kruipen, dat plotseling aan dat vreselijke paard vast zit.

Het weekblad Newsweek beeldde haar vorige week af om het omslag, met de woorden Saint or Sinner?, heilige of zondares. Haar trouwe fans zullen zeker nog geloven dat ze het eerste, en haar tegenstanders dat ze het laatste is. Maar het lijkt waarschijnlijker dat ze het allebei een beetje is, dat het twee gezichten zijn van een veelzijdige vrouw, twee van de vele gezichten van Hillary Clinton.

Bij de minutieuze onderzoeken naar de Whitewater-affaire en Travelgate speelt op de achtergrond steeds één grote vraag mee: wie is Hillary Clinton eigenlijk? Wie is die zelfverzekerde echtgenote van die eeuwig aarzelende president? Wie is die vrouw die Bill Clinton zijn drijvende kracht noemt? Die ervaren jurist in het Witte Huis die geen welomschreven functie heeft, die niemand politieke verantwoording schuldig is, maar die een eigen politieke agenda heeft en die een onmiskenbaar stempel heeft gedrukt op het presidentschap van haar man?

De Zelfverzekerde

Al tijdens haar vroege jeugd in het welgestelde Park Ridge, een voorstad van Chicago, ontpopte zich Hillary De Zelfverzekerde. Ze was de oudste van drie kinderen (geboren in 1947), en het enige meisje. Toen ze eens, vier jaar oud, in tranen thuis kwam omdat een meisje uit de buurt haar had geslagen terwijl een paar jochies joelend toekeken, had haar moeder gezegd: “In dit huis is geen plaats voor lafaards. De volgende keer moet je haar terugslaan.” Hillary nam die raad niet alleen ter harte, ze haalde al uit toen het andere meisje er alleen nog maar aankwam. Stralend rende ze naar huis om haar moeder te vertellen: “Nu mag ik meedoen met de jongens.”

Het beschermde suburbia waar ze opgroeide, piano- en dansles kreeg en naar school ging, was een wereld waarin het gras altijd gemaaid was, de kinderen schommelden, de vaders keurige banen hadden en de moeders voor het huis en de kinderen zorgden. Men stemde er Republikeins, en als zeventienjarige ging Hillary als Goldwater-girl de deuren langs om reclame te maken voor de conservatieve Republikein Barry Goldwater. Het was een totaal andere achtergrond dan die van Bill Clinton, wiens vader omkwam bij een auto-ongeluk en die in armoede opgroeide en moest aanzien hoe zijn moeder werd mishandeld door zijn stiefvader.

Toch werd in dat keurige Park Ridge de kiem gelegd voor Hillary De Sociaal Voelende. De dominee van de Methodistische kerk nam haar en haar klasgenootjes af en toe mee naar de binnenstad van Chicago, waar hij hen in contact bracht met zwarte en Spaanstalige gezinnen. Eens woonden ze een toespraak bij van Martin Luther King Jr., die na afloop aan de kinderen werd voorgesteld. Hij schudde Hillary en haar vrienden de hand, zoals John F. Kennedy in 1963 de hand schudde van de zestienjarige Bill Clinton.

Na de middelbare school ging Hillary Rodham naar het progressieve Wellesley College, bij Boston, waar alleen vrouwen studeerden. Haar hoofdvak was politieke wetenschap en haar scriptie ging over buurtwerk voor de armen. Haar rechtenstudie voltooide ze aan Yale, de universiteit waar ze Bill Clinton ontmoette.

Watermeloenen

Het verhaal wil dat ze op een dag in een drukke gang van de universiteit iemand in een zwaar zuidelijk accent hoorde zeggen: “En dat niet alleen, maar we kweken ook de grootste watermeloenen ter wereld”. Toen ze informeerde wie deze grote, baardige man was kreeg ze als antwoord: “Oh, dat is Bill Clinton. Hij komt uit Arkansas, en daar houdt hij nooit over op”.

Tot een kennismaking kwam het pas later, in de bibliotheek. Hillary probeerde daar te studeren maar bemerkte dat Clinton, die aan het andere eind van de zaal stond te praten, haar maar bleef aanstaren. Ze stond op en liep naar hem toe met de woorden: “Als je me zo blijft aanstaren en ik blijf terugkijken kunnen we beter elkaars namen kennen. Ik ben Hillary Rodham.” Clinton was, zou hij later beweren, met stomheid geslagen. “Ik kon mijn eigen naam niet meer bedenken.”

