Nieuwe dienst van Amsterdam stuit op ongeloof

Het gaat “hartstikke goed” met de Dienst Binnenstad, zo laat de Amsterdamse wethouder Van der Giessen weten. De nieuwe dienst werd 1 januari opgericht om ambtelijke verkokering tegen te gaan. Maar: 'Als je door de binnenstad loopt, krijg je de ene huilbui na de andere.'

AMSTERDAM, 19 DEC. De stemming was perfect, op de eerste nieuwjaarsreceptie van de nieuwe Dienst Binnenstad van de gemeente Amsterdam. Bij de dienst zijn alle ambtelijke taken op het gebied van de binnenstad ondergebracht.

De aanwezige ambtenaren werd in verschillende toespraken een hart onder de riem gestoken. Ook door wethouder Van der Giessen, voorzitter van het bestuurlijke team binnenstad: “Als we er wat over zeggen, moeten we zeggen dat het hartstikke goed gaat.”

Een paar dagen later. “Zei ze dat echt? Ik ben er stil van.” De secretaris van de winkeliersvereniging Amsterdam City, G. Eichholtz, trommelt zachtjes met haar vingers op de tafel. “Het is toch krankzinnig. Al in 1994 was bekend dat er een Dienst Binnenstad er per 1 januari van dit jaar zou komen. We zijn nu twee jaar verder en het is nog niet voor elkaar. Als dit in het bedrijfsleven was gebeurd, zou degene die het verzonnen had er allang zijn uitgeknikkerd.”

Bij de dienst zijn zevenhonderd ambtenaren werkzaam, van wie 350 buiten het stadhuis. Voor de overigen wordt op dit moment in het stadhuis naarstig ruimte gemaakt, het gros zit nu nog verspreid over de stad. De dienst heeft een eigen begroting van driehonderd miljoen gulden.

Eichholtz loopt naar haar bureau en pakt de brief die Van der Giessen in november 1995 aan de externe relaties in de binnenstad heeft verstuurd om hen te informeren over de nieuwe dienst, waaronder alles valt wat de binnenstad aangaat. Het één-loket-systeem moet een einde maken aan de jarenlange verkokering. In de brief wordt beloofd “dat aan de externe relaties na 1 januari in toenemende mate aandacht zal worden geschonken”. “Wij zullen niet de enigen zijn die nog niets hebben gehoord”, zegt Eichholtz.

De Amsterdamse binnenstad: een Mekka voor de bezoekers van coffeeshops, voor toeristen die er een paar dagen neerstrijken, voor de jongens en meisjes die ongehinderd op fietspaden skeeleren, voor liefhebbers van het nachtleven. Anderzijds gaat de binnenstad gebukt onder een reeks problemen: de drugsoverlast, de onveiligheid, auto's, trams en fietsers die dagelijks een strijd op leven en dood voeren, automobilisten die niet zelden meer tijd kwijt zijn aan het zoeken van een parkeerplaats dan aan de vergadering waarvoor ze naar diezelfde binnenstad gekomen zijn. Het aantal zwervers groeit, het aantal opengemaakte vuilniszakken die later door de vuilnisdienst worden opgehaald, groeit navenant. En daarmee de rotzooi.

Eichholtz is er niet zo van overtuigd dat het “hartstikke goed gaat”. Alleen al het feit dat drie wethouders te maken hebben met de nieuwe dienst, belooft veel gedoe en weinig daadkracht. Zo is wethouder E. Bakker (D66) belast met het verkeer, ziet wethouder G. ter Horst (PvdA) toe op de openbare ruimte en is Van der Giessen (D66) verantwoordelijk voor personeelszaken en welzijn. “Het verkeersprobleem in de binnenstad is gigantisch, dat moet echt worden aangepakt, net zoals de drugsoverlast. Van der Giessen had moeten zeggen: 'we gaan ons uiterste best doen om het tij te keren'.”

Daar is de politie van bijvoorbeeld het district Lijnbaansgracht stapje voor stapje mee bezig. Vanaf 1992 vertonen de criminaliteitscijfers in dit district een neergaande trend. Het aantal straatroven bijvoorbeeld is sinds 1992 gedaald van 737 tot 499 vorig jaar, het aantal diefstallen uit auto's daalde van 9.190 (1992) tot 3.739 (1995). Zakkenrollerij blijft een probleem: vorig jaar waren daarvan ruim 4.300 mensen de dupe tegen bijna 3.800 in 1994.

