De geldpest

Toen de brand geblust was ging ik het gebouw maar weer binnen. Ik klopte op de deur van het appartement waar de twee meisjes wonen. Een politieagent deed open. 'Is het veilig?' vroeg ik. De agent keek naar mij, naar mijn onderbroek, mijn sokken en mijn sjaal. Meer had ik nog altijd niet aan.

'Is het veilig?' vroeg ik snel nog een keer om duidelijk te maken dat ik in dit gebouw woonde en ondanks mijn kleding geen klap met de wapenstok verdiende.

'Deze jongeman', zei de agent en wees op mij, 'gaat nu heel snel naar zijn eigen bed in zijn eigen appartement.' De lift deed het niet meer. Ze zien me aan voor verkrachter, dacht ik, terwijl ik de trappen beklom. Ik heb een brand overleefd en ze houden me voor een verkrachter. Ik lachte. Het schalde door het hele trappenhuis. Voor mijn deur zag ik dat mijn ene sok onder het bloed zat. Ik was ergens ingetrapt, maar het gekke was dat ik het niet voelde. Ik voelde alleen maar kou.

In mijn appartement kwam ik tot de ontdekking dat de verwarming het niet meer deed. En in de plaats van water kwam er bruine blubber uit de kraan. Toen viel ik in slaap. De volgende ochtend werd ik gewekt door geschreeuw op de gang. 'Magic ga de trap af', hoorde ik roepen. Magic was de hond van de bovenbuurman. Een kalf. Zijn hoofd reikte tot mijn tepels. Er is weer brand, dacht ik. Ik rende de gang op. Ik zag dat mijn bovenbuurman met alle geweld probeerde zijn hond de trap af te duwen.

Toen hij mij zag hield hij daarmee op. Ik had niet eens in de gaten dat ik mij opnieuw in uitsluitend onderbroek, sokken en sjaal aan de buitenwereld vertoonde. 'De lift doet het niet meer,' zei de bovenbuurman, 'en arme Magic durft geen trappen te lopen. Hij moet toch ergens zijn behoefte doen.'

Ik liep een paar treden omhoog. Voor de deur van mijn bovenbuurman lag een hondedrol op een krant. Om twaalf uur kregen we bericht dat het nog een paar dagen zou duren voor er warm water en verwarming zou zijn. Ik begon hotels te bellen. Uiteindelijk vond ik een kamer in hotel S. hier schuin tegenover. Ik propte kleren en scheergerei in een plastic tas. Op de gang hing een zware geur van hondepoep. Alleen de bovenbuurman was nog in het gebouw. 'Ik laat mijn Magic niet alleen', riep hij mij na.

De receptionist was een Rus. Toen hij mijn adres hoorde keek hij mij schalks aan en vroeg, 'Rendez-vous?' 'Nee,' zei ik, 'geen rendez-vous. Vuur.'

Hij lachte.

Mijn hotelkamer had een prachtig uitzicht op mijn eigen appartement. Het is echt een mooi appartement, dacht ik. Toen ging ik naar de hotelbar, waar ik een fles champagne bestelde. Er waren niet veel mensen. Dat verbaasde me niet, want van alle hotelbars die ik kende, was dit de meest troosteloze. Ik trakteerde iedereen op champagne, inclusief de barman.

'Op vakantie?' vroeg hij.

'Nee,' zei ik, 'mijn huis uitgejaagd.'

'Door je vrouw?' fluisterde hij.

'Nee,' zei ik, 'door vuur.'

Gedurende mijn tweede fles champagne kreeg ik gezelschap van Lisa. Ze zat in de mode-industrie en wilde zelf kleren ontwerpen.

'Waarom drink je zoveel champagne?' vroeg ze.

Wat moest ik haar zeggen. Dat ik mezelf beloofd had elke dag een fles te drinken als ik de brand zou overleven - maar dit was al de tweede.

'Ik kan de rotzooi die ze wijn noemen niet meer verdragen en het mooie van champagne is dat je er zoveel van kan drinken als je wil en 's ochtends vroeg toch zo fris als een hoentje opstaat. Dat is handig in mijn beroep.'

'Wat is je beroep?' vroeg ze.

'Privédetective, privédetective Greenberg.' Ik stak mijn hand uit.

'Wat is je specialiteit privédetective?' vroeg Lisa.

'Echtscheidingen,' zei ik, 'mensen die willen scheiden maar nog niet weten waarom, die komen naar mij toe.' Ik bestelde nog een fles.

'Heb je de geldpest privédetective?' vroeg Lisa.

Ik keek haar aan. 'De geldpest, van die ziekte heb ik nog nooit gehoord.'

'Dat is als je je geld zo snel mogelijk probeert kwijt te raken.'

Ik merkte opeens hoe koortsig ik me voelde. Mijn hemd was nat van zweet en mijn wangen gloeiden. Dit was dus de geldpest.

'Je hebt gelijk, Lisa,' zei ik. 'De geldpest.'

Toen de bar ging sluiten wilde ze naar mijn hotelkamer, maar ik zei, 'nee een bar, een andere bar.'

We liepen over straat. Ik had moeite haar tempo bij te houden.

's Ochtends voel je niets van die champagne, maar 's avonds laat wel, wat is het toch een merkwaardige drank.

We gingen een huis binnen op de xxste straat tussen P. en M. Avenue.

Het lekte op de gang. 'Als je hier naar binnen gaat moet je je paraplu meenemen,' zei ik nog, maar ze gaf geen antwoord. We kwamen langs een vrouw in een paars trainingspak, of was het een man? Ik weet het niet meer. We bleven staan voor een deur waarop met krijt '4F' was geschreven.

'Nu moet ik je op wapens controleren privédetective,' zei Lisa.

'Wat?' vroeg ik.

'Het spijt me,' zei ze. 'het zijn de regels.'

'Het is een raar land,' voegde ze er verontschuldigend aan toe.

'Dat is het,' zei ik. 'Brandweermannen laten je op straat verkleumen, politieagenten zien je vervolgens voor verkrachter aan en jij moet me op wapens controleren.'

'Doe je jas open,' zei ze.

Ik deed mijn jas open.

'Doe je hemd omhoog,' zei ze.

Ik deed mijn hemd omhoog.

'Rol je broekspijpen op.'

Ik bukte me om mijn broekspijpen op te rollen. Ik weet nog dat ik dacht, iemand slaat me op mijn hoofd, wat heeft dat nou weer te betekenen?

En daarna niets meer.