Weddenschap

Theo Richel schreef (W&O, 28 dec.) een aardig artikel over de vraag of weddenschappen de wetenschap vooruit kunnen brengen. Wedden op het resultaat van nog te verrichten wetenschappelijk onderzoek zou het systeem van peer review kunnen aanvullen, maar wordt enerzijds vooralsnog belemmerd door verbodsbepalingen en anderzijds - en nog in belangrijker mate volgens Richel - door lafheid van gevestigde wetenschappers.

Uit het voorbeeld dat hij noemt blijkt helaas dat hij zijn klassieken in dit opzicht niet voldoende kent: Knipschild daagde in The Lancet de Vereniging tegen de Kwakzalverij uit tot een weddenschap met acupuncturisten over de vraag of hun behandelwijze chronische pijn zou kunnen verminderen. De verliezer zou het onderzoek moeten betalen, maar Knipschild hoorde natuurlijk niets meer van die lafbekken. In werkelijkheid hebben wij enkele weken later in The Lancet (12 juni 1993, p. 1533-1534) onze reactie gegeven. Wij verweten Knipschild daarin vooral dat hij onvoldoende in staat is absurde claims te onderscheiden van serieuze wetenschappelijke hypothesen. Vaak is gerandomiseerd onderzoek volledig overbodig of zelfs onzinnig en wij gaven daarvan voorbeelden. Wij toonden ons daarin geen 'very conventional doctors', zoals Knipschild beweerde, maar toonden een 'open mind', die echter niet zo ver open stond, dat 'our brains fell out'!

Ten slotte, toen het op wedden aankwam, deden wij een tegenvoorstel: Knipschild en een vertegenwoordiger van de Vereniging tegen de Kwakzalverij zouden onder supervisie van een anatoom een lichaam ontleden in de snijzaal. Als er onder de huid vet, bloedvaten, zenuwen en spieren zouden worden aangetroffen, dan zouden wij winnen. Indien daarentegen acupunctuurpunten en holle kanalen ('meridianen') zouden worden gevonden, dan zouden wij de opzet van een goed onderzoek met Knipschild willen bespreken in een goed restaurant, waarbij de rekening volledig door ons zou worden vergoed. De lezer raadt het al: van Knipschild hebben wij nooit meer iets gehoord.