Het is treurig om zo ijverig Odysseus te blijven zoeken; Laat de helden uit de mythologie liever niet leven

Wat zou het nu aan de Odyssee toevoegen als op een dag onomstotelijk kon worden vastgesteld dat Odysseus echt heeft bestaan? Gesteld al dat zo'n vaststelling mogelijk zou zijn, wat niet het geval is. De Leidse burgemeester Goekoop zoekt al jaren naar 'het echte Ithaka', naar de plek die Homerus bedoeld moet hebben toen hij de woonplaats van Odysseus beschreef. Hij heeft hem ook gevonden, vindt hij zelf, en er is met de tekst in de hand van alles voor zijn plek te zeggen. Het commentaar van het televisieprogramma waarin Goekoop vorige week te zien was, ging nog een stapje verder. “Er zijn mensen die volhouden dat Odysseus een man van vlees en bloed is geweest”, zo sprak het commentaar. “Hun gelijk zou pas bewezen zijn als er ook een echt paleis gevonden werd.” Toe maar. Daar werden decor en personage razendsnel in elkaar geschoven. Alsof het feit dat Troje gevonden is, bewijst dat Hektor heeft bestaan - om van Helena nog maar niet te spreken. Het is onzin, maar wat er duidelijk uit wordt, is de omvang van het verlangen. Laat de helden echt bestaan hebben.

Bestond er maar een ooggetuigeverslag van de val van Troje - zodat we bij voorbeeld eindelijk eens zouden kunnen begrijpen hoe zo'n reusachtig paard door die smalle hobbelige straten naar boven gesleept kon worden, want het 'brede Troje' was toch eigenlijk maar een klein en compact dorp. Bezaten we maar een snipper van iemand die Odysseus gekend had (was hij een zitreus, een man met kleine beentjes en een groot bovenlijf, zoals de Ilias lijkt te suggereren, of was hij een en al hyacintenkrul en indrukwekkende spieren, zoals in de Odyssee?), of een stukje van een van zijn befaamde redevoeringen. En niet alleen naar Odysseus gaat ons verlangen uit: wat zou het niet fijn zijn als we van Mozes iets tastbaars vonden. Of, we komen al dichterbij maar het blijft verre geschiedenis: een ooggetuigeverslag van desnoods maar een paar minuten uit het leven van Jezus. Maar niets. Verhalen, allemaal achteraf bij elkaar gesprokkeld - al schijnt er twee jaar geleden een papyrusrol gevonden te zijn uit de tijd van Christus waarop een deel van het evangelie van Mattheüs geschreven staat. Dat maakt de schrijver natuurlijk nog niet per se tot ooggetuige, maar een heuse tijdgenoot is ook al mooi.

Maar waarom eigenlijk? Het is wel zeker dat de helden nooit bestaan hebben in de formidabele vorm waarin ze beschreven zijn. Op z'n allerbest zou er terugzoekend iemand gevonden kunnen worden die 'model heeft gestaan' voor de hoofdrolspeler in de verhalen. Dat is wel de meest treurige en machteloze rol van alle mogelijke, op het gebied van de literaire verbeelding. De 'echte' Alice, die later uitgroeide tot een kreng van een mens. De 'echte' Ina Damman, die natuurlijk niet half zo interessant is als de verliefdheid waartoe haar gesloten gezichtje de jonge Anton Wachter inspireerde. In Duitsland wordt nog jaarlijks een dag gehouden voor vrouwen die Charlotte Buff heten, net als het 'model' van de geliefde van Werther. Erger kan het bijna niet worden.

De mythische proporties van iemand die uit verhalen bestaat kunnen nooit geëvenaard worden door een levende man of vrouw. Dat is het mooie van verhalen, er kan zoveel in. Tussen woorden zit altijd zo lekker veel ruimte, ze bieden houvast en interpretatiemogelijkheden tegelijkertijd.

Het is daarom altijd een beetje treurig, om iemand zo ijverig op zoek te zien gaan naar iets dat er niet is en niet was en er ook niet geweest moet zijn. Natuurlijk is het leuk om in een baai te landen en te zeggen: hier spoelde Odysseus aan. Nog fijner is het om een ruïne te kunnen vullen met verhalen - lekker huiveren bij de gedachte dat hier ooit muren stonden waarlangs het bloed naar beneden droop omdat Odysseus hier in één middag alle jonge mannen van zijn koninkrijk vermoordde. Dat hoort nog allemaal bij de mythe. Maar hoe ijveriger er gezocht wordt naar wat er achter de mythe zit hoe minder er te voorschijn komt. De betekenis van een held van papier bestaat uit de verhalen, uit de mythische proporties, uit de beelden en metaforen. Zou je hem echt leren kennen dan verdwijnt zijn grootheid. Dan zou wel eens kunnen blijken dat Goekoop zelf zo'n beetje Odysseus is: een zoekende man op een zeilboot, die een borrel neemt als de zeilen vastgezet zijn. Maar die zal de aandacht niet een paar duizend jaar vast kunnen houden.

    • Marjoleine de Vos