'Dissident' Simitis biedt teamwork

ATHENE, 19 JAN. Hoewel niemand het woord in de mond nam, was de dag van gisteren voor de regerende socialistische partij PASOK er een van bevrijding.

Voor het eerst na 21 jaar kon de partij zelf een leider voor het land kiezen, was zij af van het automatisch volgen van de koers van de autoritaire aanvoerder Andreas Papandreou. De twee onberispelijke stemmingsronden in de 167-koppige parlementsfractie vonden plaats in een sfeer van kameraderie en zelfs euforie, die na de uitslag nog leek te worden verhevigd.

De verliezer van de eerste ronde, minister van defensie Jerasimos Arsenis, hield een toespraakje waarin het hoogtepunt een mop vol zelfspot uit zijn geboorte-eiland Kefalloniá was. En ook de verliezer van de tweede ronde, minister van binnenlandse zaken Athanasios Tsochatzópoulos, wiens naamdag het was, bleef monter en toonde geen tekenen van teleurstelling, evenmin als hekkesluiter Charalamvópoulos. Welgemoed stonden ze op een rijtje handen te schudden.

Dit alles zou waarschijnlijk niet zijn gebeurd als Tsochatzópoulos het in de tweede ronde had gewonnen, iets wat algemeen werd verwacht na zijn verrassend goede resultaten in de eerste ronde. Hij is de belichaming van het partij-apparaat, van de strikte trouw aan de autoritaire aanvoerder Andreas Papandreou die nog steeds doodziek in het ziekenhuis ligt. Hij gold al die jaren als zijn schaduw, en dit ging ten koste van zijn reputatie. Pas de laatste twee maanden, waarin hij als plaatsvervangend premier optrad en dus zelfstandigheid moest tonen, heeft hij zijn imago verbeterd zodat hij op een neuslengte van het feitelijk premierschap kwam te staan.

Daarmee zou echter de eenheid van de partij, die nu voorlopig lijkt te zijn gewaarborgd, ernstig in gevaar zijn gekomen. De groep die zich heeft aaneengesmeed rondom Andreas Papandreou en die de 'hovelingen' wordt genoemd, zou daarmee onevenredig zijn versterkt en de dissidente tegenpool, waartoe winnaar Kosta Simitis behoorde, zou verder van de partij zijn vervreemd en waarschijnlijk hebben afgehaakt. Het idee van 'bevrijding' dat nu overheerst, zou verloren zijn gegaan.

Natuurlijk kan Simitis het zich niet veroorloven, zich openlijk te distantiëren van Papandreou, die in naam voorzitter van de partij blijft. Nog die zelfde avond bracht hij een bezoek aan het ziekbed van de man met wie hij drie maal verwijdering heeft gekend. Het is echter de vraag of dit bezoek zal hebben bijgedragen tot een snel herstel van de patiënt.

De 'hovelingen', onder wie minister van buitenlandse zaken Papoulias en informatie-minister Chytiris zullen in Simitis' kabinet, dat komend weekeinde moet worden gevormd, stellig niet terugkeren. Pikanter is de positie van Papandreou's gade Dimitra, die er de laastste dagen in is geslaagd de irritatie binnen de PASOK nog te vergroten met twee telefonische vraaggesprekken, afgestaan aan semi-pornografische maandbladen, vooral door de jeugd behartigt. Daarin spuit zij andermaal haar gal over de PASOK-kopstukken die hebben aangedrongen op de nu gevolgde opvolgingsprocedure. Zij zegt ook, niet bang te zijn voor de gevangenis, omdat ze het nu allemaal 'patriottisch' bekijkt. “Wie het laatst lacht, lacht het best”, aldus besloot ze het tweede vraaggesprek.

Tsochatzópoulos was Dimitra bepaald niet vriendelijk gezind, maar toch is het duidelijk dat ze hem of Arsenis als premier zou hebben geprefereerd boven Simitis, wiens aanhangers herhaaldelijk openlijke aanvallen hebben laten horen tegen de 'entourage' van de premier en tegen haar duidelijke politieke ambities, die nu althans voorlopig moeten zijn afgeremd.

Simitis zal het zich echter niet kunnen veroorloven, uitsluitend aanhangers bij zijn kabinet te betrekken. Vermoedelijk zal hij, ter symbolisering van de eenheid binnen de partij, de twee verslagenen Tsochatzópoulos en Arsenis de posten van vice-premier aanbieden, die onder Papandreou zo node werden gemist. De briljante maar grillige Theodoros Pángalos wordt getipt als nieuwe minister van buitenlandse zaken terwijl ook de populaire mevrouw Vaso Papandreou (geen familie van Andreas) wel een post zal krijgen. Deze twee behoorden met Simitis tot de 'Groep van Vier' die de kern uitmaakte van de dissidentie binnen de partij. De ministers die het tamelijk succesvolle economische beleid uitvoeren, zullen naar wordt verwacht wel aanblijven.

Simitis kan blijven regeren tot herfst 1997, als hij het dit jaar te houden partijcongres van de PASOK overleeft, waarop waarschijnlijk een nieuwe partijvoorzitter moet worden gekozen als opvolger van Papandreou. De beide functies zouden bij die gelegenheid wel eens kunnen worden ontkoppeld. De vier kandidaten hadden afgesproken geen vervroegde parlementsverkiezingen te organiseren. Velen binnen de fractie zullen overigens Simitis hun stem hebben gegeven omdat hij de meeste kansen heeft, volgend jaar de conservatieve Nieuwe Democratie te verslaan, die momenteel bij opinie-onderzoek nog vijf procent op de PASOK voorstaat. Simitis lijkt het meest in de wieg gelegd voor datgene wat zijn voorganger nooit opbracht: teamwork.