Verveelde jeugd trok stelend rond

AMSTERDAM, 19 JAN. De vader begreep er niets van. “Mijn zoon veroorzaakt thuis geen last. Ik ben er kapot van wat ik hier allemaal hoor”, zei hij gisteren tegen de Amsterdamse kinderrechter mr. B. de Poorter. Samen met vier andere jeugdige verdachten stond zijn 13-jarige zoon terecht op verdenking van medeplichtigheid aan een reeks inbraken en diefstallen die de afgelopen zomer plaatshadden in de Indische buurt in Amsterdam. De straffen die de kinderrechter oplegde varieerden van dienstverlening tot jeugddetentie.

De vijf maakten deel uit van een groep van 26 jongeren, in leeftijd variërend van 13 tot 28 jaar. In totaal kwamen bij de politie 150 aangiften binnen die werden teruggebracht tot 31 zaken. Een aantal andere verdachten moet nog voor de (kinder)rechter verschijnen. Driekwart van de aangehouden jongeren is van allochtone afkomst.

Tijdens de rechtszaak bleek dat ze zich de afgelopen zomer stierlijk verveelden. Met vakantie gaan was er niet bij, ze zochten hun vertier op straat met het Obiplein als punt van verzameling. Van daar trok de groep in wisselende samenstelling erop uit om zijn slag te slaan in de buurtwinkel, het gebouw van de korfbalvereniging, de lagere school en het wijkopbouworgaan. De buit bedroeg meestal niet meer dan wat flessen frisdrank en chips, de aangerichte schade daarentegen was groot. In één geval liet een jongen zijn ontlasting achter als 'boodschap' voor de gedupeerde.

“Jullie moeten toch toegeven dat jullie er een puinhoop van hebben gemaakt”, zei de kinderrrechter. De kleinste, twee turven hoog, reageerde niet, netzomin als de anderen. Het geheugen liet hen nogal eens in de steek, niemand van de kinderen wist zich nog te herinneren wanneer wie het initiatief had genomen voor de eerste inbraak. Ook op de vraag van de kinderrechter aan hoeveel inbraken ze hadden meegedaan, waren de antwoorden niet allemaal even duidelijk.

De kinderrechter kon zich voorstellen dat ouders hun kinderen niet voortdurend controleerden als ze buiten waren. Maar zo nu en dan even kijken had toch gekund, zei ze tot de aanwezige familieleden. “Als mijn broertje bij thuiskomst zei: 'ik ben op het Obiplein geweest' zochten wij daar niets achter”, zei een familielid desgevraagd. “Volgende keer gaan we wel met vakantie”, voegde hij eraan toe.

Een van de kinderen bleek zich niet alleen in de afgelopen zomer aan inbraken schuldig te hebben gemaakt. Toen hij met zijn vader in het Onze Lieve Vrouwengasthuis was, stal hij uit de operatiekamer plastic handschoenen en een flesje waarvan hem de inhoud volstrekt onbekend was. Uit een persoonlijkheidsonderzoek bleek een andere jeugdige verdachte onvoldoende het verschil te weten tussen goed en kwaad. Diens vader verzekerde de kinderrechter dat “het niet meer zal gebeuren”. Alle vijf veroordeelden zeiden hem dat na.