Het klikte wonderwel tussen het joviale gezelschapsmens Clinton en de ernstige Hillary Rodham, die minder tijd en geduld had voor frivoliteiten. Zij voelde zich tot hem aangetrokken, zei ze in 1992 in een interview, omdat hij “niet bang voor me was”. Volgens cynici had het stel één ding gemeen: ze waren allebei verliefd op Bill Clinton.

Na haar studie werkte ze korte tijd voor het Children's Defense Fund, een belangenorganisatie voor kinderen waarvan ze later zes jaar de voorzitter zou zijn. Daarna voor de commissie die voor het Huis van Afgevaardigden de afzetting van Nixon voorbereidde. De moeilijke keus waar ze vervolgens voor stond was die tussen een eigen carrière en het volgen van Clinton, die terugwilde naar Arkansas om zijn politieke loopbaan te beginnen. Hillary De Pragmatische informeerde eens naar haar mogelijkheden om in Arkansas te werken (“zoals zoveel mensen uit Chicago wist ik niet goed waar het lag”), en ze bleek terecht te kunnen aan de universiteit van Fayetteville, waar Bill zijn entree in de politiek voorbereidde. Na een mislukte gooi naar een zetel in het Congres, werd hij wel gekozen als procureur-generaal en later als gouverneur.

Sinds de verhuizing naar Arkansas werkte Hillary Clinton mee aan de carrière van haar man: door geld te verdienen als advocaat (tot Clinton president werd was zìj de belangrijkste kostwinner), soms door zich over een politiek onderwerp te ontfermen en altijd door samen met hem campagne te voeren. Ze had voor zichzelf uitgemaakt dat ze haar politieke idealen op die manier het best kon dienen. Ze zag in dat arrangement geen onderwerping aan de carrière van haar man, maar een gezamenlijke missie. Ze vormden een politiek team, schertsend wel Billary genoemd.

Toen ze in 1975 trouwden, behield Hillary Rodham haar meisjesnaam. In Arkansas keek men daar wel van op: een vrouw die werkt, meer verdient dan haar man en ook nog haar eigen naam aanhoudt, onderscheidde zich wel heel erg van de belevingswereld van de doorsnee inwoner van Little Rock en omstreken. Maar het was geen grote kwestie. Pas toen Clinton in 1980 niet herkozen was als gouverneur begonnen de Clintons zich af te vragen of het toch niet beter was als ze de naam van haar man aannam. Dat deed ze, en met Hillary Clinton aan zijn zijde won Bill het gouverneurschap terug. Maar na de overwinning in de presidentsverkiezingen van '92 eigende ze zich haar meisjesnaam weer toe: voortaan was het Hillary Rodham Clinton, of in het Witte Huis: HRC.

Met de eerste naamsverandering deed ook Hillary De Modieuze haar intrede. Ze had nooit veel aandacht besteed aan haar uiterlijk, maar nu ruilde ze haar bril met dikke glazen in tegen contactlenzen, droeg ze nieuwe kleren en was ze modieus gekapt. Vooral het kapsel zou nog dikwijls grote veranderingen ondergaan, die op de voet werden gevolgd door een belangrijk deel van de media.

Veel van de problemen die de first lady nu achtervolgen, vinden hun oorsprong in de jaren in Little Rock, een kleine gemeenschap waar het zakenleven en de politiek dicht op elkaar zitten. Minder dan een maand nadat haar man als procureur-generaal de topman van justitie in Arkansas was geworden, trad zij in dienst bij het vooraanstaande advocatenkantoor Rose Law Firm. Het risico van belangenverstrengeling was meteen al groot. En toen haar man eenmaal gouverneur was, en de rechters benoemde met wie zij te maken kreeg, werd dat gevaar alleen maar groter.

Het inkomen van een gouverneur bedroeg zo'n 35.000 dollar, en een aanvulling was hard nodig. Hillary De Doortastende bleek in de commerciële advocatuur heel wat beter op haar plaats dan ze zelf in Yale ooit had durven geloven. En behalve met haar baan als advocaat, bracht ze ook geld binnen met een profijtelijke deal op de termijnmarkt. Bovendien investeerden de Clintons in een landontwikkelingsproject voor het bouwen van vakantiehuisjes, Whitewater geheten, in de hoop daar rijk van te worden.

