Wat gaat over niets, leidt tot niets

Voorstelling: Neandertaal, door Kommil Foo (Raf en Mich Walschaerts). Gezien: 14/1 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 18/5.

Mich Walschaerts doet aan Kuifje denken en aan Cowboy Henk: een toefje haar op zijn hoofd en kaal aan de zijkanten. Hij beweegt zich ook als een stripfiguur, met een hoekige motoriek, en hij speelt verzinsels met een raar soort logica uit de Kamagurka-school: een man die vroeger orang-oetang is geweest, een ridder met last van roest, en een jongetje dat aan God de evolutieleer tracht uit te leggen. Zijn minder komiek uitgevoerde broer Raf speelt daarbij piano en gitaar, zingt een lied over een prinsesje dat zo graag hoer wilde worden, en brengt een ode aan Elvis Presley (“leer me pillen vreten, net als jij”) ten gehore.

Samen vormen ze het Vlaamse duo Kommil Foo, dat met een vorig programma in 1994 de door een jong publiek toegekende CJP-Podiumprijs won en dus ook in Nederland succes oogst. Ook de nieuwe voorstelling, Neandertaal, dient zich aan als een combinatie van zotternijen en bluesy nummers die vaak op dwaze wijze ontsporen. Het gaat bijna allemaal nergens over, met als gevolg dat sommige scènes - zoals een veelbelovend bedenksel over de vriendschap tussen Elvis en ruimtevaarder Neil Armstrong - nergens toe leiden. Maar meestal is er net op tijd een verrassend effect of een onvoorspelbare wending die het optreden van de gebroeders Walschaerts bezienswaardig maakt.

Mijn favoriete scènes zijn de twee, waarin het broertje van elf zijn broertje van zeven tracht te imponeren met enge verhalen over wat er met je gebeurt in de bioscoop en hoe seks in zijn werk gaat. Daarna doet hij een kunstje met een sigaret. En dan weet het kleine broertje hem af te bluffen, met een zo onschuldig gezicht dat de lach uit de zaal vooral een lach van vertedering is.

    • Henk van Gelder