Robert Greene

Schilderijen en foto's van Robert Greene Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59, Amsterdam. T/m 11 febr. Di t/m zo 11-17u. De Praktijk. T/m 7 febr. Lauriergracht 96, Amsterdam. Wo t/m za 13-18u. Prijzen foto's 1200 dollar, schilderijen 20.000 dollar.

Hondenbezitters zijn gelukkige mensen; veel gelukkiger dan mensen die poezen, marmotten, konijnen, of geen enkel huisdier bezitten. Hondenbezitters maken minder kans op een hartinfarct, zijn stressbestendiger en hebben minder last van hoge bloeddruk. Tot deze constatering kwamen de afgelopen jaren verschillende onderzoekers aan universiteiten in de Verenigde Staten en Europa. Zou de Amerikaanse kunstenaar Robert Greene (1953), van wie nu schilderijen en foto's bij Bureau Amsterdam en de vlakbij gelegen galerie De Praktijk in Amsterdam te zien zijn, gelukkig zijn? Te oordelen naar zijn schilderijen wel.

Want in alle landschappen van de in Amsterdam wonende kunstenaar duiken honden op: Schotse collies, herdershonden, boksers, en vooral spierwitte koningspoedels. De grote poedel heet Marsden en is Greene's eigen hond. Marsden figureert als van alles: als speelse hond, muze, kameraad, minnares, Keltische prinses, stoicijnse wijsgeer. Steeds opnieuw beeldt Greene zijn huisdier af en daarin doet hij denken aan William Wegman die zijn hond Fay in allerlei esthetische poses fotografeert. De krullerige Marsden vind je in een hoekje van een vergezicht, schuin achter de rug van de schilder, in de armen van een koorddanser (Greene zelf) of starend aan de vloedlijn. Zo divers als het optreden van de hond is, zo veelgelaagd zijn de doeken van Green. En bij nader inzien is er geen een schilderij dat is wat het lijkt.

Op het eerste gezicht zijn Greene's vergezichten vrolijk, opgetogen, en dat danken ze aan hun kleurgebruik. Dat is als op de kermis: pastelgroen, zoetgevooisd blauw, grasgroen en veel, heel veel zuurstokroze en lila. In eindeloze, woest geschilderde landschappen waar velden, bomen, water en de skyline van een grote stad probleemloos gestapeld worden en overgoten met een stralend licht, vinden 'verhaaltjes' plaats over mensen en dieren. Een man in pak zit met twee naakte vrouwen en twee poedels tussen twee kano's aan een strand. Een tafereel dat wat verstilling en compositie betreft doet denken aan Manets Dejeuner sur l'herbe. Maar Greene schildert verder: hoog tegen een bergrug en half verborgen tussen de bomen zie je de 'ogen' van een hotel, en iets verderop op het strand een blote man op de rug, met aan zijn zijde weer die witte poedel.

De nauwkeurig geschilderde voorstellingen hebben niets met elkaar van doen, al keren bepaalde elementen vaker terug, zoals de majestueuze witte hond, de man in het pak en de koorddanser. Greene is een liefhebber van fotografie en zijn 'verhaaltjes' hebben dan ook iets van snapshots: het zijn bemoeienissen met personages die langs elkaar heen bestaan. Ieder reageert in zijn eigen domein op de wetten die alleen daar gelden. Het is steeds weer opnieuw een hier en nu, dat je als toeschouwer binnengaat en ook weer verlaat. Er is geen klok, geen tijdsverloop binnen elke afzonderlijke vertelling, en toch gaat ieder schilderij daarover. Behalve vervreemding weet Greene op een mooie manier treurigheid op te roepen. Zijn schilderijen zijn als stromend water waar eendekroos roerloos op drijft.