Uitspraak van handelspanel; WTO: eis VS 'schone' benzine discriminerend

WASHINGTON, 18 JAN. De Wereldhandelsorganisatie WTO vindt de milieunormen van de Verenigde Staten voor 'schone' benzine discriminerend voor buitenlandse olieproducenten. Dit heeft de WTO gisteren bepaald in een procedure van Venezuela en Brazilië tegen de VS.

De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Mickey Kantor toonde zich gisteren “teleurgesteld” over de uitspraak van de WTO, maar wist nog niet of zijn land in beroep gaat tegen de beslissing. Venezuela, een van de grootste olie-exporteurs naar de VS, reageerde verheugd. “We zijn erg blij met de beslissing en met het feit dat de WTO-mechanismen goed blijken te werken”, zei minister Werner Corrales (ontwikkeling en buitenlandse handel).

De benzinekwestie geldt als een belangrijke proefprocedure voor de WTO, die op 1 januari 1995 aantrad als de daadkrachtige opvolger van de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). De WTO heeft meer bevoegdheden dan de GATT om handelsbelemmeringen uit de weg te ruimen en moet zich bewijzen als scheidsrechter bij handelsconflicten. De uitspraak over de benzinenormen in de VS is pas de tweede sinds de oprichting, en de eerste waarover het volledige handelspanel van de WTO zich heeft heeft gebogen.

De 'schone' benzine-zaak is ook de eerste waarbij de WTO zich heeft uitgesproken over de vraag in hoeverre milieu-eisen de stroom van goederen en diensten mogen beperken. Venezuela en Brazilië hadden een procedure aangespannen tegen de normen van de Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA) voor de zogeheten 'schone' RFG-benzine. RFG veroorzaakt minder schadelijke uitstoot en is om die reden vereist in het door smog geteisterde noordoosten van de VS volgens de zogeheten 'Clean Air Act'.

De EPA staat binnenlandse Amerikaanse raffinaderijen toe de nieuwe norm geleidelijk te bereiken via een schema waarin de benzine-samenstelling in 1990 van elk bedrijf afzonderlijk het startpunt is. Maar buitenlandse aanbieders moeten de gemiddelde samenstelling van alle Amerikaanse benzine in 1990 als startpunt nemen en niet het eigen produkt. De EPA noemt dat de enige methode om de milieunormen te kunnen handhaven en zegt dat het onmogelijk is om betrouwbare gegevens te krijgen over buitenlandse benzine. De Amerikaanse olie-industrie zegt dat het gelijkstellen van de regels voor buitenlandse en binnenlandse aanbieders leidt tot zo'n kwaliteitsverlies dat de RFG-norm nooit wordt gehaald.

Venezuela, dat goed is voor de aanvoer van 20 procent in het noordoosten van de VS en 12.500 CitGo-pompen beheert, vindt dit verschil in regelgeving een vorm van protectionisme van de Amerikaanse olie-industrie en discriminerend voor buitenlandse aanbieders. Met de uitspraak lijkt de WTO deze stelling te onderschrijven, maar de argumentatie wordt pas eind januari bekend tegelijk met de officiële uitspraak.

De VS kunnen in beroep gaan als de uitspraak op 29 januari is verspreid onder alle leden van de WTO. Zo niet, dan moeten de VS de omstreden regelgeving binnen 60 dagen schrappen. (Reuter, AP)