Veel ongelukken met uitzendkrachten

Deze week kwam in Rotterdam bij een bedrijfsongeval een uitzendkracht om het leven. Het aantal ongelukken met uitzendkrachten neemt toe, constateert de arbeidsinspectie.

ROTTERDAM, 19 JAN. “Wij maken ons zorgen over de ongevallen met uitzendkrachten”, zegt S. Verbeek, hoofdinspecteur bij de regio Zuidwest van de Inspectiedienst SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), voorheen de Arbeidsinspectie. Volgens hem neemt het aantal ongelukken met uitzendkrachten onevenredig toe, sterker dan op grond van de toename van het uitzendwerk kan worden verwacht.

Afgelopen maandag kwam een 31-jarige Rotterdammer om het leven tijdens zijn werk als uitzendkracht bij een vuilverwerkingsbedrijf in Rotterdam. De man werd rond negen uur vermist en later dood aangetroffen. Hij was tussen twee containers terechtgekomen, bekneld geraakt en gestikt. De Inspectiedienst zal de precieze toedracht van het ongeval onderzoeken.

Volgens Verbeek gebeuren er in de Rotterdamse regio veel ongelukken met uitzendkrachten. “We hebben pas ook een dodelijk ongeval gehad met een jonge man die bovenop een container heen en weer liep, eraf viel en op zijn hoofd terechtkwam. Niemand weet hoe het gebeurd is, hij werkte zonder toezicht.” Verder gaat het volgens Verbeek vaak mis als uitzendkrachten op stapels kratten of balen klimmen of op heftrucks rijden. “Ze rijden elkaar aan of veroorzaken onveilige situaties doordat ze te veel op de heftrucks laden.”

Verbeek vermoedt dat uitzendkrachten een groter risico lopen een ongeluk te krijgen dan vaste werknemers omdat ze onvoldoende geïnstrueerd worden en minder binding hebben met het bedrijf waar ze werken. “Als er binding is zijn mensen meer geneigd om veilig te werken en de werkgever erop te wijzen als er een probleem is. Uitzendbureaus en werkgevers investeren er over het algemeen - er zijn goede uitzonderingen - te weinig in.” De Inspectiedienst heeft besloten meer aandacht te besteden aan uitzendwerk, en meer te controleren op inconveniënte uren: 's avonds, 's nachts en in het weekend.

Een toename van ongevallen met uitzendkrachten blijkt niet uit cijfers van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. In 1993 werden 53 ongelukken met uitzendkrachten geregistreerd op een totaal van 456, in '94 57 op een totaal van 473. Volgens een woordvoerder van het ministerie is het echter goed mogelijk dat niet alle ongelukken worden gemeld.

Een onderzoek van het GAK in april '95 concludeerde dat het percentage ongevallen bij industriële uitzendkrachten even hoog is als in de bouw, “een bedrijfstak die geldt als de slechtste”. “Gecontroleerd voor leeftijd is het percentage dat langer dan dertien weken ziek is hoger bij uitzendkrachten dan in de bouw”, aldus het onderzoek. “Dit zou er op kunnen wijzen dat uizendkrachten betrokken zijn bij ernstiger ongevallen.”

In het onderzoek worden als oorzaken voor de grotere onveiligheid van uitzendkrachten genoemd: onervarenheid en onbekendheid met de werkplek, het slecht ingewerkt zijn, slecht materiaal, gevaarlijke omstandigheden binnen het bedrijf, grote werkdruk, bravoure van de uitzendkracht. Ongelukken vinden vaak plaats in de eerste dagen van een aanstelling.

J.H. Kwantes, opleider/adviseur bij het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden, heeft de indruk dat steeds vaker uitzendkrachten worden ingezet voor werkzaamheden die simpel, zwaar of onaangenaam zijn. “Daar is op zich niets mis mee, maar het zijn mensen met in het algemeen weinig werkervaring, dus het 'inlenende' bedrijf moet daar extra aandacht aan besteden. Juist jongere, tijdelijke werknemers zijn kwetsbaar, daar gebeuren meer ongelukken mee. Dat is een nadeel van het in grote mate inhuren van tijdelijke krachten.”

De Arbowet verplicht werkgevers extra voorlichting en scholing te geven aan uitzendkrachten. Een onderzoek van het ministerie uit 1991 naar 'Flexibele arbeidskrachten in de Arbowet' geeft het voorbeeld van een 'regiewerker' (iemand die voor langere tijd wordt 'uitgeleend' aan een ander bedrijf) die betrokken was bij een ernstig ongeluk met het bouwen van een schakelkast. Hij wist dat hij het werk niet 'onder spanning' mocht verrichten, maar deed dat toch omdat anders een hele vleugel van het bedrijf zou moeten worden stilgelegd. “Dan weet je wel dat de vleugel eigenlijk moet worden stilgelegd, maar je denkt toch ook aan je positie”, luidde het commentaar.

Volgens Verbeek van de arbeidsinspectie in Rotterdam is een probleem met uitzendkrachten ook dat ze te weinig zeuren. “Ze klagen weleens bij ons, maar pas als het dienstverband is afgelopen. Vaak moet je het hebben van huisgenoten of familie. Want het gebeurt weleens dat als iemand klaagt, zijn dienst niet meer gewenst is.”