Waarom de scharen van de kreeft steeds langer worden; Guido Ceronetti's aanklacht tegen de medische wetenschap

Kan een leek de geneeskunde bestuderen? Allicht, vindt de Italiaanse essayist en dichter Guido Ceronetti. De stilte van het lichaam, dat onlangs is vertaald, is een opmerkelijk 'diervriendelijk anti-vooruitgangsboek' en een aanklacht tegen de hedendaagse medische wetenschap: “Een wetenschap die omhoog is gekomen over de ruggen der dieren, met name die der muizen, kan nooit veel goeds zijn.”

Guido Ceronetti: De taal van het lichaam. Vert. Wilfred Oranje. Uitg. De Bezige Bij, 256 blz. Prijs ƒ 44,50.

Hoe stil is de zee en hoe stil ons lichaam? Denkend aan al het geklots, geklok, geborrel, geslurp, geproest, geplas, gesop, gegorgel, gehijg en gebrul van beide, zal men zich die vraag niet gauw stellen. Maar hebben diepe wateren geen stille gronden en kwam ons waterachtige lichaam niet ooit op vissepootjes uit volle zee gekropen, sprakeloos?

Jean Bruller, alias Vercors, heeft de novelle De stilte van de zee (Le silence de la mer, 1942) geschreven, die hier terecht een bestseller werd.

Zevenendertig jaar later schreef de Italiaan Guido Ceronetti De stilte van het lichaam (Il silenzio del corpo, 1979). Ook dat is nu in het Nederlands vertaald. Bijgevolg kunnen zowel de stilte van de zee als die van het lichaam thans in de eigen taal beluisterd worden. Twee verwante stiltes, al klinkt de eerste sober en de laatste barok.

Omdat De stilte van het lichaam het eerste boek van Ceronetti is dat hier verschijnt, weet slechts een enkeling iets van hem af. Daarom is het fijn dat het voortreffelijke voorwoord van Cyrille Offermans uitgebreide informatie bevat.

Guido Ceronetti werd in 1927 in Turijn geboren. Op het moment leeft hij in een klein dorpje, ver verwijderd van vooruitgang, cultuurmanifestaties en stadslawaai. Behalve vegetariër is hij dichter, vertaler, journalist (voor La Stampa) en marionettenspeler. Het zou me niet verbazen als hij ook nog classicus was, want hij heeft ondermeer Martialis, Catullus en Iuvenalis vertaald. Vooral als essayist heeft hij in Italië naam gemaakt. Geen wonder als je de titels van zijn boeken ziet. Het papier is moe (1976), Theegedachten (1987), De melancholische verkijker (1988) of Het geduld van braadvlees (1990), zulke titels laat je niet gauw liggen.

De stilte van het lichaam is zijn bekendste boek. In Italië beleefde het zes herdrukken, wat veel is voor een essaybundel, en inmiddels is het ook al in het Frans en het Duits vertaald.

Essayist in de gebruikelijke zin van het woord is Ceronetti overigens niet. Zijn boeken vormen een verrassend amalgaam van eigen en andermans opinies, losse flodders, zwaarwichtige overpeinzingen, bizarre invallen, leeservaringen, voorschriften etcetera. Daarbij put hij uit zeer heterogene bronnen en het opmerkelijke is dat hij dat ex aequo doet. Niet omdat hij mooie niet van lelijke kennis weet te onderscheiden maar omdat hij het vertikt zich neer te leggen bij een door anderen gevestigde hiërarchie. Waarom zou hij ook. Voor de doelen die hij zich stelt zijn politieverordeningen, dieetvoorschriften, rechtbankverslagen of metafysische bedenksels vaak wel zo geschikt als de vruchten van wetenschap of literatuur.

Het doel dat hij met De stilte van het lichaam voor ogen had, blijkt al uit de ondertitel, die Materiaal voor de bestudering van de geneeskunde luidt. Kan een leek de geneeskunde bestuderen? Allicht, vindt Ceronetti. Volgens de traditie is dat een filosofische discipline die je kan bestuderen zoals je wilt. Daar hoef je niet per se medische faculteiten voor te frequenteren. “Niemand”, zegt hij, “ontneemt ons de vrijheid om in eenzaamheid schedel, hart en buik van de mens te openen, om de draden op te pakken die hem met hemel en chtonische regionen verbinden, om ons te genezen of ons te laten sterven, teneinde van het leven te genezen, alléén.” En waarom zou een mens dat allemaal doen? Omdat de huidige medische wetenschap ons op vele fronten in de steek heeft gelaten.

