Jeltsin werkt met nieuw, hard beleid aan zijn herverkiezing

MOSKOU, 19 JAN. Een maand na de communistische zege bij de parlementsverkiezingen, die volgens president Jeltsin, premier Tsjernomyrdin en verscheidene Westerse leiders niets zou veranderen, is er in Rusland al heel wat veranderd.

Drie gezichtsbepalende liberalen zijn ontslagen, twee 'haviken' zijn benoemd. Een communist is voorzitter van het parlement geworden. Bij de afwikkeling van een gijzelingscrisis werd het doden van de gijzelnemers boven het bevrijden van de gijzelaars gesteld. Het publiek werd gedesinformeerd.

Russische politieke waarnemers zijn eensgezind bij hun speurtocht naar een rode draad in de gebeurtenissen van de laatste weken: Boris Jeltsin probeert opnieuw de Russische presidentsverkiezingen te winnen, alleen deze keer niet als hervormer. Hij kijkt naar de partijen die bij de parlementsverkiezingen bovenaan eindigden - de communisten en de populist Zjirinovski - en neemt hun leuzen over.

In liberale kranten wordt al de vergelijking gemaakt met Michail Gorbatsjov. Die vervreemdde zich ook van zijn oorspronkelijke bondgenoten van de perestrojka. De Sovjet-president probeerde zich te handhaven door zich te omringen met voorstanders van een harde lijn. Uiteindelijk zouden juist zij in augustus 1991 Gorbatsjovs val inluiden.

De vergelijking is prikkelend, maar daarom nog niet per se zinvol. Jeltsin heeft in verleden blijk gegeven van een groot politieke instinct en om het vertrek van Westers georiënteerde ministers als Kozyrev en Tsjoebais wordt in Rusland nauwelijks getreurd. Kozyrev wordt verantwoordelijk gehouden voor Ruslands verminderde rol op het wereldtoneel. Tsjoebais wordt geassocieerd met bezuinigingen en met diefstal van bedrijfseigendommen door de bedrijfsleiding.

Zo is het ook mogelijk dat een meerderheid van de bevolking Jeltsins harde optreden tegen de Tsjetsjeense gijzelnemers toejuicht. Nadat Vladimir Zjirinovski eerder deze week de president had aangeraden napalm te gebruiken, bleek bij een opiniepeiling de helft van de ondervraagden zulk ultiem geweld te steunen. In het parlement waren het vooral liberale politici die het geweld afkeurden, de politici dus die bij de laatste verkiezingen zo weinig kiezers trokken.

De afgelopen weken waren vol tekenen dat Jeltsin zich distantieert van de veelbekritiseerde 'hervormers' en in plaats daarvan het gedachtengoed overneemt dat bij de laatste verkiezingen het populairst bleek te zijn.

Pagina 5: Jeltsin is al bezig met campagne voor herverkiezing

Het begon kort na het bekendworden van de uitslag met Jeltsins opdracht de ministeries van economische zaken en financiën te “zuiveren” van “saboteurs”. Dat was authentiek communistisch taalgebruik.

Vervolgens verving Jeltsin minister van buitenlandse zaken Kozyrev. Dat kwam niet onverwacht, de minister was al vaak bekritiseerd. Typerend was wel de identiteit van zijn opvolger. Uit de beschikbare kandidaten koos Jeltsin de man met de diepste wortels in het Sovjet-verleden. De nieuwe minister, Jevgeni Primakov, is een voormalig geheim agent en gold al onder Brezjnev als een vooraanstaand Midden Oosten-deskundige.

Iets dergelijks kan worden opgemerkt bij de vervanging deze week van Sergej Filatov als chef van Jeltsins persoonlijke staf. Het was al langer duidelijk dat Filatov zou vertrekken: de Kremlin staf is onder Jeltsin in omvang sterk gegroeid en had misschien een krachtiger bestuurder nodig. Maar Nikolaj Jegorov, de nieuwe kabinetschef, is veel meer dan dat. Hij is ook één van de mannen achter de oorlog in Tsjetsjenië en geldt in het algemeen als een voorstander van de harde lijn.

