In '95 10 % minder faillissementen

DEN HAAG, 19 JAN. Het aantal faillissementen was in 1995 tien procent lager dan in 1994 en in 1993, maar aan de dalende tendens is een einde gekomen. Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanochtend bekend maakte.

Vorig jaar werden 5.844 faillissementen uitgesproken, waarvan 4.749 bedrijven of instellingen en 1.045 natuurlijke personen. Dit komt neer op zeven van elke duizend bedrijven en instellingen. Per bedrijfstak varieert dit getal. In de bouwnijverheid ging het om elf van elke duizend bedrijven, in de niet-zakelijke dienstverlening om drie per duizend. Het aantal faillissementen was vorig jaar wel hoger dan in 1991 en 1992. Ook viel het aantal in de tweede helft van 1995 iets hoger uit dan in het eerste halfjaar. Vier van elke tien bedrijven en instellingen die in 1995 failliet gingen, bestonden korter dan vier jaar. Van de gefailleerde eenmansbedrijven bestond zelfs de helft nog geen vier jaar.

De daling van het aantal faillissementen deed zich in alle bedrijfstakken voor, behalve in de horeca. De daling was het grootst bij financiële instellingen en het kleinst bij de verhuur en zakelijke dienstverlening. Verreweg de meeste faillissementen werden uitgesproken in de bedrijfstak reparatie van consumentenartikelen en handel: 1499, gevolgd door verhuur en zakelijke dienstverlening met 867.

Op Drenthe na gingen in alle provincies in 1995 minder bedrijven failliet dan in de voorgaande jaren. In Drenthe was er een stijging van 168 naar 177 bedrijven. Het grootste aantal faillissementen werd uitgesproken in Zuid-Holland (1557), gevolgd door Noord-Holland (1.046) en Noord-Brabant (837). In Zeeland deden zich de minste faillissementen voor: 89.

Van de 4.794 bedrijven en instellingen die in 1995 failliet gingen, was bijna de helft (2.293) een besloten vennootschap. Het aantal eenmansbedrijvan dat op de fles ging, bedroeg 2.012.