Espadrilles of laarzen

Marie Ndiaye: De tijd van het jaar. Vert. Jeanne Holierhoek. Uitg. De Geus, 128 blz. ƒ 29,90. (Un temps de saison. Uitg. de Minuit, 142 blz. ƒ 29,65).

In films zie je iemand wel eens nietsvermoedend op een valluik stappen. Via het luik begint hij aan een duizelingwekkende reis die meestal eindigt in een wereld die voor de persoon in kwestie weinig goeds in petto heeft. Iets dergelijks overkomt Herman, de hoofdpersoon uit De tijd van het jaar (Un temps de saison) de laatste roman van de jonge Frans-Senegalese schrijfster Marie Ndiaye (28).

Deze Herman, een wiskundeleraar in Parijs, belandt van de ene op de andere dag in een hem volledig vreemde dorpsgemeenschap, waar de zo geruststellende wetten van de logica niet meer gelden. Zoals in een boosaardig sprookje zijn de mensen niet wat ze op het eerste gezicht lijken. De kapper en de melkboer bijvoorbeeld glimlachen serviel naar hun klanten, maar in feite zijn zij het die het in het dorp voor het zeggen hebben.

Ndiaye roept een beklemmende sfeer op. Niemand doet zijn deur op slot, omdat anderen zich zouden kunnen afvragen of er iets verborgen moet worden. Iedereen schikt zich in een strenge hiërarchie, zonder zich maar een ogenblik af te vragen waarom. Wanneer bij een gemeenschappelijke werklunch de baas geen zin heeft in het dessert en het laat staan om weer aan het werk te gaan, volgen anderen gedwee zijn voorbeeld.

Ndiaye legt de vinger op zwakke plekken in de maatschappij en doet dit op een originele, soms schrijnende wijze. Zij stelt het misbruik van 'kruiwagens' aan de kaak door het verkrijgen van een bepaalde functie af te laten hangen van de uitslag van een tenniswedstrijd. Ze laat ons lachen om het feit dat alle dorpsbewoners ofwel espadrilles ofwel laarzen dragen en ridiculiseert daarmee de éénvormigheid van de consumptiemaatschappij. De directeur van het plaatselijke toeristenbureau zit in een kamer zonder ramen, met aan de muur affiches van de omgeving.

De Frans-Senegalese Marie Ndiaye (28) heeft in haar vorige vier boeken laten zien dat zij in staat is ons een spiegel voor te houden. In haar vierde roman, Lieve Familie, beschreef ze hoe genadeloos een zwart schaap van de familie buitengesloten kan worden. In De tijd van het jaar is de buitenstaander een Parijzenaar in een provinciedorp. Hem wordt duidelijk gemaakt dat hij alleen geaccepteerd zal worden als hij zijn eigen persoonlijkheid opgeeft en als niets meer herinnert aan zijn Parijse verleden. Hiermee refereert Ndiaye niet alleen aan de moeizame relatie tussen bewoners van Parijs en de rest van Frankrijk, maar ook aan het veel bredere vraagstuk van culturele integratie, racisme en discriminatie.