Schrijfster in tranen

Lynn Snowden is de schrijfster van het door de kritiek zeer geprezen boek Nine Lives. Zoals wel meer auteurs dat doen maakte ze onlangs op zaterdagmiddag een tocht langs en door de boekwinkels om te kijken hoe haar handel erbij stond. Bij Barnes & Noble (zie mijn stukje van de vorige week) duurde het lang voor ze het vond, op het achterafste plankje. Ze vroeg een bediende of het naar een mooiere plaats kon verhuizen. Tot twee keer toe weigerde hij, met de verklaring dat het boek 'niet op het verplaatsingsschema stond'. Toen, tot haar eigen verrassing, begon ze over haar hele lichaam te beven en barstte in snikken uit. Ik ken mensen die op zo'n ogenblik, met de woorden Stil maar, stil maar de schrijfster bij de hand hadden gepakt om samen het boek op de mooiste plaats in de etalage te leggen, maar die horen niet tot het personeel van een Amerikaanse boekwinkelketen. Mevrouw Snowden ging naar haar uitgever, W.W. Norton, en vroeg hoe het zat. Hij vertelde dat mooie plaatsen in de boekwinkel de uitgever vaak geld kosten. Omdat dit boek al zo geprezen was en hij er bovendien mee had geadverteerd, had hij geen zin meer gehad om er ook nog eens een plaats voor in de ereloge te kopen. Er zijn ook Nederlandse schrijvers die dergelijke inspectietochten maken, en dan zonder overleg met het winkelpersoneel hun boeken op mooie plaatsen leggen, en dat niet alleen maar ook die van hun vijanden naar donkere hoekjes brengen. Bij ons kan dat nog, maar waarschijnlijk niet lang meer. Een Nederlandse uitgever vertelde me dat in het grootboekwinkelbedrijf binnenkort dezelfde tactiek en strategie zullen worden gevolgd als in de supermarkten en de warenhuizen. De producent die de meeste aandacht van de klant wil hebben, zal daarvoor het meest moeten betalen.

Over deze betrekkelijk nieuwe gewoonte staat een uitvoerig en onthullend artikel in de New York Times van 15 januari. Laten we hopen dat de Tribune het heeft overgenomen want het is ook van belang voor Nederlandse uitgevers en vooral schrijvers, om te weten wat hun boven het hoofd kan hangen. Barnes & Noble doet mee aan een 'programma' getiteld Ontdek de grote nieuwe schrijvers waarbij deze keten van 358 winkels zich verplicht om het werk van zo'n genie twee tot drie maanden in de etalage te houden en een bespreking in het speciale reclameblaadje af te drukken. Dat kost de uitgever 1500 dollar. Komt het boek ook nog op een kartonnen erepodiumpje dan wordt het 10.000 dollar. Dan is er nog sprake van allerlei kortingen, allemaal op kosten van de uitgeverij - te ingewikkeld om hier uit te leggen. Het komt erop neer dat in de wildernis van het 'boekenvak' drie of vier partijen elkaar bevechten, met betaalde bevoordelingen, kortingen, alle trucjes die iedere gewone handel kent, en met processen. De ketens vechten met de onafhankelijken en met de uitgevers voorzover die geen gemene zaak met de ketens maken en uiteindelijk krijgen de onafhankelijken de klappen.

Is dat waar? Er is één partij die in dit opmerkelijke artikel niet voorkomt. Dat is de partij waaraan de uitgevers, de boekhandel en het publiek alles hebben te danken: de partij van de schrijvers. Of ja, één keer wordt deze PvdS opgevoerd, bevend en huilend in de persoon van Lynn Snowden. Waar zijn de schrijvers? Ze hebben geen tijd om ketens te vormen, een kartonnen erepodium te lijmen. Ze zitten op een bovenkamertje tegen een hongerloon hun meesterwerk te tikken.

Het decembernummer van het Hollands Maandblad is gewijd aan de economie van het schrijversbestaan. Er staan een paar schrijnende en voor de literatuur niet veel goeds belovende verhalen in. Merkwaardigerwijze is in het schrijversvak zelf daarop soms meesmuilend, zelfs lacherig gereageerd. Hoe komt dat? “Ik ben geen dief van mijn eigen portemonnee”, zijn de woorden waarmee Johan Cruijff zich onsterfelijk heeft gemaakt. Er is geen enkele reden waarom een schrijver hier met de voetballer van mening zou moeten verschillen.

Het 'boekenvak' is overal ter wereld een industrie met kleine marges. Barnes & Noble hebben in 1994 niettemin een winst van 25,5 miljoen dollar genoteerd. Over het schrijversvak bestaan niet eens cijfers, laat staan dat er over marges kan worden gesproken. Aan het einde van de vorige eeuw verschenen in de geïllustreerde bladen plaatjes waarop je kinderen in de kolenmijn ten gerieve van de eigenaar zwaar met steenkool geladen wagentjes zag duwen. Gaat het honderd jaar later met de verhoudingen in het literair bedrijf de kant van het oude mijnbedrijf op?