Tennisser moet opgeven door rugblessure; Lichamelijk leed blijft Krajicek achtervolgen

MELBOURNE, 19 JAN. Twee verkeerde bewegingen, twee plotselinge wendingen maakten een einde aan de hoop van Richard Krajicek op zijn eerste mooie resultaat in een grand-slamtoernooi sinds drie jaar. Aan het einde van de eerste set strekte hij zich voor een volley en voelde hij zijn rug al samentrekken. Aan het einde van de tweede set wilde hij een return onderscheppen en schoot een zenuw van zijn plaats.

“Het was domme pech”, zei Krajicek. “Maar het deed zoveel pijn dat het onmogelijk was om door te spelen.” Krajicek moest vannacht opgeven. In de derde ronde van de Australian Open in Melbourne, bij de stand van 6-4, 3-6, 2-2 en 0-15, liet hij de winst aan Jean-Philippe Fleurian, de Fransman die in de eerste ronde vrije doorgang had gekregen van de zieke Sjeng Schalken en woensdag Stefan Edberg uitschakelde.

Krajicek (1.96 m) weet dat zijn lange lichaam kwestbaar is. Hij beseft dat hij hard moet werken om heel te blijven, en doet dat ook consciëntieus. Zodra 's ochtends de wekker is gegaan, gebruikt hij zijn bed als springplank om zijn knieën te harden. Daarna haalt hij een speciaal voor hem ontworpen rubberen band tevoorschijn om zijn buik- en rugspieren te trainen. Hij stelt zich op een maximale speeltijd van vier weken. Daarna moet hij zijn lichaam weer rust gunnen. “Ik heb me er bij neergelegd dat ik niet zomaar acht toernooien achter elkaar kan spelen”, vertelde Krajicek na zijn opgave. Iedere dag ben ik urenlang bezig om mijn lichaam in balans te krijgen. Ik zou niet weten wat ik nog meer kan doen om mijn lichaam optimaal te verzorgen.”

Krajicek zat na afloop zwaar teleurgesteld, bijna willoos in zijn stoel. Hij had grote moeite het drama te accepteren. “Sinds ik begin 1994 vijf maanden de tijd heb genomen om volledig te revalideren, heb ik het er moeilijk mee als ik weer geblesseerd raak. Steeds probeer ik mijn vorige blessure te vergeten, maar het is buitengewoon ontmoedigend als mijn lichaam toch weer in de war raakt. Misschien ben ik oud aan het worden.”

Bij zijn tweede misstap - Krajicek bewoog naar rechts en moest plotseling naar links wenden - voelde Krajicek onderin de rug een zenuw van zijn plaats schieten. Omdat hij de bal miste, brak Fleurian naar 5-3. De volgende game stond de zichtbaar geschrokken Krajicek aan de grond genageld. Twee games later arriveerde de fysiotherapeut van het toernooi om de blessure te behandelen. Dat mag maximaal drie minuten duren. Krajicek slikte een pilletje en ging met ontbloot bovenlijf languit op de baan liggen. De fysio smeerde hot cream en kneedde zijn rug. De behandeling duurde zo lang dat umpire Gerry Armstrong niets anders kon doen dan Krajicek een waarschuwing te geven voor spelvertraging.

“De behandeling haalde niets uit. Ik hoopte dat de zalf mijn spieren zou ontspannen, dat de zenuw terug zou schieten.” Krajicek liep de baan weer op, onder luid applaus van de drieduizend toeschouwers. Hij speelde nog drie games, redde onder meer drie breekpunten, maar besloot bij 2-2 en 0-15 dat het geen zin had verder te spelen. Niet Krajicek, maar de 30-jarige Fleurian, speelt zondag in de vierde ronde tegen de Amerikaan Michael Chang.

Door zijn opgave kreeg Krajicek niet de kans een einde te maken aan een teleurstellende reeks resultaten in de grand-slamtoernooien. Hij leek klaar voor het leuke deel van het toernooi. Hij was nog niet in grote vorm, maar speelde goed genoeg om Jason Stoltenberg, Frederik Fetterlein en Fleurian te verslaan. De verplichte nummers die hem vorig jaar telkens in het verkeerde keelgat schoten, had hij bijna achter de rug. Zijn forehand wapperde vrolijk, zijn service haalde snelheden van 194 kilometer per uur, zijn zelfvertrouwen groeide. Hij zou voor het eerst sinds de US Open in 1993 weer eens doordringen tot de laatste zestien op een groot toernooi. Hij zou doen wat hij, als nummer twaalf van de ranglijst, aan zijn stand verplicht was.

Dit keer was het geen tegenstander van het kaliber Ondruska, Ilie, Shelton of Tebbutt die hem de doorgang versperde. Het was een bekendere opponent, zijn eigen lichaam. De lijst blessures van 24-jarige Krajicek is lang. Het lijkt wel een kinderliedje: rug, schouders, knieën, teen, knieën, teen. Als junior had hij zwakke enkels, waardoor hij werd afgekeurd voor militaire dienst. Als professional kreeg hij al snel last van zijn schouder, die grote moeite had zijn servicebeweging af te remmen.

Door overbelasting van het gewricht moest hij zich vier jaar geleden in Melbourne terugtrekken voor de halve finale. Een seizoen later begonnen zijn knieën op te spelen: anderhalf jaar voelde hij zich een “fakir” op de tennisbaan. In de winter van 1993-'94 nam hij vijf maanden de tijd om volledig te herstellen. Het was een investering in de toekomst, die zich in 1994 en 1995 zou moeten uitbetalen.

Maar begin 1995, in de finale van het toernooi in Rotterdam, blokkeerde zijn knieschijf. Vorig jaar kreeg hij bovendien drie keer last van zijn arm. Een pijn die begon in zijn nek, doorschoot naar zijn arm en het onmogelijk maakte met zijn hand het racket stevig vast te houden bij het serveren. Die kramp was begin deze maand weer opgetreden in Perth en in Sydney, waardoor hij na twee wedstrijden moest opgeven. De snel uit Nederland overgevlogen haptonoom Jan Naaktgeboren wist die pijn te verhelpen.

“Wat mijn lichaam allemaal kan, daar verbaas ik me niet over. Daar ben ik mee opgegroeid”, vertelde hij vorig jaar. “Wat mijn lichaam allemaal niet kan, dat is frustrerend.”

Krajicek kon gisteren nog niet voorspellen hoe lang zijn rug hem buitenspel zal houden. Begin februari wordt hij geacht met het Nederlands team een Davis-Cupwedstrijd tegen India te spelen. De komende zeven weken heeft hij twee titels (waaronder Rotterdam) en veel ranglijstpunten te verdedigen. Als hij niet kan spelen, raakt hij waarschijnlijk zijn klassering in de top-dertig kwijt.

    • Remmelt Otten