Offerandes

Natuurlijk zijn er altijd schrijvers geweest die enthousiast tegen doktoren hebben aangeschopt - denk bijvoorbeeld aan Aesopus, met in zijn kielzog La Fontaine, Molière, Montaigne en niet te vergeten onze eigen W.F. Hermans met zijn hilarisch Dag Dokter-stuk, maar hun verzet kwam toch hoofdzakelijk op spot, humor en satire neer. Ceronetti daarentegen wordt niet zozeer door scepsis gedreven alswel door regelrechte paniek. Dan valt er niet veel meer te ginnegappen! “De satire van Molière”, zegt hij dan ook, “ligt verder van ons af dan een ster.” Hij bedoelt daarmee dat het tegenwoordig al lang niet meer gaat om ongeoorloofde dokterspraktijken, uit de duim gezogen diagnoses, valse beloftes of geldklopperij. Zulk soort zaken hebben slechts met menselijke gebreken te maken. Wat hèm aanvliegt is de totaal doorgeschoten medische techniek die ons weerloze lichaam meedogenloos en ongrijpbaar regeert: “Mij beangstigt de passiviteit van de lichamen, van onze ongelukkige levens, onze sterfelijke lichamen, onder de gesel van het willen van de geneeskunde, van haar nooit verzadigde almacht, haar wil om alles te doen wat ze besloten heeft voor ons bestwil te doen, bekrachtigd als algehele afhankelijkheid in concentratiekamppyjama.”

De medische wetenschap als tiran en de zieke als onderdrukte. Wie het nog nooit zo bekeken heeft, zou zich kunnen afvragen hoe het toch komt dat haast iedereen als de dood voor de 'medische molen' is, waarom de meeste mensen liever thuis dan in een hightech ziekenhuis willen sterven, waarom de euthanasie zo'n vlucht genomen heeft en waarom het voorstel van Huib Drion zo warm werd onthaald. Eigenlijk hoef je maar even in queue voor een ziekenhuisloket te staan om haarfijn aan te voelen dat Ceronetti het bij het rechte eind heeft: “Zonder dat er slavenopzichters voor nodig zijn, met een papiertje voorzien van briefhoofd en telefoon, worden eindeloze rijen van devoten gecreëerd, die in een ononderbroken pelgrimage hun dagelijkse offerandes van afgekoelde urine en uit de aderen afgetapt bloed, van ontlasting en vaginale secretie naar de afgod brengen die dit alles in cijfertjes moet vertalen; te bestemder dag en uur verschijnen ze opieuw, sidderend het antwoord van de Sybille afwachtend die, sprekend in cijfers, voor iedereen de tijd van sterven afwendt of nabij brengt - Ik moet over een week worden opgenomen... - en plotseling komen door dat 'met spoed opnemen' zeven, acht, tien existenties in een maalstroom terecht en vloeien alle samen bij een dag en nacht geopende ingang waar bewakers zitten te roken.”

Die rokende bewakers vormen beslist geen te verwaarlozen detail. Roken wordt door Ceronetti als uiterst bedreigend ervaren. Zoals Jan Hanlo ooit beweerde dat een sigaret alleen maar goed staat in een dom gezicht, zo heeft Ceronetti het over de 'gedegenereerde man' die zijn minnaressen rustig toestaat te roken, terwijl geen enkele razend verliefde kat het ook maar in zijn hoofd zou halen om te miauwen tegen een wijfje dat een paar trekjes had geïnhaleerd of vanuit haar vacht naar sigarettenrook zou stinken. Het klinkt grappig maar het is ernstig gemeend. Ja, dieren zijn vaak wijzer dan doktoren. En als er zelfs in ziekenhuizen saffies worden opgestoken komt de heelkunde, die zich immers ook met preventie dient te occuperen, dan niet in een bespottelijk licht te staan?

