Troostprijs voor Anand na dameoffer

WIJK AAN ZEE, 19 JAN. Viswanathan Anand boog zich even over het bord, mompelde een paar woorden, stond op om zijn jas te halen en verdween zo snel mogelijk uit De Moriaan. Blijkbaar was het niet niks wat hij Ivan Sokolov had toegevoegd. Diep in gedachten verzonken begon de Bosniër over het podium te lopen. De vingers van zijn linkerhand knepen in de brug van zijn neus en somber staarde hij naar de grond. Langzaam kreeg hij de angst van iemand die zich realiseert dat hij net aan een ernstig ongeluk is ontsnapt.

In een meeslepende partij had hij zijn leidende positie in het Hoogovens-toernooi versterkt met een overwinning op toernooifavoriet Anand en nu pas, na die korte opmerking van zijn tegenstander, realiseerde hij zich wat hem werkelijk boven het hoofd had gehangen. Natuurlijk, vertelde hij, toen hij weer de moed vond om zich onder de mensen te begeven, natuurlijk had hij het dame-offer gezien waarmee Anand alle aandacht op zijn partij en zijn partij alleen had gevestigd. Maar, stel dat Anand daadwerkelijk ook nog eens het torenoffer had uitgevoerd waarvan hij hem net had verteld, wat zou hij zich dan compleet rot zijn geschrokken.

Sokolovs verlate schrikreactie was begrijpelijk. Het dame-offer waarmee Anand een golf van enthousiasme had veroorzaakt was op zich goed genoeg voor de publieksprijs en veel terechte bewondering. Maar het gepointeerde torenoffer, dat eigenlijk de logische afronding vormde van zijn briljante ingeving, zou het geheel tot een wereldpartij hebben gemaakt die tot in Novosibirsk met diep ontzag zou worden nagespeeld en nagespeeld.

Een uur later keerde Anand terug naar de perskamer in het besef dat hij zijn steeds weer opwellende frustratie beter daar kon bestrijden dan in het isolement van zijn hotelkamer. “Voor alle duidelijkheid wil ik stellen dat ik het torenoffer wel degelijk had gezien. Ik dacht alleen dat mijn voortzetting minstens zo goed was.”

Bijna onvermijdelijk ging de dagelijkse publieksprijs naar Anand en Sokolov samen. Een troostprijs voor de geslipte genialiteit van de Indiër, en een terechte beloning voor de meeslepende inventiviteit en hardnekkigheid die de Nederlandse kampioen gedurende het overgrote deel van de partij aan de dag legde.

De chauvinisten moesten andermaal tevreden zijn met het succes van Sokolov. Van Wely voegde weliswaar met een stevige remise tegen Hübner een tweede halfje aan zijn score toe, maar Timman en Piket gingen jammerlijk onderuit. Timman betaalde een hoge prijs voor een zetverwisseling tegen Tivjakov. Piket raakte tegen Topalov na de veertigste zet de draad kwijt. “Het was een hoop gepiel”, stelde Piket. “En hij pielde het beste.”

Het beste randprogramma voor Anand-Sokolov werd gepresenteerd in Sjirov-Adams. Parallel aan het verloop van de partij gleed de gezichtsuitdrukking van Sjirov bij zijn samenvatting van de gebeurtenissen van een somber pruilmondje naar een stralend lach. “Eerst gaf ik mijn voordeel uit handen. Toen besloot ik de partij te compliceren en dat lukt wonderwel. Zelden heb ik zo'n mooie slotcombinatie uitgevoerd.”

    • Dirk Jan ten Geuzendam