De opstand der knoflookboeren; Twee moderne Chinese romans vertaald

Moderne Chinese romans worden mondjesmaat vertaald in het Nederlands. Soms worden ze uit het Engels vertaald, zoals de meeslepende roman De knoflookliederen van Mo Yan. Soms direct uit het Chinees, zoals De kuise vrouw van Gu Hua, een taboedoorbrekend boek dat deels in een archaïsche stijl is geschreven: “Snik, snik, mijnheer Wu, jij bent de aller- allerbeste man op aarde.”

Mo Yan: De knoflookliederen. Uitg. Bert Bakker, 305 blz. Prijs ƒ 45,-. Gu Hua, De kuise vrouw. Uitg. Ambo, 180 blz. Prijs ƒ 29,90.

De eigentijdse Chinese literatuur staat de laatste jaren wereldwijd in de belangstelling. Naast exil-schrijvers als Duoduo en Bei Dao, die in het buitenland al wat langer bekend zijn, hebben met name Engelsen en Fransen het werk van in China furore makende auteurs als Mo Yan, Su Tong, Wang Shuo en Jia Pingwa vertaald. Nederland liep in dat opzicht tot voor kort wat achter. Daarin lijkt nu verandering te komen. Eind 1995 verschenen twee vertalingen van moderne Chinese romans, en er is meer op komst.

Bij uitgeverij Bert Bakker verscheen De knoflookliederen van Mo Yan, de schrijver van onder meer Het rode korenveld. De Nederlandse versie is uit het Engels vertaald door Peter Abelsen. Dat Mo Yan in het Nederlands wordt vertaald is prachtig en noodzakelijk, maar toch is hier sprake van een enigszins droevige situatie, want hervertalingen zijn over het algemeen van lagere kwaliteit dan directe vertalingen.

De knoflookliederen is een meeslepende roman. Het verhaal van de knoflookboeren uit het Paradijs-gewest die, zonder succes, in opstand komen tegen de corrupte en tirannieke lokale overheid en de met dat verhaal verweven persoonlijke drama's van de drie afzonderlijk aan het woord komende vertellers, zijn even schokkend als ontroerend. Mo Yan is een knap schrijver, die door een uitgebreid gebruik van symboliek en een grote gevoeligheid voor de zintuiglijke ervaringen van zijn personages (je 'ruikt' de knoflook), erin slaagt om de lezer volledig in te wijden in het leven op dit merkwaardige platteland, waarbij het niet uitmaakt of men wel of niet een verband wil leggen tussen hetgeen daar gebeurt en de actuele situatie in China. De gebeurtenissen zijn ook dramatisch als je niet weet, of denkt te weten, dat het in China echt zo toegaat.

Toch staan er rare passages in De knoflookliederen, die direct het gevolg zijn van de strategie van de uitgever. In haar recensie voor het tijdschrift China (no.4 1995) heeft Anne Sytske Keyser reeds de vinger op een paar zwakke plekken gelegd, zoals de vertaling van het Engelse 'compound' met 'barakkenkamp', terwijl er in het Chinees een 'gebouwencomplex rondom een binnenplaats' bedoeld wordt. Op zich niet erg, maar aangezien het 'barakkenkamp' in dit geval een centrale locatie in de roman is, namelijk de zetel van het dorpsbestuur, ga je je als lezer toch afvragen waarom de ambtenaren in barakken gehuisvest zijn.

Zelf trof ik al op bladzijde twee van het boek een grappige vergissing aan. Als één van de hoofdpersonen, de knoflookteler Gao Yang, door de hem arresterende politieagenten neergeknuppeld wordt, roept hij: “Au.. Moeder!' U denkt misschien 'rare jongens, die Chinezen', want wie roept er nu 'Moeder!' als hij halfbewusteloos wordt geslagen. 'Moeder!' en allerlei samenstellingen met 'moeder' worden in het Chinees op grote schaal gebruikt als scheldwoorden. Waarschijnlijk roept Gao Yang dus iets als 'Godver...!'

Deze vergissing is niet alleen grappig, maar ook irritant, en had vermeden kunnen worden als de vertaler Chinees had gekend. Chinese literatuur uit het Engels vertalen is onnodig en raar. Net zo raar als het omgekeerde: Engelse werken via het Chinees vertalen. In het geval van De knoflookliederen is het nog goed afgelopen, maar dat neemt niet weg dat het nog beter had gekund.