Hoe makkelijk belangen verstrengeld konden raken, blijkt uit de relatie van de Clintons met James McDougal, initiatiefnemer en mede-aandeelhouder in Whitewater. McDougal, een manisch-depressieve zakenman, was eigenaar van een kleine spaarbank, Madison Guaranty, die later corrupt zou blijken en failliet ging. Hillary Clinton werkte als advocaat voor de bank. (Hoeveel werk is een van de vragen waarover nu opheldering wordt gezocht). Bill Clinton benoemde de toezichthouders die de banksector in de gaten moesten houden. En McDougal organiseerde een feestje om geld op te halen waarmee Clintons campagneschulden konden worden afgelost.

Jarenlang had Clinton in Little Rock de reputatie een schuinsmarcheerder te zijn, al werden de geruchten over buitenechtelijke verhoudingen nooit bewezen. Kort nadat Gary Hart zich in 1988 vanwege zijn avontuurtjes had moeten terugtrekken uit de Democratische voorverkiezingen, kondigde Clinton tot verrassing van velen (onder wie zijn moeder) aan dat hij ook niet mee deed. Toen hij zich vier jaar later wel kandidaat stelde, doken de verhalen over zijn buitenechtelijke seksleven al snel op. Hillary De Onverstoorbare zorgde ervoor dat hij daardoor niet werd uitgeschakeld.

Toen een voormalige tv-presentatrice en zangeres, Gennifer Flowers, kort voor de cruciale voorverkiezingen in New Hampshire naar buiten trad met het verhaal dat zij twaalf jaar lang een verhouding met Clinton had gehad, redde Hillary's krachtige optreden Clintons kandidatuur van een wisse ondergang. Ze kreeg voor elkaar dat zij en haar man samen geïnterviewd werden in het televisieprogramma van haar keuze, waar ze verklaarde: “Ik zit hier omdat ik van hem houd, hem respecteer en eerbied heb voor wat hij heeft doorgemaakt en wat we samen hebben doorgemaakt. En weet u, als dat niet genoeg is voor de mensen, dan moeten ze verdorie maar niet op hem stemmen.” Omdat het programma pas enkele uren later werd uitgezonden, konden ze er thuis op de bank rustig naar kijken, met dochter Chelsea, toen elf jaar oud, op schoot.

Beheersing

Diezelfde ijzeren beheersing legt Hillary Clinton ook dezer dagen aan de dag. Terwijl nu haar eigen geloofwaardigheid voortdurend in twijfel wordt getrokken, en politici en commentatoren haar onophoudelijk onder vuur nemen, geeft ze zonder tekenen van grote spanning het ene interview na het andere. Het liefst zou ze over haar pas verschenen boek praten, maar vragen over de affaires gaat ze niet uit de weg. Geduldig en volkomen in de plooi herhaalt ze keer op keer haar versie van de gebeurtenissen, soms met een weemoedige glimlach of een ietwat geforceerd grapje, maar nooit als iemand die nerveus of in het nauw gedreven is. Wie haar zo ziet kan zich nauwelijks voorstellen waar al die malicieuze bijnamen vandaan komen die ze in de loop der tijd heeft gekregen, van De Lady Macbeth van Little Rock tot Die Slonzige Feminazi, van De Winnie Mandela van de Amerikaanse politiek en tot De Glimlachende Barracuda.

Hoewel onder haar eigen staf, die vrijwel geheel uit vrouwen bestaat, grote bewondering en loyaliteit aan de first lady heerst, getuigen andere Witte-Huismedewerkers van Hillary De Tirannieke. Een voormalig administratief directeur van het Witte Huis bijvoorbeeld schreef in een onlangs bekendgemaakt memorandum dat “de hel zou uitbreken” als in de kwestie van het interne reisbureau niet snel zou gebeuren wat HRC wilde.

Het ontzag voor haar persoonlijkheid wordt nog versterkt door de prominente politieke rol die ze op zich nam. Al in Arkansas pakte ze een deel van de taken van haar man aan, en nam ze persoonlijk de drastische hervorming van het onderwijsstelsel ter hand. In de eerste jaren van Clintons presidentschap werd ze formeel belast met de herziening van de Amerikaanse gezondheidszorg, een reusachtig en politiek uiterst gevoelig dossier, waar ze na twee jaar hopeloos mee stukliep op de weerstand van het Congres.

