Spookdorp is te klein voor oefenen van vredesoperaties

Defensie wil het oefendorp Marnehuizen in Noord-Groningen uitbreiden. De Waddenvereniging vreest een verdere aantasting van de natuur in het Lauwersmeergebied.

MARNEHUIZEN, 19 JAN. Sergeant Sponselee doet voor hoe je een huis moet “zuiveren”. Eén hand van Sponselee is een geweer, met de andere gooit hij iets door de deur naar binnen. “Granaaaaat. Boem”, schreeuwt hij. Dan stormt hij het huis binnen. “Pang, pang”. Soldaat Maätita doet het even later na. Sponselee is niet tevreden. “Maätita, ik hoor niks. Je moet 'pang, pang' roepen. Anders ben je er geweest.”

Dertig dienstplichtigen van een infanterie beveiligingscompagnie uit Havelte zijn op oefening in Marnehuizen, een dorp zonder inwoners. Het ligt op het oefenterrein van de Marnewaard, dat grenst aan de Waddenzee en het Lauwersmeer.

Marnehuizen bestaat uit zestien grauwe huizen, waarvan de benedenramen met schotten zijn geblindeerd, boven is alles open. Verder staan er twee oude, legergroene vrachtwagens en een gestrande tank. Langs de zandwegen liggen gele bielsen.

Tegen de zin van de Waddenvereniging wil het ministerie van Defensie in de loop van dit jaar van het 'spookdorp' een 'spookstad' maken. Het oefendorp wordt van acht naar vijftig hectare uitgebreid en krijgt tachtig huizen, een wachttoren en 'roadblocks'. De uitbreiding kost negen miljoen gulden en is volgens Defensie nodig om in een verstedelijkt gebied te kunnen oefenen voor crisisbeheersings- en vredesoperaties.

G. Smits, jurist van de Waddenvereniging, kijkt naar de oefening van de dertig infanteristen. Smits, vroeger een dienstweigeraar, zegt goed te beseffen dat er geoefend moet worden. “Daar bemoeien we ons niet mee. Wij zijn een milieuclub.”

Een uitbreiding van het oefendorp betekent volgens hem een intensiever gebruik van het oefenterrein. Natuurwaarde heeft de Marnewaard al nauwelijks meer. Om te voorkomen dat de zware rupsvoertuigen wegzakken, is de Marnewaard gedraineerd en daardoor verdroogd. Het aangrenzende Lauwersmeer is nog wel een prachtig natuurgebied, vindt Smits. “Een groter oefendorp heeft vooral een verstoring van de vogels, zoals ganzen, smienten en kleine zwanen, tot gevolg. Die blijven kort in het Waddengebied en wennen niet aan het geluid.” Ook verwacht de Waddenvereniging dat de recreatie last krijgt van de toegenomen activiteiten. “Op Schiermonnikoog horen ze zelfs de tanks rijden.”

Nu wordt er volgens Defensie dertig weken per jaar geoefend, maar de Waddenvereniging beweert dat dit tot nu toe veel minder is. Staatssecretaris Gmelich Meijling (Defensie) schrijft in een brief aan de Waddenvereniging dat de uitbreiding niet een essentiële wijziging van de Marnewaard tot gevolg heeft. Defensie heeft een vergunning om veertig weken per jaar te oefenen en zegt zich daaraan te houden.

Wat de Waddenvereniging vooral dwarszit is dat Defensie pas na een dreigement met de rechter op verzoeken om informatie reageerde. Smits: “Wij hebben met allerlei instanties goed contact, maar Defensie is een bastion.” Volgens een woordvoerder van Defensie hoeven anderen niet betrokken te worden bij de keuze van een locatie voor een oefendorp. “Het gaat om een uitbreiding binnen een oefenterrein. Dat is intern.” De uitbreiding van Marnehuizen past binnen het bestemmingsplan van de gemeente De Marne. Smits ziet daarom weinig juridische mogelijkheden om het tegen te houden.

De Waddenvereniging kreeg vorige week de interne notitie van Defensie waarin het besluit wordt uiteengezet. Smits: “Een notitie van zeven kantjes. Ik kan me niet voorstellen dat daarop een investering van negen miljoen is gebaseerd.”

In de notitie worden alleen Havelte en de Marnewaard tegen elkaar afgewogen, terwijl volgens Smits aanvankelijk ook een nieuw oefendorp in Harskamp tot de mogelijkheden behoorde. “Daar hoor je ze niet meer over.” Smits zegt dat Defensie volgens de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex) eerst had moeten zoeken naar alternatieven buiten natuurgebieden. Dat is, voor zover Smits bekend, niet gebeurd.

De Waddenvereniging is ook teleurgesteld in de provincie Groningen. Onlangs heeft Smits de Groningse gedeputeerde J. van Dijk (milieu) over het oefendorp gesproken. “Ik bespeurde helaas weinig interesse.” Hij haalt het Interprovinciaal Beleidsplan Waddenzeegebied van de provincies Noord-Holland, Friesland en Groningen aan. Daarin staat dat een intensivering van het militair gebruik van het Waddenzeegebied niet is toegestaan. “In de jaren zeventig vocht Groningen hard tegen de komst van het oefenterrein in het Lauwersmeergebied. Nu laten ze het zomaar gebeuren.”

Adjudant Tjalsma lijkt de enige die geen last heeft van de kou. Met zijn jas half open kijkt hij naar de oefening van “de kerels”. Waarvoor wordt Marnehuizen gebruikt? “Voor het verdedigen van een oord, het aanvallen van een oord en het zuiveren van een oord.” Over de uitbreiding wil hij aanvankelijk niets kwijt, maar zegt dan dat die noodzakelijk is. “Je kunt in veel verschillende situaties terechtkomen. Marnehuizen voldoet niet genoeg aan de werkelijkheid.”

Bij de soldaten, die niets van de uitbreiding weten, is inmiddels de schroom verdwenen. Hard roepen ze “pang, pang” als ze een huis binnenstormen. Het is een spannende oefening, zegt soldaat Velnaar. Vanavond wordt het nog spannender, verwacht hij. Dan schieten de infanteristen met losse flodders en het 'miles-systeem'. “En soort lasergames, maar dan mooier.” Velnaars groep gaat zo dadelijk ergens in het terrein een bivak opslaan, anderen blijven in Marnehuizen. “En dan zullen we hier op een gegeven moment binnenvallen”, zegt Velnaar met een brede grijns.

    • Herman Staal