Visitekaartje

Er zijn mensen, vooral vertegenwoordigers van sponsors en subsidiënten, die een filmfestival alleen op de eerste en de laatste avond plegen te bezoeken. Voor die speciale momenten is het instituut van de Openingsfilm en de Slotfilm in het leven geroepen: min of meer representatieve visitekaartjes van het betreffende festival, die in ieder geval aan twee voorwaarden moeten voldoen. Het moet een wereld- of internationale première zijn en een niet al te cinefiel onderlegd publiek mag er geen aanstoot aan nemen.

In Rotterdam gaat het niet anders, al bestaat daar weer de traditie van de Volstrekt Onverdedigbare en Idiote Openingsfilm, om de hotemetoten duidelijk te maken dat dit wel een heel mal festival is: de grootste flop uit de carrière van Polanski, een half getekende Italiaanse stripkomedie, een parmantig maar eindeloos Pools erotisch drama of, onder de directie van Marco Müller, een oude Japanse Cinemascope-film over bloesem en sneeuw.

Dit jaar viert Emile Fallaux zijn afscheid als directeur van het Rotterdamse festival met een slecht verdedigbare, sympathieke, maar vooral onbenullige openingsfilm (Au petit Marguery van debutant Laurent Bénégui, een portret van de laatste avond van een Parijs' familierestaurant) en een idiote, in geen enkele Rotterdamse festivaltraditie passende slotfilm: de stompzinnige, in alle opzichten inferieure remake van Billy Wilders Sabrina, waarin Harrison Ford en Julia Ormond pijnlijk duidelijk maken dat ze geen Humphrey Bogart en Audrey Hepburn zijn. De enige grond voor die keuze schijnt te wezen dat regisseur Sydney Pollack (de regisseur van Out of Africa? In Rotterdam?) bij de Europese première aanwezig is.

Wat betekenen deze achteloos door Fallaux achtergelaten visitekaartjes als testament? Dat hoogwaardigheidsbekleders niet te veel voor het hoofd gestoten mogen worden? Dat er een zekere vermoeide slordigheid optreedt in de identiteitsbewaking van het internationaal smaakmakende Rotterdamse festival? Natuurlijk mag je een festival niet beoordelen aan de hand van de openings- en slotfilm. Maar het bestuur van de stichting Filmfestival Rotterdam, dat al jaren wist dat er per 1 maart 1996 een vacature zou ontstaan, moet wel haast gaan maken in het nemen van een beslissing over de opvolging van de bijna vertrokken Fallaux. Organisatorisch zit het nu wel snor daar, en die kwart miljoen bezoekers zullen ook wel weer komen. Bovenaan het verlanglijstje voor de headhunters zou de naam van een brutale smaakmaker moeten prijken die desnoods een paar vijanden maakt.

    • Hans Beerekamp