Blank jochie met dreadlocks

Russell Banks: Rule of the Bone. Uitg. Secker & Warburg, 391 blz. ƒ 33,25.

'E.T....phone...home' - het meest ontroerende moment in de speelfilm over het buitenaardse wezen E.T. komt als het oerlelijke mormeltje doorkrijgt wat een telefoon is en die dan denkt te kunnen gebruiken om in contact te komen met zijn familie, ergens ver weg in het heelal. Een soortgelijke gelegenheid doet zich voor in het twaalfde boek van de Amerikaan Russell Banks, Rule of the Bone, als de vijftienjarige hoofdpersoon Chappie, alias The Bone, na enkele jaren van zwerven, ellende en kleine misdaad, vanuit Jamaica met een gestolen telefoonkaart naar Amerika kan bellen. 'Bone Phones Home', maar hier ontroert niets.

Hij krijgt te horen dat het door hem uit de klauwen van een 'psycho porn king' geredde kleine meisje door verwaarlozing van haar aan crack verslaafde moeder is overleden, dat zijn eigen moeder met zijn stiefvader die hem vroeger seksueel misbruikte en vernederde is vertrokken met onbekende bestemming, dat zijn armoedige egocentrische grootmoeder dood is, en dat zijn oude weedmakker en winkelstraatrat Russell, teruggekeerd op het rechte pad, een ontevreden leventje leidt en direct óók naar Jamaica wil komen voor de marihuana en de geile zwarte meisjes.

Op dat moment realiseert Bone zich dat hij zich overal en altijd een buitenaards wezen zal voelen; nergens thuis, op de hele wereld eenzaam en zoals ieder mens in wezen volledig op zichzelf aangewezen. Wat het hele boek door verwondering wekt is dat de vertaling uit zal komen bij uitgeverij De Wereldbibliotheek. Die toonde tot dusverre weinig belangstelling voor Amerikaans werk, laat staan voor een boek over een jonge dakloze kleine crimineel, een aan joints en pijpjes verslaafd blank jochie dat op Jamaica blonde dreadlocks laat groeien en probeert een rastafarian te worden zonder scrupules.

Rule of the Bone, bij ons Bone is de baas, is een roman ergens tussen hard en zacht in. Banks wil ons een kansarme knaap aan de onderkant van de Amerikaanse maatschappij laten zien, maar hij is niet zwart en niet aan harddrugs verslaafd dus niet kansloos, en hij verricht in zijn ik-verhaal zelf al het nodige (?) moraliserende werk. Er zitten zeker emotioneel beklemmende momenten in Rule of the Bone, maar voor een zelfkant-roman is het boek te liefjes uitgevallen. Hoewel het stille pleidooi voor vredig marihuanagebruik misschien door Amerikaanse groeperingen als literaire huisvredebreuk beschouwd zal worden. In Nederland zal vermoedelijk vooral de vertaling van het rastataaltje moeilijkheden opleveren: bwoy (boy), Irie (allright), de mon (the man), wussup (what's up), to book (wegwezen). De levensles die Bone moet leren staat al vroeg in het boek: 'Around big dogs if you're a kid you either learn to do the little-dog or you book.'