“Het is moeilijk om greep op de daders te krijgen, want ze zijn meestal niet afkomstig uit de stad. Als het seizoen begint, moet je weer afwachten waar ze vandaan komen”, zegt districts-commissaris F. Wagenaar. De laatste jaren weten de burgers de politie steeds beter te vinden. En anders dan vroeger, toen de politie klachten over bijvoorbeeld overlast weleens nuanceerde, wordt nu sneller ingegrepen. “De emotionele afstand tussen de politie en de burgerij is kleiner geworden.” Wagenaar schiet in de lach als hij denkt aan vergaderingen van de raadscommissie politiezaken, tien jaar geleden: “Toen moest ik uitleggen waarom ik iets gedaan had. Nu wordt me gevraagd waarom ik niets gedaan heb.” Dat de criminaliteit ooit zal worden uitgebannen, gelooft hij niet. Ook gaat het nog niet 'hartstikke goed', “maar we zijn op de goede weg.”

De kerk op het Oudekerksplein staat in de steigers. Er wordt duchtig gerenoveerd. Prostituées proberen vanachter hun raam een glimp van de zon op te vangen. Aan het einde van het plein is een gebied met hekken afgezet. Daar stonden woningen maar die zijn in vlammen opgegaan. De Vereniging vrienden van de Amsterdamse binnenstad ijvert ervoor dat op deze plek niet iets moderns wordt gebouwd, maar woningen die aansluiten op de stijl van het Oudekerksplein.

“De Bijlmer is er voor moderne gebouwen, in de binnenstad moet de historische structuur zoveel mogelijk behouden blijven”, zegt beeldhouwer G. Brinkgreve. Hij is al 25 jaar secretaris van de vereniging die met een niet aflatende ijver opeenvolgende gemeentebesturen heeft bestookt met protesten tegen de afbraak van historisch erfgoed.

“Het gaat helemaal niet hartstikke goed”, zegt ook hij in een reactie op Van der Giessen. “Keer op keer gaat de gemeente opzij voor de belangen van beleggers. Als je door de Amsterdamse binnenstad loopt, krijg je de ene huilbui na de andere.” Recent dieptepunt voor Brinkgreve is de bouw van een multifunctioneel project 'De Kolk' van ABN Amro aan de Nieuwezijds Kolk, hartje Amsterdam. “Een stuk van de stad is weggeslagen. Ik weet wel dat het verkrot was, maar men hééft het laten verkrotten en dan kost opknappen veel geld.”

Onlangs boekten de tegenstanders van grootschalige projecten in de binnenstad een overwinning: vlakbij de 35 meter hoge Munttoren zou een even grote glazen toren verrijzen, als onderdeel van de zogeheten Vendex-driehoek. Na veel soebatten zei de projectontwikkelaar: oké, 29 meter is ook goed. Brinkgreve: “Een kleinigheid, maar wel belangrijk voor het stadsgezicht.” Hij heeft geen idee wat de nieuwe Dienst Binnenstad zal opleveren. “Maar Van der Giessen had in ieder geval moeten zeggen dat de dienst niet zal wijken voor projectontwikkelaars en speculanten.”

Razend kan A.J. Tuyn worden: op de junks die dagelijks op de Sleutelbrug, vlakbij de Oudemanhuispoort, fietsen die ze hebben gestolen voor 25 gulden proberen te verkopen. Zelden komt de politie van het bureau Warmoesstraat in actie. En kopers, meestal studenten, zich maar schuldig maken aan heling. “Het is een weerzinwekkend gezicht”, zegt Tuyn, lid van het wijkcentrum d'Oude Stadt. Even slecht is hij te spreken over het Damrak waar historische gevels schuil gaan achter schreeuwende reclame, om over de Reguliersbreestraat maar niet te praten. Het is hem een raadsel waarom daar niet tegen wordt opgetreden.

“Het gaat hartstikke goed”, zegt de voorzitter van het wijkcentrum, P. Passchenegger, wethouder Van der Giessen na. “Ja, op welgeteld drie terreinen in de binnenstad: de dure woningbouw, het uitgaansleven en het toerisme. De kracht van de binnenstad moet zijn dat wonen, werken en recreëren gelijke tred houden. Maar het evenwicht is al tijden zoek.”

    • Anneke Visser