Niet bekend

Het begrip 'harde lijn' lijkt soms wat abstract maar wat de term inhoudt bleek onder andere bij de gijzelingscrisis in het zuiden van Rusland. Bij de vorige gijzeling, die van juni vorig jaar in Boedjonnovsk, nam na een mislukte bestorming premier Tsjernomyrdin het initiatief tot onderhandelingen. De gijzelnemers gingen vrijuit, honderden gijzelaars werden gered en er begonnen vredesbesprekingen in Tsjetsjenië. Deze week mislukte de bestorming van de gijzelnemers ook, maar dat was het startsein voor het volledig platschieten van het dorp waarin zij zich met hun gijzelaars ophielden. “De bandieten moeten worden gestraft”, onderstreepte Jeltsin.

Het grootschalige geweld ging vergezeld met een publiciteitsoffensief dat aan voorbije tijden deed denken. Journalisten werden op een afstand gehouden door soldaten met honden. De autoriteiten lichten het publiek voor over 'executies' van de gijzelaars door de Tsjetsjenen en andere oncontroleerbare 'feiten' die inmiddels door ooggetuigen zijn tegengesproken. Gisteravond concludeerde Jeltsin kalm dat Doedajev “een lesje was geleerd”. Alle Tsjetsjenen zouden zijn gedood, de Russische verliezen waren minimaal, 82 gijzelaars hadden het overleefd.

Het is nog onduidelijk in hoeverre het publiek de officiële versie van de gebeurtenissen slikt. Maar toen de gijzeling begon werd in Moskou wel al erkend dat de Tsjetsjeense actie Jeltsin hoe dan ook in een moeilijke situatie had gebracht. Elke optie - het laten gaan van de gijzelnemers of een aanval met burgerslachtoffers - zou hem kritiek opleveren. Een 'chirurgische' aanval zonder slachtoffers onder de gijzelaars leek onmogelijk, gezien het grote aantal Tsjetsjenen en hun bereidheid zich dood te vechten.

De president is er kennelijk van uitgegaan dat het klimaat in Rusland is verhard. Dezelfde media die premier Tsjernomyrdin vorige zomer nog complimenteerden met zijn onderhandelingen in Boedjonnovsk, gaven de premier vorige week de schuld van de huidige gijzeling. Met zijn 'slappe' opstelling zou Tsjernomyrdin alleen maar meer geweld hebben uitgelokt. “Moordenaars moeten worden gedood, ongeacht hun mooie islamitische leuzen”, schreef de populaire Moskovski Komsomolets. De oorlog wordt in Rusland ook niet gekritiseerd uit begrip over het onafhankelijksstreven van de Tsjetsjenen, maar uit ongenoegen over het sneuvelen van Russen.

“Jeltsin zoekt het imago van een sterke man die stabiliteit kan garanderen, een man die boven politiek geharrewar staat en de teugels van de macht stevig in handen heeft”, constateerde gisteren Sergej Markov, politiek waarnemer van de Carnegiestichting. Volgens Markov volgt de president een juiste strategie. “Veel van de mensen die vorige maand voor de communisten stemden, zijn dezelfden die in 1991 Jeltsin aan de macht hebben gebracht. Hij moet ze terugwinnen door te laten zien dat hij de enige rationele keuze is temidden van extremisten van links en rechts.”

Volgens Otto Latsis, commentator van Izvestija, is het de verkeerde strategie. “Het is een rampzalige koers. Jeltsin zou juist alles moeten proberen om zijn banden met de hervormers te herstellen. Zonder de democraten kan hij nooit winnen. Er zijn twee mogelijkheden: of het presidentiële team is niet van zins vrije en eerlijke verkiezingen te laten plaats hebben, of het maakt een kolossale vergissing.”

Rampzalig of niet, de huidige koers is al twee jaar zichtbaar. Toen de president in oktober 1993 zijn ruzie met het toenmalige parlement uitvocht door het parlementsgebouw te laten beschieten, verbond hij zich met adviseurs in uniform. Na de verkiezingswinst van Zjirinovski bij de verkiezingen voor een nieuw parlement in december 1993, zette Jeltsin verscheidene hervormers aan de kant. De inval in Tsjetsjenië in december 1994 trok de band met de strijdkrachten en veiligheidsdiensten verder aan. En nu bij de tweede parlementsverkiezingen communisten en Zjirinovski opnieuw winst boekten, distantieert Jeltsin zich ook van de laatste liberalen. De veiligheidsdiensten laat hij optreden zoals een Sovjet-leider zou hebben gedaan. Zo schuift de president steeds verder op van hervormer naar de harde lijn.

DE BRENNINKMEIJERS IN NEDERLAND