Arjanne van der Spek

MIX. De Gele Rijder, Korenmarkt 43, Arnhem. T/m 4 febr. Wo t/m zo 12-18u. Prijzen 1700 tot 16.000 gulden.

Iets maken wat nieuw is en toch klopt: dat is het streven van de Rotterdamse beeldhouwster Arjanne van der Spek (1958). Ze wil verbeelden wat voorheen niet bestond (probeert niet iedere kunstenaar dat?) en doet dit al jaren op een manier die je als tastend kunt omschrijven. Brons, cement, gips en polyester wordt verhit, en vervolgens gekneed en gebogen tot een vorm die zich voor Van der Spek als 'in orde' voordoet. Herkenbaar zijn de beelden niet, al roepen ze wel associaties op met planten en techniek. De beeldhouwster gaat niet uit van een vooropgesteld plan, haar werken op papier zijn beslist niet als voorstudies van haar beelden te beschouwen.

Van der Spek is nu te gast in De Gele Rijder, waar ze een 'mix' toont van het werk dat ze de laatste tien jaar maakte. De tentoonstelling geeft een mooi verloop in haar ontwikkeling te zien: van de bergen keramische 'wc-ploppers' uit 1986 naar een groot pièce de résistance uit 1990, dat de ruimte in de Gele Rijder domineert. Het beeld ziet eruit als een vretend beest: twee kruiselings op elkaar balancerende buizen vormen de prooi in het hart van het beeld, hefbomen van staal de grijparmen en polyester dozen het fundament. Een agressief beeld is het, met zijn morsige klodders gips en zijn uitstekende ledematen.

In vergelijking tot deze oudere, zware, bijna nurkse beelden, is het nieuwe werk van Van der Spek lichtvoetig en letterlijk opengesprongen. Fragiele draadconstructies vormen de basis van een soort eskimohut met uitstulpingen, van een opengewerkte Mouw en Arm, en van Sweet Nothing, waarbij Van der Spek erin slaagt om staal in zoet slingerende dropveters te veranderen. Onder deze recente beelden, allemaal in 1995 gemaakt, is er geen een waarvan je denkt dat ze een element ontberen of een component gips of staal te veel hebben. Ze zijn perfect in evenwicht en staan en liggen alsof ze er nooit niet zijn geweest.