Sardine-kadavers

Waarom moet alles zo absurd en wreed? Kan het niet een beetje milder? Komt er dan nooit een eind aan het vreselijke hak- en sloopwerk, de eindeloze bestralingen, de totale onttakeling? Moesten al die borsten nu werkelijk gesloopt worden, die prostaten geschild, die baarmoeders uitgesneden? Was het niet mogelijk het anders te doen? Al deze vernietiging te vermijden en eindeloos veel wanhoop te besparen? Ceronetti wordt niet moe het zich af te vragen. Naarmate de medische wetenschap voortschrijdt en zijn leeftijd ook, beginnen die vragen bovendien steeds klemmender te worden.

Nee, qua boodschap is dit geen opbeurend boek. Ondanks de opmerkelijke informatie die het verschaft, ondanks het poëtische élan, laat het je bepaald sadder dan wiser achter. Niet dat ik er niet veel van opgestoken heb. Het is een kostelijk rariteitenkabinet vol medische en aanverwante zaken van vroeger en nu. Daar komt bij dat het nogal wat ongebruikelijke meningen bevat, een groot goed want de meeste boeken lopen daar niet van over. Niettemin, - het is ook altijd hetzelfde geduvel - hebben juist die ongebruikelijke, dus eigengereide, meningen Ceronetti in Italië een omstreden naam bezorgd. Weliswaar wordt hij er als een talentvol schrijver beschouwd maar hij wordt tevens bestempeld als apocalypticus, zeg maar doemdenker, excentriekeling en reactionair. Daarbij wordt zijn afkeer van de stad, auto's en het moderne leven terdege uitgemeten. Kortom, hij irriteert. Geen zeldzaamheid als iemand zich tégen de vooruitgang en vóór het dier wenst uit te spreken. Want dat doet hij. Ook De stilte van het lichaam is een echt diervriendelijk anti-vooruitgangsboek.

Maar is het zo'n ramp als er eens een keer aan de consensus wordt geknabbeld en is het niet de vooruitgang die ons zieker dan ooit heeft gemaakt? Vraag het de zee. Een paar voorbeelden.

“Koolmonoxyde wenst je goedemorgen, koolmonoxyde wenst je goedenacht. Het voedt je, volgt je, vergezelt je, slaapt, wandelt, ontwaakt met je. Steeds heb je het om je heen, steeds in je buurt, steeds in je adem. Koolmonoxyde, wat is jouw ware naam in de heirscharen van Abaddon?”

“Mishandelt een kind een dier, ook een groot dier, dan moet men hem slaan, want de sterkste en slechtste is hij.”

“(...)omdat de industrie het ene na het andere raam van het leven sluit en als tegenprestatie rivieren, oceanen - zo monstrueus als gedegenereerde cellen - van abnormaal geld uitbraakt (...).”

“Alleen een echte vegetariër kan in sardines kadavers en in het blikje een blikken lijkbaar zien.”

“Het te trage metabolisme in coniferen, bekneld door de olielaag van giftige gassen, is de vegetatie in de bergvalleien kapot aan het maken. De pest heeft zich dus ook daar genesteld (...). Het beste onder de coniferen houdt nog de spar stand: een eenzame groene held tussen duizenden bedeesde dennebomen, met het klokje van de leproos om hun nek. De boom, geveld, gekliefd, niet door de bijl, maar enkel door de nabijheid van de mens, door de adem van zijn gereedschappen.”

“De rok van vrouwen is een parasol die ons beschermt tegen de wrede stralen van het leven (De vrouw in broek: onze schedel is kaal).”

Akkoord, met dergelijke uitspraken krijg je niet dadelijk Arts en Auto, de pedagoog, de vooruitgangsadept, de dierenvijand en de feminist aan je voeten. Dat bewijst daarom niet je ongelijk. En zelfs de meest verstokte dennenhater, voor zover hij tenminste nog poëzie in zijn lijf heeft, zal toch moeten toegeven dat het leprozenklokje om de heldhaftige groene nek heel bijzonder klinkt.

In feite is Ceronetti eerder een nostalgicus dan een reactionair, in die zin dat hij niet zozeer door ressentiment als wel door verdriet gedreven wordt. Hij wil heus niet de hele klok terugzetten, ook al vindt hij de wereld er sinds de Verlichting alleen maar op achteruitgegaan. Hij eist alleen het recht op om al het nuttige, schone en goede waarvan hij persoonlijk het verdwijnen betreurt, naar hartelust te mogen bewenen. Zo beweent hij ondermeer de lange damesrok, de sentimentele liedjes in de trant van La Paloma en Lili Marleen, de vooroorlogse ijsjes, de hoeden, de petten (niet de baseball-petten!) en de bonte verscheidenheid van dieren in het straatbeeld. Verder schijnt hij een lans voor de ongelijkheid van mensen en het dragen van borsalino's te hebben gebroken.

