Bij de warenhuizen gaat het nu om loon

Het CAO-seizoen 1996 gaat weer van start. De komende maanden zullen vakbonden en werkgevers in de meest uiteenlopende sectoren en bedrijven onderhandelen over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel. Bonden eisen loonsverhogingen van om en nabij de drie procent en een 36-urige werkweek, werkgevers willen langere bedrijfstijd, flexibele roosters en een geleidelijke opheffing van de VUT. Vandaag het grootwinkelbedrijf.

“De werkgevers in de detailhandel willen graag dat in Nederland de lonen weer eens stijgen zodat de koopkracht omhoog gaat. Nou, naar die geluiden hebben we goed geluisterd. Daarom hebben we voor de werknemers in het grootwinkelbedrijf een looneis van drie procent gesteld”, lacht André Steijaert, onderhandelaar bij KBB (Bijenkorf, Hema) voor de Dienstenbond FNV. “Nu zitten diezelfde werkgevers in een hoekje te huilen dat Bruintje dat niet kan trekken. Dat is natuurlijk onzin.”

Steijaert kan er de humor nog wel van inzien. Maar zijn looneis is bitter serieus, zo zegt hij even later. “We hebben een werkweek van 35 uur. We hebben de vierdaagse werkweek. Daarvoor hebben de werknemers twee jaar geleden alle loonsverhogingen ingeleverd. Deze keer willen ze gewoon loon. Ze zeggen: 'het gaat om onze portemonnee'. En de mensen hebben daar ook recht op.”

De onderhandelingen in het grootwinkelbedrijf zijn begin deze maand begonnen. Bij KBB (25.000 werknemers) en V&D (15.000 werknemers) hebben de vakbonden de eerste gesprekken achter de rug, over de arbeidsvoorwaarden van de 18.000 werknemers bij het Verenigd Grootwinkelbedrijf Textiel (onder andere C&A, Peek & Cloppenburg) wordt eind deze maand voor het eerst gesproken.

Twee jaar geleden maakten de Dienstenbonden FNV en CNV bij KBB en V&D furore met een doorbraak op het gebied van arbeidsduurverkorting. In ruil voor flexibilisering van roosters kregen de werknemers een 35-urige werkweek, die in vier dagen mocht worden opgenomen. Loonsverhogingen zijn toen achterwege gebleven, al was dat zeer tegen de zin van de collega-bonden VHP en Unie.

De ervaringen met de vierdaagse werkweek, die per 1 februari 1995 is ingevoerd, zijn volgens de FNV-bestuurder overwegend positief. “De meeste werknemers vinden het heel prettig om op deze manier te werken.” Steijaert beaamt wel dat de arbeidsduurverkorting weer andere problemen met zich meebrengt. “De werkdruk van het personeel is verhoogd, daar klagen de mensen over.”

Voor de gestegen werkdruk zijn volgens Steijaert verschillende oorzaken aan te wijzen. Een belangrijke rol speelt de behoefte van de werkgevers om de kosten zoveel mogelijk te reduceren. “Je praat over arbeidsintensieve bedrijven. Bezuinigingen hebben dus voornamelijk betrekking op arbeidskosten.” Maar wat volgens hem ook meespeelt, is de onmacht van veel leidinggevenden om een goede personeelsplanning te maken. “Werkgevers willen steeds meer flexibilisering. In de praktijk blijkt echter vaak dat ze er nog helemaal niet mee om kunnen gaan.”

Met de nieuwe winkelsluitingswet in het achterhoofd hebben de werkgevers in het grootwinkelbedrijf het onderwerp van de toeslagen dit jaar weer op de agenda gezet. Hun oorspronkelijke wens om alle toeslagen voor het werken in de avonduren en de weekeinden af te schaffen of sterk te reduceren, hebben de werkgevers echter snel laten varen. Bij KBB trok men de voorstellen in het tweede gesprek al in, bij V&D hebben de werkgevers gisteren hun standpunt al aanmerkelijk gematigd. “Ik heb de hoop dat we er nu wel uitkomen. Maar duidelijk is dat het onderwerp de komende jaren steeds op de agenda zal blijven.”

Over het belangrijkste onderdeel van de onderhandelingen, de looneis, staan bonden en werkgevers nog recht tegenover elkaar. Anders dan bij de vorige CAO-ronde staan alle vakbonden deze keer op hetzelfde standpunt: er moet geld op tafel komen, en dat moet bovendien een behoorlijk bedrag zijn. De Dienstenbond FNV vraagt drie procent, de Vereniging voor Hoger Personeel (VHP) wil zelfs vier procent. Voor de werkgevers zijn deze eisen vooralsnog onbespreekbaar: KBB biedt het personeel een loonsverhoging in 1996 van ongeveer 1,5 procent, de werknemers van V&D zouden een verhoging van maximaal twee procent tegemoet kunnen zien.

Steijaert noemt ieder loonaanbod beneden de drie procent onbespreekbaar. Als de werkgevers daar niet mee akkoord gaan, zullen er volgens hem acties moeten volgen. “Deze keer gaat het echt om loon. Dat willen de mensen. De bodem is voor hen echt drie procent. Ik ga mijn achterban op dat punt niet belazeren.”

    • Marcella Breedeveld