Gekaapt schip voor anker bij ingang van Bosporus

onze correspondenten HANS NIJENHUIS en FROUKJE SANTING

ISTANBUL/MOSKOU, 19 JAN. De gijzeling op een veerboot in Turkije door pro-Tsjetsjeense kapers was vanmiddag nog niet voorbij. De gekaapte Avrasya is voor anker gegaan aan de ingang van de Bosporus, met acht kapers en rond tweehonderd gegijzelde passagiers en bemanningsleden. De kapers hebben om bemiddeling door een Tsjetsjeense minister gevraagd.

In het zuiden van Rusland zijn de gevechten tussen Tsjetsjeense gijzelnemers en de Russische strijdkrachten gisteren beëindigd, maar vermoedelijk is bijna de helft van de Tsjetsjenen uiteindelijk ontsnapt.

Verslaggevers zijn nog niet toegelaten tot Pervomajskoje, het dorp aan de grens tussen Tsjetsjenië en de Russische republiek Dagestan dat deze week door de Russische strijdkrachten werd aangevallen nadat Tsjetsjenen zich er hadden verschanst met gijzelaars.

De operatie is “voltooid met een minimum aan verliezen onder de gijzelaars en onze strijdkrachten”, zei president Jeltsin gisteravond. Er zijn volgens hem 82 gijzelaars bevrijd. Met die mededeling ging Jeltsin voorbij aan het feit dat de aanval op het dorp was ingezet omdat er volgens de Russen geen gijzelaars meer in leven waren. Naar achttien vermiste gijzelaars wordt nu nog gezocht, zei Jeltsin gisteren. Alle “bandieten” zouden zijn gedood.

Vanmorgen gaf hij echter andere cijfers. Er waren bij het begin van de belegering in Pervomajskoje ongeveer 320 Tsjetsjenen met ongeveer 110 gijzelaars in Pervomajskoje. “Bij de operatie zijn 153 terroristen gedood en dertig krijgsgevangen gemaakt”, zei Jeltsin. Dat zou betekenen dat ongeveer de helft van de Tsjetsjenen uiteindelijk heeft weten te ontsnappen.

De pro-Tsjetsjeense kapers van de Avrasya lieten rond middernacht weten de Turkse autoriteiten te zullen gehoorzamen. Vervolgens verbroken ze het telefonische contact met de media. De kapers hebben onderstreept bloedvergieten te willen voorkomen. Ook de Turkse autoriteiten nemen een afwachtende houding aan. Aan een tegenaanval om de gegijzelden te bevrijden wordt niet gedacht. Uit voorzorg is het vrachtverkeer op de Bosporus gedeeltelijk stopgezet. Het verkeer over de weg langs de Bosporus richting Zwarte Zee wordt door de politie gecontroleerd. Er wordt in Istanbul rekening gehouden met protestdemonstraties van pro-Tsjetsjeense groeperingen.

Pagina 5: Kaping schip duurt voort; Tsjetsjenen ontsnapt uit dorp

Gisteren betuigden tientallen sympathisanten vanaf een boot in de Bosporus hun steun aan de gijzelingsactie. De openbare aanklager in Trabzon heeft laten weten dat de kapers in Turkije ten minste 15 jaar celstraf te wachten staat.

Aanvankelijk zag het er naar uit dat de kapers overeenstemming hadden bereikt met het hoofd van de Turkse binnenlandse veiligheidsdienst (MIT), Sönmez Göksal, dat de veerboot ongehinderd naar Istanbul kon doorvaren. Daar zouden ze de gelegenheid krijgen om een persconferentie te houden. In ruil daarvoor zouden de gijzelaars worden vrijgelaten. Van alle kanten werd gisteren in Ankara ontkend dat Göksal zelfs maar met de kapers zou hebben gesproken. Turkse journalisten die gisteren met een helikopter op de veerboot werden afgezet, verklaarden dat de stemming onder de passagiers gespannen is omdat men vreest voor een eventuele tegenaanval. Bovendien is het koud op de boot en zouden verschillende passagiers als gevolg daarvan ziek zijn.

In Moskou wilde intussen de Russische staatsveiligheidsdienst FSB, die de operatie in Pervomajskoje gisteren aan Russische kant leidde, niet uitsluiten dat donderdag “enkele” Tsjetsjenen, inclusief hun leider Salman Radoejev, hebben weten te ontsnappen. Twee van de vrijgekomen gijzelaars vertelden vanuit hun ziekenhuisbed aan verslaggevers dat volgens hen “tweehonderd, misschien meer” Tsjetsjenen door de Russische linies waren gebroken. De opperbevelhebber van de Tsjetsjense strijdkrachten, Aslan Maschadov, zei vanmorgen via de radio: “De operatie is bijna klaar, Radoejevs groep is nu met de gijzelaars in de bergen.”

De opmerkingen van president Jeltsin, gisteravond, stonden in schril contrast met eerdere officiële mededelingen. De FSB liet dinsdag weten dat er 28 gijzelaars waren bevrijd maar dat er voor de rest geen hoop meer was. Die waren 'geëlimineerd' door de Tsjetsjenen, aldus de FSB-woordvoerder. Woensdag werd het getal ineens verhoogd naar 41 en gisteren sprak generaal Aleksandr Barsoekov net als Jeltsin van 82 bevrijde gijzelaars. Waar de extra bevrijde gijzelaars vandaan kwamen werd niet toegelicht. Evenmin is duidelijk hoeveel gijzelaars de Tsjetsjenen bij het begin van de belegering van Pervomajskoje in handen hadden.

Jeltsin zei gisteren ook nog dat het dorpje Pervomajskoje al “lang geleden” als Tsjetsjeense basis was ingericht. “Toen wij hier in het Kremlin zeiden dat de operatie hooguit een etmaal zou duren, wist ik niet dat [de Tsjetsjeense president] Doedajev hier een ondergrondse basis had. Er waren bergen wapens, ondergrondse doorgangen tussen de huizen, speciale constructies, militaire technologie. We wisten niet dat er achter deze huizen, deze typische zuiderse huizen, een Doedajev-basis schuil ging.”

De president verklaarde niet hoe de Tsjetsjeense gijzelnemers, toen zij in bussen onderweg waren van Kizljar naar Tsjetsjenië, het voor elkaar hebben gekregen dat zij juist in Pervomajskoje door de Russische strijdkrachten tot stoppen werden gedwongen. Pervomajskoje ligt enkele kilometers van de grens tussen de Russische deelrepubliek Dagestan en Tsjetsjenië.