VS spioneren, maar niet voor iedereen in Ifor

De planners van operatie Joint Endeavour hebben grote problemen ondervonden met het opzetten van een communicatie-netwerk tussen alle verschillende IFOR-contingenten. De moeilijkheden waren niet zozeer van technische alswel van organisatorische aard. Kort samengevat kwam het erop neer dat de Verenigde Staten hun spionagegegevens niet zonder meer met alle IFOR-eenheden wilden delen. Dit is niet ongebruikelijk bij een multinationale troepenmacht waarin de VS een belangrijke rol spelen.

Vooral de aanwezigheid van een Russische brigade naast de Amerikaanse troepenmacht bezorgde de Amerikanen hoofdbrekens; het einde van de Koude Oorlog heeft kennelijk niet alle wantrouwen weggenomen. Maar het Russische contingent moest natuurlijk wèl op hetzelfde operationele niveau met de Amerikanen kunnen samenwerken. “We kunnen natuurlijk niet hebben dat de Russen hier de databanken met alle gegevens van onze inlichtingendiensten komen leegzuigen”, liet een NAVO-woordvoerder zich ook al ontvallen toen een Russische verbindingsofficier een kantoor betrok in het NAVO-hoofdkwartier bij Brussel. Uiteindelijk is besloten om de NAVO-troepen alle benodigde informatie van de hoogste kwaliteit te geven. De Russen krijgen dezelfde hoogwaardige informatie als alle NAVO-partners, maar alleen over hun mandaatgebied. Niet-NAVO-eenheden van IFOR zullen gedegradeerde inlichtingengegevens krijgen, zoals met opzet minder scherp gemaakte satellietfoto's en ruwe interpretaties van afgeluisterde radioberichten. Overigens is niet iedereen gecharmeerd van het de facto Amerikaanse inlichtingen-monopolie. De Fransen hebben sinds 6 december daarom een eigen communicatiesatelliet met eigen draagbare telecommunicatie-apparatuur in Bosnië, zodat ze voor dat deel onafhankelijk zijn van de VS. Ook de Franse Spot foto-satelliet staat de Franse eenheden ter beschikking.

Om te verhinderen dat geheime Amerikaanse informatie bij de verkeerde eenheden terechtkomt worden alle berichten gecodeerd. Computerfilters houden dan vanzelf de informatie tegen die van boven af door het communicatienetwerk naar de lagere regionen sijpelt. 'Van boven' is hier letterlijk te nemen; de meeste informatie wordt ingewonnen door een arsenaal van satellieten, spionagevliegtuigen en onbemande verkenningsvliegtuigjes.

De onbemande Predator-toestelletjes zullen na een winterreces vanaf begin maart weer hun rondjes boven Bosnië draaien. Ook zal het aantal vluchten met U-2 verkenningsvliegtuigen worden opgevoerd. Het blad Aviation Week maakte ook melding van plannen om met radarapparatuur uitgeruste luchtschepen in Bosnië in te zetten. Deze zogeheten aerostats zouden volgens het blad aan een kabel worden verankerd en het Bosnische luchtruim in de gaten moeten houden.

Vliegende radarposten en communicatieknooppunten zijn er in alle soorten en maten. De E-3 AWACS houdt met zijn radar het luchtruim in de gaten, de E-8 Joint-STARS controleert met zijn radar eventuele troepenbewegingen en de RC-135 Rivet Joint verzamelt radioberichten. Zelfs de Amerikaanse Apache-gevechtshelikopters zijn voorzien van infrarood-sensoren en speciale apparatuur waarmee de verzamelde inlichtingen direct kunnen worden doorgegeven aan grondstations.

Veel van deze types toestellen zijn aangesloten op het nieuwe Joint Tactical Information Distribution System, JTIDS - ook wel 'Link 16' genoemd - een communicatienetwerk tussen systemen die informatie verzamelen en grondstations die deze informatie gebruiken. Het is maar één van de vele netwerken waarop informatie aan gebruikers kan worden doorgespeeld, of het nu de laatste orders zijn, de weersverwachting, een kaart van de mijnenvelden of een overzicht van de Kroatische artilleriestellingen.