Vredesmacht in Bosnië stuit na een maand op de eerste knelpunten

In december brak in Bosnië de vrede uit. Komende nacht, precies een maand nadat de NAVO-vredesmacht IFOR in Bosnië de teugels in handen nam, moeten volgens het akkoord van Dayton zes maatregelen zijn genomen om die vrede te verankeren. Die deadlines zijn niet gehaald.

'Dayton' bepaalt dat komende nacht om 00.00 uur de ex-oorlogspartijen hun troepen twee kilometer van de frontlijn moeten hebben teruggetrokken, dat ze alle krijgsgevangenen moeten hebben vrijgelaten, dat ze de gedemilitariseerde zone van mijnen moeten hebben ontdaan of die moeten hebben gemarkeerd en dat alle buitenlandse troepen Bosnië moeten hebben verlaten. Bovendien moet een begin zijn gemaakt met de hereniging van het verdeelde Mostar. Dat zijn vijf concrete taken. Maar op de cruciale dag is maar één deadline gehaald: de eerste.

IFOR is blij met de medewerking van de partijen bij de troepenscheiding: ze hebben zich overal teruggetrokken, waardoor een gedemilitariseerde zone van vier kilometer breed in ontstaan, waarin IFOR patrouilleert.

Aan de vier andere afspraken is niet of slechts gedeeltelijk voldaan.

Volgens 'Dayton' moesten vandaag alle krijgsgevangenen zijn uitgewisseld of vrijgelaten. Officieel zijn dat er negenhonderd. Maar de gevangenenruil wordt opgehouden door de Bosnische regering, die van de Bosnische Serviërs eerst opheldering wil over de duizenden moslims die nog worden vermist. Ondanks alle druk zit er in het Bosnische standpunt nog geen rek.

De gedemilitariseerde zone is niet, zoals afgesproken, ontdaan van de mijnen, al is men wel opgeschoten met het opruimwerk: volgens IFOR is zeventig procent van de mijnen in de zone opgeruimd of gemarkeerd.

Honderden mujahideen - vrijwilligers uit Iran, Egypte, Afghanistan, Algerije en andere islamitische landen - die aan de kant van de moslims hebben gevochten, hebben Bosnië volgens afspraak verlaten. Ze zijn discreet naar Kroatië gereden en met onbekende bestemming vertrokken. Maar de aftocht is niet compleet: er bevinden zich nog zeker honderdvijftig islamitische vrijwilligers in Bosnië, de meesten van hen in Zenica.

Met de hereniging van Mostar - dat wil zeggen: het herstel van de bewegingsvrijheid - is, anders dan was afgesproken, géén begin gemaakt. De Bosnische Kroaten handhaven hun 'belegering' van de in een soort getto ingesloten moslims. Ze eisen dat de stad permanent wordt verdeeld. De afgelopen weken is zware druk uitgeoefend op zowel de Bosnische Kroaten als op Zagreb, maar ondanks beweringen van het tegendeel maken de Kroaten geen aanstalten hun belegering van de moslims te beëindigen. Deze week is de tijdlimiet verschoven van 20 naar 28 januari.

Ook op andere terreinen wordt maar weinig voortgang geboekt: van een terugkeer van vluchtelingen is vrijwel geen sprake, de oorlogspartijen hebben bij hun terugtrekking uit gebied dat ze moeten opgeven de taktiek van de verschroeide aarde toegepast en alles van waarde geroofd of in brand gestoken, overleg over de vermindering van wapenarsenalen komt niet op gang omdat de Serviërs de Bosnische regering niet als gesprekspartner erkennen, de Serviërs in Sarajevo blijven ijveren voor uitstel van de overdracht van hun wijken aan de Bosnische regering en de moslim-Kroatische federatie blijft niet alleen in Mostar maar ook elders een papieren akkoord.

Zo blijkt anderhalve maand na de ondertekening van het vredesakkoord en één maand na de komst vanIFOR het vertrouwen van de voormalige oorlogspartijen geenszins te zijn toegenomen. Het is opvallend dat de militairen van de drie partijen zich wel aan de afspraken houden, maar dat de politici ze - in wat NAVO-bevelhebber Leighton Smith 'mission creep' heeft genoemd - trachten uit te hollen. En dat is een ernstige complicatie van de taak van IFOR, die immers vooral militair van aard is.