Een doorslaggevende stem had de first lady in de weken tussen Clintons verkiezingszege en zijn inhuldiging, toen de leden van het kabinet moesten worden uitgezocht en aangezocht. Niet alleen hield ze haar man aan zijn belofte een kabinet samen te stellen dat de Amerikaanse bevolking zou weerspiegelen (een voorkeursbeleid voor vrouwen en minderheden). Veel van de sollicitatiegesprekken deden de Clintons samen, of ze spraken de kandidaten na elkaar, en wisselden dan hun ervaringen uit.

Vincent Foster, een voormalige partner van Hillary's advocatenkantoor en een goede vriend van haar, was meegekomen naar Washington om de dubbelrol op zich te nemen van persoonlijk advocaat van de Clintons en plaatsvervangend juridisch adviseur van het Witte Huis. In zijn dagboek schreef hij dat Hillary blij was omdat ze een belangrijke rol in de regering kreeg. En “ik ben blij omdat Hillary blij is”, voegde de man - die volgens velen een verhouding met haar had - eraan toe.

Het raadsel van Fosters zelfmoord, op 20 juli 1993, vestigt de aandacht op Hillary de Mysterieuze. Aan de hand van gedetailleerde telefoonrekeningen proberen Republikeinse onderzoekers aan te tonen dat ze in de dagen meteen na het drama twee van haar meest naaste adviseurs opdracht heeft gegeven te verhinderen dat functionarissen van het ministerie van justitie vrije toegang hadden tot Fosters kantoor. Een agent zou gezien hebben hoe haar stafchef een stapel papieren van het kantoor naar de privévertrekken van de Clintons overbracht. Was er iets te verbergen?

Pas drie dagen na Fosters dood werd onder in zijn koffertje een versnipperd zelfmoordbriefje gevonden, met daarop onder meer de zinnen: “Het publiek zal nooit geloven in de onschuld van de Clintons en hun toegewijde staf” en: “Hier (in Washington, red.) wordt het kapot maken van mensen als sport beschouwd”. In een ander stuk, dat het Witte Huis pas twee jaar na zijn dood vrijgaf, schreef Foster dat de aftrekposten die de Clintons in verband met het Whitewater-project hebben opgevoerd in hun belastingaangifte “een blikje wormen” zijn dat hij vooral niet wil openmaken.

Zelfs de hoofdartikelenschrijvers van The Wall Street Journal, die elke nieuwe aanwijzing van mogelijk wangedrag van de president en zijn vrouw genadeloos hekelen, geloven dat de belangrijke vragen niet meer gaan over de zakelijke en politieke affaires in het Arkansas van de jaren tachtig. De brandende vraag is nu of er sprake is geweest van machtsmisbruik of obstructie van de rechtsgang door het Witte Huis, toen naar al die kleine zaakjes onderzoek werd gedaan. Heeft het Witte Huis, en met name de presidentsvrouw, zaken onrechtmatig verdoezeld of achtergehouden? Heeft Hillary, mogelijk om een klein schandaaltje te voorkomen, de wet overtreden en een groot schandaal over zich afgeroepen? Heeft ze zich, om in Watergate-termen te spreken, schuldig gemaakt aan een cover up?

Wat de onderzoeken daarover ook zullen uitwijzen, Hillary De Heilige, waar sprake van was op het omslag van Newsweek, Hillary het onschuldige meisje uit het rijmpje met het paard, lijkt meer droombeeld dan werkelijkheid. Natuurlijk heeft iemand die zo'n belangrijke positie inneemt in de politiek, zich op een of ander moment gecompromitteerd. In een land waar politici voor hun verkiezingscampagnes tientallen miljoenen moeten opbrengen, is zuiverheid een criterium dat om een ruime uitleg vraagt.

