Niets te doen; De verjaardag van de egel

Op een ochtend dacht de egel: eigenlijk heb ik vandaag helemaal niets te doen. Hij keek om zich heen, krabde zich tussen zijn stekels en dacht: zou ik mij nu vervelen?

Dat is heel goed mogelijk, dacht hij. Hij wist wel ongeveer wat zich vervelen was, maar niet precies.

Weet je wat, dacht hij, ik tel tot drie.

Als hij tot drie telde gebeurde er altijd iets bijzonders, had hij gemerkt: de wind stak op en bezorgde een brief, of de mier kwam toevallig langs, of er viel een taart uit de lucht.

De egel telde: 'Een, twee, drie.'

Toen hij uitgeteld was was hij jarig. Ach, dacht hij, dát is een verrassing... Hij schudde zijn hoofd van verbazing.

Hij had natuurlijk niets in huis en hij vermoedde dat niemand wist dat hij jarig was. Hij was het ook zo plotseling geworden... Maar hij begon het toch maar meteen te vieren.

'Gefeliciteerd', zei hij. 'Dank je wel.' Of moet ik zeggen: dank mij wel? dacht hij.

Hij keek om zich heen.

Ik zal maar wat gaan zingen, dacht hij. Aan taarten en cadeaus hoef ik niet te denken. En aan dansen ook niet.

Hij schraapte zijn keel en zong een klein, schor liedje. Hij zwaaide daarbij met zijn stekels heen en weer.

Het was wel een vrolijke verjaardag, vond hij. In elk geval een heel bijzondere.

Tevreden feliciteerde hij zich opnieuw en begon weer te zingen.

Aan het eind van de middag viel hij in slaap en begon onmiddellijk te dromen. Hij droomde dat er honderden egels op hem afkwamen. Allemaal egels! droomde hij verbaasd. Het hele bos was vol met egels. Ze schuifelden, vlogen door de lucht, dreven op hun rug in de rivier, kropen uit de grond en vielen uit de bomen. En ze kwamen allemaal naar hèm toe... Een zee van stekels...

Hij klom op een boomstronk en riep:

'Egels!' Welkom! Welkom! Wat ben ik blij dat jullie er zijn! Eindelijk...'

Hij kon niet verder spreken.

Alle egels gooiden een klein rood petje de lucht in en riepen:

'Hoera! Leve de egel!'

Toen schrok hij wakker en zat hij alleen, in het gras, voor zijn huis. Er bloeiden kleine rode bloemen aan de struik boven zijn hoofd, die heen en weer zwaaiden in de lucht.

Wat een droom, dacht hij. Honderden egels... Terwijl er maar één egel is! En dat ben ik!

Hij leunde achterover en keek naar de zon die juist achter de bomen verdween. Dat ík nou precies die ene egel ben..., dacht hij en schudde zijn hoofd.

    • Toon Tellegen