Magie

De medische sector verwijt hij met name dat met het binnenhalen van al die techniek de magie en de koesterende hand aan de dijk zijn gezet: “Men kon door de triomferende geneeskunde niet meer alléén worden gelaten dan zo, niet méér lijden dan zo, aan het gemis van een hand. (...) De hand is voor wezens met handen (Marsmannetjes missen ze: zullen wij ze kwijtraken?) de microkosmos van de gratie die in ondoorgrondelijke finaliteit behoedt en verzorgt.” Hij schrikt er zelfs niet voor terug om een arts die niet met gratie zijn eigen hand in de ziekenkamer meebrengt met een sloper van het lichaam te vergelijken.

Maar nu de scharen van de kreeft (die, in tegenstelling tot wat de krab van het Wilhelminafonds ons wil doen geloven, het symbool voor kanker vormt). Waarom worden die scharen almaar langer? En waarom raken steeds meer mensen in hun ellenlange tang bekneld? Ceronetti voert twee oorzaken aan.

Eerstens de belastingbetaler. Elke belastingbetaler draagt zijn steentje bij aan de handhaving, vestiging en uitbreiding van de industrie en werkt er op die manier aan mee dat het lichaam evenals de zee vol gif geraakt. Slechts de allerarmsten houden schone handen.

Ten tweede, en dat is een volstrekt originele en houtsnijdende gedachte, de medische wetenschap, dat toppunt van hybris, zélf. Een wetenschap die omhoog is gekomen over de ruggen der dieren, met name die der muizen, kan nooit veel goeds zijn. Sterker, Ceronetti veronderstelt dat een dergelijke wetenschap zélf al kanker is. Hoe nobel een medisch onderzoek ook mag wezen, het experimenteren op levende wezens zal er zijns inziens altijd een dochter der vervloeking van maken: “Wanneer de aarde haar verhalen zal uitbraken, zullen wij al deze ogen van geofferde zwakke schepsels weerzien (...). Een muizeschedeltje bekijkt ons door een etterende poort.”

Blijkens het feit dat er pas eind vorig jaar voor het eerst een gepaste golf van ontzetting door de wereld ging bij de aanblik van de muizerug met het aangenaaide mensenoor, lijkt de conclusie gewettigd dat sommige reactionairen ware voorlopers zijn.

Hoe moet het nu verder? Is er nog hoop? Wel degelijk: zo vlug mogelijk eerherstel voor de hand en voor de magie! Met magie beoogt Ceronetti nadrukkelijk goede magie: “Aan goede magie bestaat tegenwoordig veel grotere behoefte dan aan goede geneeskunde.” Lees zijn boek om te zien dat hij daar geen onzin onder verstaat. Als ons stomme lichaam positief reageert op met overtuiging aangereikte placebo's, zachtmoedige verpleegsters en welgemeende handopleggingen, waarom dan niet op de stralen der magie? En als de voortekenen ons niet bedriegen komen die eraan! De mensen staan gewoon te trappelen van ongeduld.

Ceronetti zelf meldt op pagina 41 van zijn boek dat hij vergeefs heeft uitgezien naar een blauwe straal.

Hugo Brandt Corstius meldt, nota bene eveneens precies op pagina 41 (magie!) van zijn laatste boek Water en vuur (materiaal voor de bestudering van de water- en vuurkunde) dat hij vergeefs de horizon van de zee heeft afgespeurd om een groene straal gewaar te worden.

Dat kan kloppen, want de gezochte straal is róód.

Ik voorspel: de eeuwwende zal gepaard gaan met de opkomst van magisch morgenrood. Tegenover de wrede stralen van het leven de weldadige der magie. Als dat de slinking van het kreefterood ten goede komt zal geen zinnig mens daar bezwaar tegen kunnen maken. En dan hoeft de vrouwerok tenminste geen dienst meer te doen als parasol.

Maar voor het zover is zullen we, om met de woorden van Ceronetti te spreken, nog even moeten “ronddobberen op een afwachtende vuurzee, op één stomme vuurzee...” Gelijk gekookte kreeft.

    • Charlotte Mutsaers