Natuurlijk geeft geen enkele politicus dat graag toe. Maar het lijkt wel alsof de Clintons, de kinderen van de post-Nixon-generatie die alles anders zouden doen, het er speciaal moeilijk mee hebben. Ze wringen zich in allerlei bochten om vooral toch maar onschuldig en puur te lijken - en juist daardoor gaan ze pas echt over de schreef. Zelfs kleine en betrekkelijk alledaagse zonden ontkennen ze verontwaardigd. Met grote stelligheid spreekt Hillary tegen dat ze - wat nogal begrijpelijk zou zijn geweest - geprobeerd heeft te voorkomen dat mensen van justitie zouden neuzen in papieren uit Fosters kantoor, ook al stapelen de aanwijzingen zich op dat ze dat wèl heeft gedaan. Nancy Reagan is er zonder problemen mee weggekomen dat ze de stafchef van het Witte Huis, Donald Regan, ontsloeg (en dat er politieke beslissingen werden genomen op basis van haar astrologische adviezen). Maar Hillary Clinton raakt in het nauw, niet omdat ze zeven medewerkers van het reisbureau heeft laten ontslaan, maar omdat ze als de vermoorde onschuld ontkende er de hand in gehad te hebben.

De snoepwinkel, het reisbureau en de escortservice

Met de verzamelnaam 'Whitewater' wordt een reeks van affaires aangeduid waar president Clinton en zijn vrouw in verwikkeld zijn. Centraal staan aanwijzingen dat zij geprofiteerd hebben van onrechtmatige financiële transacties, ongeoorloofde belastingaftrek en vermenging van belangen ten tijde van Clintons gouverneurschap van Arkansas in de jaren tachtig. Steeds belangrijker in 'Whitewater' wordt de vraag of het Witte Huis onderzoek naar de affaire heeft tegengewerkt.

Een onafhankelijke aanklager, Kenneth W. Starr, stelt een gerechtelijk onderzoek in. Daarnaast hebben de Senaat en het Huis van Afgevaardigden elk hun eigen onderzoekscommissie.

Whitewater was een recreatieproject aan de rivier de White, in de heuvels in noord-Arkansas, dat in 1978 werd opgezet door James McDougal, een zakenman die volgens eigen zeggen manisch-depressief is. McDougals vrouw Susan en Bill en Hillary Clinton waren mede-aandeelhouders van het project, waarmee ze kleine lapjes grond hoopten te verkopen voor de bouw van vakantiehuisjes. Vooral McDougal en Hillary hielden zich met het project bezig, maar ze gebruikten het prestige van Bill Clinton als procureur-generaal, en waarschijnlijk toekomstig gouverneur, om leningen te krijgen waarmee ze het project financierden. In 1979 trok gouverneur Clinton McDougal aan als economisch medewerker.

In 1982 kocht McDougal, die geen ervaring op dat gebied had, een spaarbank die hij de Madison Guaranty Savings & Loan Association noemde. De bank, die onder het toezicht viel van de bancaire autoriteiten van de staat Arkansas - die benoemd werden door gouverneur Clinton - begaf zich in riskante onroerend goed transacties. Al in 1984 waarschuwde een federale organisatie voor het bankwezen dat de investeringen twee keer zo groot waren als de wet van Arkansas toestond.

In 1989 werd de bank, waar ernstige corruptie was ontdekt, failliet verklaard - een van de vele spaarbanken die in de jaren tachtig aan overmoedig beleid ten onder ging in de wetenschap dat er een federale financiële garantie was om de verliezen op te vangen. In het geval van Madison Guaranty bedroegen de kosten 'voor de belastingbetaler' 65 miljoen dollar. Onderzocht wordt of er geld van de bank - die door McDougal eens omschreven is als “een snoepwinkel” - naar Whitewater is gesluisd, of naar een verkiezingscampagne van Clinton. Het verliesgevende Whitewater kreeg in de jaren tachtig meer financiële steun van McDougal dan van de Clintons; McDougal zou zich schuldig voelen dat hij hen had overtuigd om mee te doen. De Clintons voerden de Whitewater-verliezen op als aftrekposten aan de belasting.

Hillary Clinton, advocaat bij de Rose Law Firm, heeft desgevraagd verklaard slechts minimaal voor de bank gewerkt te hebben. Uit recentelijk in het Witte Huis opgedoken documenten blijkt dat het gedurende vijftien maanden, één uur per week is geweest. Volgens de first lady is dat inderdaad minimaal, volgens Republikeinse senatoren is het aanzienlijk.

Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen in 1992 doken de eerste verhalen op over de betrokkenheid van de Clintons bij Whitewater en de bank, maar ze kregen relatief weinig aandacht. In het Witte Huis was plaatsvervangend juridisch adviseur Vincent Foster, ex-Rose-partner van Hillary Clinton, belast met het dossier Whitewater. Pas vijf maanden na zijn zelfmoord, in juli 1993, erkende het Witte Huis dat Foster een Whitewater-dossier had, dat echter onvindbaar bleek. Ook de Whitewater-dossiers in het archief van Rose Law Firm zijn erg onvolledig.

Twee dagen na Fosters dood kwamen functionarissen van het ministerie van justitie zijn kantoor in het Witte Huis doorzoeken, in de overtuiging daarover een afspraak gemaakt te hebben met de juridisch adviseur van het Witte Huis, Bernard Nussbaum. Nussbaum ontkent dat die afspraak gemaakt is, en stond hen alleen toe samen met hem een aantal zaken te bekijken.

Republikeinse senatoren menen dat Hillary Clinton op het laatste moment telefonisch instructies heeft gegeven aan twee van haar naaste adviseurs om de onderzoekers van justitie te dwarsbomen. Gedetailleerde lijsten van de reeks telefoongesprekken die zij en haar naaste medewerkers op de bewuste dag kort na elkaar met elkaar voerden, zouden daarop wijzen. De twee adviseurs van Hillary Clinton, haar chefstaf Maggie Williams en haar vriendin Susan Thomases, hebben onder ede verklaard dat de first lady geen rol heeft gespeeld in het afhouden van de onderzoekers van justitie.

'Travelgate' draait om de rol die Hillary Clinton heeft gespeeld bij het ontslag, in 1993, van zeven medewerkers van het interne reisbureau van het Witte Huis. Kort nadat de Clintons in Washington waren aangekomen hoorden ze over financieel wanbeleid bij het reisbureau. Een rapport van een accountantskantoor bevestigde dat. De medewerkers die vele jaren bij het bureau hadden gewerkt werden hals over kop ontslagen om plaats te maken voor een bureau van een vriend van de Clintons die de reizen tijdens de campagne had geregeld. Een achternicht uit Arkansas, de 25 jaar oude Catherine Cornelius, nam de leiding van het bureau op zich. Verwijten van nepotisme verwierp het Witte Huis omdat Cornelius “een verre achternicht” was.

Alle ex-medewerkers van het reisbureau zijn inmiddels vrijgesproken van strafbare feiten, en het Witte Huis heeft erkend dat er fouten zijn gemaakt. Een memorandum van David Watkins, destijds de directeur personeelszaken van het Witte Huis, geeft echter aan dat de first lady de hand heeft gehad in de ontslagen. Als ze haar zin niet zou krijgen zou “de hel losbreken”. Deze week heeft Watkins tegenover de onderzoekscommissie verklaard dat mevrouw Clinton hem niet de opdracht heeft gegeven de zeven te ontslaan, maar dat hij wel sterke druk van haar kant voelde.

Met Troopergate wordt gedoeld op de verhalen over de seksuele avonturen van gouverneur Clinton, waar enkele veiligheidsmensen (troopers) van de staat Arkansas die hem begeleidden en bewaakten een boekje over open deden in de pers. Clinton zou de troopers hebben gebruikt om hem naar afspraakjes te brengen, kadootjes af te leveren en vrouwen in zijn hotelkamers te ontbieden. Door hen aantrekkelijke banen aan te bieden zou hij zich van hun zwijgzaamheid hebben willen verzekeren.

Tegen Clinton loopt nog een proces van een voormalige lage ambtenaar van de staat Arkansas, Paula Jones, die hem ervan beschuldigt ongewenste seksuele avances gemaakt te hebben toen hij nog gouverneur was. Tijdens een conferentie van gouverneurs over kwaliteitsmanagement zou hij zich op zijn hotelkamer aan haar hebben opgedrongen; na haar afwijzende reactie zou het met haar carrière neerwaarts zijn gegaan. Clinton ontkent haar ooit ontmoet te hebben. Een rechter oordeelde vorige week dat Jones met haar zaak niet hoeft te wachten tot Clintons presidentschap voorbij is, zoals de advocaat van de president had geëist.

    • Juurd Eijsvoogel