Boers

Dat direct uit het Chinees vertalen niet automatisch een beter resultaat oplevert blijkt uit het eveneens eind vorig jaar in Nederland verschenen boek De kuise vrouw van Gu Hua, in de vertaling van Marc van der Meer. Van de schrijver Gu Hua verschenen reeds eerder Het dorp hibiscus en De tuin der literaten. Gu Hua is een sociaal-bewogen schrijver, die de mening huldigt dat de literaire auteur tot taak heeft om het voor de zwakken in de samenleving op te nemen. Met name in Het dorp hibiscus en andere werken over de Culturele Revolutie heeft dit engagement Gu Hua in China een grote populariteit en sympathie bij het lezerspubliek opgeleverd. Getuige zijn voorwoord bij een van de Chinese edities van De kuise vrouw is dat werk een poging tot afstand nemen van de realiteit en het engagement, ten gunste van de 'leesbaarheid' en 'de smaak'. Helaas kan niet anders worden gezegd dan dat deze poging heeft gefaald.

Het Chinese origineel van De kuise vrouw - een spiegelvertelling over twee vrouwen uit hetzelfde dorp, de een levend in de Keizertijd, de ander in het huidige China, die beiden geconfronteerd worden met maatschappelijke vooroordelen omtrent de 'kuisheid' van weduwen en, met verschillend resultaat, het maatschappelijke juk van zich af trachten te schudden - blinkt niet uit door leesbaarheid en hetzelfde geldt voor de Nederlandse vertaling. Gu Hua's taalgebruik kenmerkt zich door een allesbehalve natuurlijk aandoend 'boers' vocabulaire dat hij zijn plattelandspersonages in de mond legt. Aangezien De kuise vrouw voor de helft in de Keizertijd speelt, komen daar nog talloze archaïsmen bij. Voor een deel heeft Gu Hua denk ik de bedoeling gehad om karikaturen te creëren. Veel van de dialogen in het boek zijn potsierlijk en gekunsteld.

De Nederlandse vertaler heeft deze stijl - terecht - gehandhaafd, maar zal regelmatig geknarsetand hebben bij het opschrijven van passages als: 'Snik, snik, mijnheer Wu, jij bent de de aller- allerbeste man op aarde' of 'Derde Zus, hou jij je tong nu maar stil.' Wellicht dat een iets minder letterlijke vertaling de leesbaarheid in dit geval ten goede zou zijn gekomen, alhoewel de problemen van Gu Hua's origineel er zeker niet door uit de wereld zouden zijn geholpen.

Gu Hua volgt tot op zekere hoogte inheems-Chinese vertellerstradities. Zijn taalgebruik wijst daarop, evenals de rigide en soms repetitieve constructie, die de indruk wekt dat De kuise vrouw eigenlijk bedoeld is om voorgelezen te worden aan een publiek van analfabeten, in plaats van in boekvorm te worden voorgelegd aan intellectuelen. Ter verdediging van Gu Hua kan worden aangevoerd dat het origineel van De kuise vrouw uit 1985 stamt en bij verschijning binnen China, onder andere door de tamelijk directe beschrijving van de seksuele verlangens van de vrouwelijke hoofdpersonen, taboes heeft doorbroken. Dit alles maakt het boek interessant voor lezers die serieuze pogingen willen ondernemen om zich vertrouwd te maken met 'wereldliteratuur' en niet alleen met werken die, zoals Mo Yans romans, tot op zekere hoogte zijn beïnvloed door en aangepast aan een 'Westerse' smaak.

Pekingse humorist

Voor wie geïnteresseerd is in Chinese literatuur is het goed te weten dat binnenkort het eerste nummer verschijnt van het tijdschrift Het trage vuur. Deze publikatie is een samenwerkingsverband van jonge Vlaamse en Nederlandse sinologen. In het eerste nummer staan vertalingen van moderne en klassieke Chinese werken, van de hand van bekende en minder bekende vertalers. Alle bijdragen zijn rechtstreeks uit het Chinees vertaald. In de loop van dit jaar zullen bij uitgeverij De Geus vertalingen verschijnen van boeken van de magisch-realistische romanschrijver Han Shaogong en de populaire Pekingse humorist Wang Shuo. Meulenhoff komt met twee nieuwe bundels van Duoduo. Het ziet er naar uit dat de Nederlandse uitgevers op weg zijn om een deel van het verloren terrein te heroveren, en dat zij daartoe in staat zullen zijn zonder naar het middel van de 'hervertaling' te hoeven grijpen.

    • Michel Hockx