Wie legde documenten over Whitewater opzij?

WASHINGTON, 19 JAN. Het nieuwste raadsel in de Whitewater-affaire lijkt afkomstig uit een heuse whodunnit. In de 'boekenkamer' op de derde verdieping van het Witte Huis, in het woongedeelte, duiken opeens documenten op waar twee jaar lang naar gezocht is. De stafmedewerkster die ze aantreft beseft eerst niet waar ze op gestuit is. Ze stopt de papieren zonder ze in te kijken in een doos, die ze meeneemt naar haar eigen werkkamer. Pas vijf maanden later, begin dit jaar, maakt ze die open: ze moet even gaan zitten van de schrik.

Ze realiseert zich meteen dat dit de stukken zijn die de Senaatscommissie die onderzoek doet naar de Whitewater-affaire, al twee jaar geleden middels een gerechtelijk bevel heeft opgeëist. Volgens het Witte Huis waren ze onvindbaar. Wie heeft die documenten daar de afgelopen zomer neergelegd? De boekenkamer is een vertrek waar slechts een paar mensen toegang toe hebben, onder wie de president en de first lady. En waar waren de papieren vóór ze daar verschenen? Heeft de mysterieuze figuur die ze naar de boekenkamer bracht, ze voor die tijd opzettelijk verborgen gehouden?

Die vragen beheersten gisteren het getuigenverhoor van Carolyn Huber, de vindster van de papieren, door de onderzoekscommissie van de Senaat inzake Whitewater. In de Whitewater-affaire onderzoeken verschillende commissies van het Congres en een onafhankelijke aanklager een stukgelopen landontwikkelingsproject in Arkansas, Whitewater geheten, waar Clinton en zijn vrouw financieel bij betrokken waren. Daarnaast richten de onderzoekers zich op de banden van de toenmalige gouverneur Clinton en zijn vrouw bij een corrupte spaarbank, Madison Guaranty Savings & Loan, en op mogelijke tegenwerking door het Witte Huis van justitiële naspeuringen in deze kwesties.

De papieren die Huber in de boekenkamer aantrof zijn overzichten van de uren die Hillary Clinton als advocaat in de jaren tachtig in rekening heeft gebracht aan de inmiddels failliet verklaarde spaarbank. De presidentsvrouw heeft steeds gezegd dat ze slechts minimaal bij de bank betrokken was. Uit de papieren, die een dag nadat Huber ze herkend had werden vrijgegeven door advocaten van de Clintons, blijkt dat het over een periode van 15 maanden ongeveer een uur per week was.

“Ik weet niet wie de overzichten daar heeft achtergelaten”, verklaarde Huber, die in de jaren tachtig werkte voor het advocatenkantoor van Hillary Clinton in Arkansas en die nu belast is met de ordening en het beheer van persoonlijke documenten van het presidentiële paar. “Niemand heeft me verteld wie ze daar heeft achtergelaten.” Ze zei ervan overtuigd te zijn dat de stukken enkele dagen eerder niet op die tafel in de boekenkamer lagen. Op de vraag of ze geloofde dat iemand de overzichten daar met opzet had neergelegd, antwoordde ze: “Iemand heeft dat gedaan”.

“Misschien heeft de butler het gedaan”, suggereerde de Republikeinse senator Faircloth met een malicieus lachje. Faircloth zei dat de Clintons nu ondervraagd moeten worden, gezien “de redelijke aanname dat er obstructie van rechtsgang in het spel is” - een opmerking waartegen scherp protest werd aangetekend door zijn Democratische collega Ben-Veniste, die betoogde dat er eerst meer feiten boven water gebracht moeten worden. Commissievoorzitter D'Amato zei dat hij een opheldering in deze door het Witte Huis op prijs zou stellen. Hillary Clinton heeft zich deze week bereid getoond zonodig voor de commissie te verschijnen.