Klievende romans

De Vlaamse Gids 95-5. 50 blz. Prijs ƒ 12,50. Brusselsesteenweg 347, 1730 Kobbegem, België. De Revisor 95-6. Smaak. Uitg. Querido, 72 blz. ƒ 19,90. Schrijver & Caravan nr. 3. Uitg. Passage, 44 blz. Prijs ƒ 7,95.

Een analyse uit Bataillaans perspectief van de romancyclus De Tandeloze Tijd van A.F.Th. van der Heijden: dat moet haast wel uit Vlaanderen komen. In De Vlaamse Gids krijgt Van der Heijden op drie fronten aandacht. Jeroen Vullings toetste zijn personages aan het gedachtengoed van Bataille, er staat een fragment in uit het langverbeide nieuwe boek, het uit twee delen bestaande Het hof van barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras, dat half februari verschijnt. De redactie maakte een kleine bloemlezing uit de opmerkingen die de schrijver de laatste tien jaar over zijn prozaproject gemaakt heeft, zoals 'Ik sluit niet uit dat De tandeloze tijd twintig delen zal gaan tellen'. Vullings komt met zijn Balaille-analyse minder ver dan hij zelf vantevoren gedacht zal hebben. Alhoewel in de romancyclus voortdurend via de roes de overstap van het arbeidzame leven naar het vrije en soevereine wordt nagestreefd (Bataille: La littérature et le mal, 1957), gaat het er bij nader inzien toch vaak on-Bataillaans, zwak-Bataillaans of zelfs anti-Bataillaans aan toe. Het zag er zo verleidelijk uit: heel het opus van Van der Heijden gevangen onder een hoedje. In het geplaatste fragment koopt Albert Egberts in het door ijzel in een 'stad van glas' veranderd Amsterdam een paar hooggehakte laarzen - 'Nu mocht hij weer luisteren naar zijn ijdelheid. Albert Egberts was genezen van het gif, en ging zich weer onder de mensen begeven.'

In De Revisor is Van der Heijden zoals altijd present met fragmenten uit zijn De tandeloze tijd. Heel fraai zingt hij een Lof der Rodddelzucht: 'Roddelen was een primitieve, orale vorm van literaire kunst, en anders dan de meeste literaire kunst geen vrijblijvende.' Ook in het herschreven fragment 'Leven langs de meetlat' haalt de schrijver al zijn plastische krachten uit de kast.

Onder het motto 'Daarom moet een romanschrijver het kaliber hebben van Jezus Christus' (Frans Kellendonk, 1984) maakte de redactie voor dit nummer een dossier over smaak waaraan behalve redacteur Kees 't Hart Oek de Jong en Nanne Tepper meewerkten. 'Doordat ze geen kinderen kunnen krijgen, zijn mannen banger voor de dood dan vrouwen. Ze zijn daardoor ook bloeddorstiger,' citeert 'T Hart hevig geïrriteerd György Konrad, van wie hij na Tuinfeest nooit meer iets wil lezen. Weemakende blaaskakerij van een priesterlijke schrijver, oordeelt hij, 'holle, moedeloze blubberwoorden' die geen ruimte laten voor een eigen opinie. Verre de voorkeur geeft hij aan de lichtvoetige, schijnbare pretentieloosheid van Truman Capote. Aan het slot van zijn anti-Konrad betoog tegen de expliciete zwaarheid stelt 'T Hart dat ook of juist over de verschrikkingen van de oorlog geschreven hoort te worden op Capote's lichtvoetige, verwonderende wijze. Konrad beticht hij van 'uitleggerige potsierlijkheden'.

Nanne Tepper heeft het met betrekking tot Martin Amis ook al over pretenties en potsierlijkheid. Obligate voorspelbaarheid, wansmaak, onverkwikkelijke stijl, onwaarachtigheid - het zijn net als bij 'T Hart om de drommel geen kleinigheden die de anderen in de schoenen worden geschoven.

Als derde bijdrage in het smaak-dossier werd de tekst van een lezing opgenomen die Oek de Jong hield over 'de roman'. Hij koos ervoor bewonderde voorbeelden te noemen in plaats van verachte medeschrijvers: Svevo, Flaubert, Di Lampedusa, Céline, Kellendonk, auteurs van 'klievende romans' die waarheden onthullen, of een klassieke katharsis kennen.

Ook het openingsstuk in De Revisor is een lezingtekst, maar dan een vrolijkere, van Thomas Rosenboom over God als veronachtzaamd romanpersonage. 'Niemand sympathiseert met mij. (-) eigenlijk is al het menselijke mij vreemd -, helaas, voor mij als personage, want de mens, altijd oprecht in zichzelf geïnteresseerd, zoekt in de literatuur niets anders dan het menselijke, de kleine mens het klein-menselijke.''

Een kleine verrassing in dit nummer zijn de twee gedichten van Mathilde Lippens, een over de hond van de jager: 'Ik ben die teef, geschoren, afgericht, moet/ braaf zijn, pootjes geven, kloten likken./ Eens bijt ik me vast in wat hem drijft.'

In de wintereditie van literair leesblad Schrijver & Caravan haalt Nanne Tepper opnieuw uit, nu naar de critici van Brett Easton Ellis' romans The Rules of Attraction en American Psycho: 'De verontwaardigden kunnen zich misschien maar beter blijven behelpen met de surrealistische enormiteiten van bijvoorbeeld The Cosby Show en de rustgevende probleempjes van de Dertigers.' Met de nieuwe essayrubriek waarin Tepper zijn stuk over Brett Easton Ellis ('Athentiek en belangwekkend') publiceert heeft Schrijver & Caravan dat beetje extra gewicht gekregen dat het bloedjonge blad van vooral begin-dertigers nog nodig had.

    • Margot Engelen