Inspraak bij grote projecten 'een farce'

ROTTERDAM, 19 JAN. De inspraakprocedures bij grote infrastructurele projecten als de Betuwelijn, de hogesnelheidslijn en de uitbreiding van Schiphol zijn een farce. Dit stelt H. Boom, gedurende de besluitvormingsprocedure projectleider Betuwelijn op het ministerie van verkeer en waterstaat, in een interview ten behoeve van een ambtelijke evaluatienota van inspraakprocedures.

“Omdat de wet het voorschrijft worden bezwaarschriften verzameld, verslagen van hoorzittingen gemaakt etc., alles ordentelijk gerubriceerd en gebundeld en vervolgens wordt er niet meer naar omgekeken”, aldus Boom in de door hem geautoriseerde schriftelijke samenvatting van het interview. Boom is een van de 22 sleutelfiguren die een jaar geleden zijn ondervraagd voor de evaluatie.

De interviews zijn verwerkt in de nota Recht doen aan inspraak, die onlangs is vastgesteld door de bestuursraad van het ministerie, het hoogste ambtelijke orgaan. In de nota wordt de huidige inspraak getoetst aan een aantal criteria zoals zorgvuldigheid, respect voor insprekers, begrijpelijkheid en integriteit. De conclusie is dat de uitwerking hiervan veelal in ernstige mate tekort schiet.

“Nota's bevatten soms onjuistheden in het feitenmateriaal ten gevolge van bijvoorbeeld onvoldoende onderzoek in het veld, of gebruikmaking van verouderd kaartmateriaal of een (gewone) slordigheid. (...) Samenvattingen geven soms een beperkt of gekleurd beeld van de informatie in de nota. (...) Onwelgevallige (interne) rapporten worden soms niet of pas na zeer lang aandringen van insprekers/actiegroepen in de openbaarheid gebracht.

Pagina 2: Twijfel aan waarde hoorzittingen

“Insprekers die tijdens een voorlichtingsbijeenkomst en/of de inspraak (hoorzitting) komen met suggesties of alternatieven, voelen zich door het uitblijven van een serieuze reactie op hun ideeën of door een onhandige respons van de betreffende projectambtenaar, afgedaan als zogenaamde nimby's of behandeld als onwetende querulanten. (...) De meeste nota's hebben de omvang van een telefoonboek en soms is zelfs een verhuisdoos nodig om de nota's met bijlagen en kaarten te omvatten. (..) Soms hanteren - bewust of onbewust - de opstellers van nota's een verhullend taalgebruik ('amoveren' in plaats van slopen, 'congestie' in plaats van file) om negatieve effecten van het project wat minder zwaar te laten klinken.”

Eerder waren dit soort geluiden te horen uit de mond van actievoerders. Nieuw is dat ook ambtenaren die bij de procedures betrokken zijn en adviseurs die het departement heeft ingeschakeld zich zo kritisch uitlaten. Velen uiten kritiek op het gebrek aan mogelijkheid voor discussie: er zijn voorlichtingsbijeenkomsten waar burgers vragen kunnen stellen, en hoorzittingen waar ze hun opvattingen kenbaar kunnen maken; maar in de procedures is geen ruimte voor dialoog ingebouwd. Wat er met hun bijdragen is gedaan is voor burgers onduidelijk. “Een hoorzitting blijft in wezen praten tegen een opname-apparaat; de toegevoegde waarde is twijfelachtig”, aldus G. Tjalma, voorzitter bij hoorzittingen en voormalig hoofd van Rijkswaterstaat in Zuid-Holland.

In Recht doen aan inspraak worden aanbevelingen gedaan om aan die bezwaren tegemoet te komen. Zo zouden getroffenen die net buiten formele schadeloosstellingsregelingen vallen, toch een vergoeding moeten ontvangen om te voorkomen dat de overheid een imago van krenterigheid krijgt. Ook zou de minister zelf moeten deelnemen aan inspraakbijeenkomsten. Ambtenaren en bewindslieden zouden moeten worden getraind in verbale en non-verbale presentatietechnieken.

Meer vastberadenheid van de politieke top is daarbij wenselijk om langdurige onzekerheid voor burgers te vermijden: het rapport kritiseert bijvoorbeeld de neiging voortdurend nieuw onderzoek te laten doen en nieuwe tracévarianten in de discussie in te brengen - in het rapport traineervarianten genoemd. Zo vinden deze week hoorzittingen plaats over de zogeheten WB3-variant van de hogesnelheidslijn. Deze variant is pas een rol gaan spelen nadat de inspraak over de overige voorgestelde tracés al vele maanden was afgerond.

In zijn interview doet G. Brokx, burgemeester van Tilburg en veelvuldig voorzitter van hoorzittingen, een andere suggestie om instemming onder de bevolking te verwerven. In het vroegtijdige overleg zou het ministerie meer moeten “wheelen and dealen”. Brokx denkt aan het schenken van een polder aan de milieubeweging of het bouwen van een schouwburg in een door lawaai geteisterd dorp. Deze suggestie ontbreekt in het eindrapport.