Uitleg Sorgdrager over vertrek PG overtuigt Kamer

DEN HAAG, 18 JAN. Minister Sorgdrager (justitie) heeft de Tweede Kamer in oktober voldoende geïnformeerd over het ontslag van de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck. Een ruime meerderheid van de Kamer nam gisteren genoegen met haar toelichting.

De regeringsfracties PvdA, VVD en D66 vonden dat Sorgdrager in het vorige debat over het ontslag, in oktober, “iets vollediger” had kunnen zijn, zoals de VVD'er Korthals het uitdrukte. De CDA-fractie, die andermaal felle kritiek uitte op de minister, kreeg geen steun in de Kamer. Een motie van afkeuring bleef, achterwege. Van der Heijden (CDA) zei dat die in het vorige debat al was ingediend. “Wij doen dat niet twee keer in dezelfde zaak.” Na aandringen van de RPF-fractie erkende Van der Heijden dat hij er na Sorgdragers verweer ook geen aanleiding meer voor zag.

Sorgdrager was ter verantwoording geroepen omdat volgens perspublikaties niet het disfunctioneren van Van Randwijck in het ressort Amsterdam de reden tot zijn ontslag was geweest, maar het feit dat de minister het vijfkoppige college van procureurs-generaal wilde verkleinen bij de reorganisatie van het openbaar ministerie.

Sorgdrager ontkende dat de reorganisatie de ware reden voor het ontslag was geweest. Wel is Van Randwijck in april vorig jaar gevraagd vrijwillig op te stappen, mede in verband met de reorganisatie. In werkelijkheid ging het om een gezagscrisis rondom Van Randwijck, waardoor in het ressort Amsterdam een onwerkbare situatie” was ontstaan. De minister zei gisteren dat Justitie de “koninklijke weg” had willen bewandelen door de reorganisatie bij Van Randwijck als aanknopingspunt voor zijn vertrek te presenteren. Sorgdrager meende dat Van Randwijck zich door de spanningen in het ressort “zó ongelukkig” zou voelen dat hij “de handreiking” dankbaar zou aangrijpen, maar hij weigerde op te stappen. Zelfs medio oktober, zo bleek tijdens zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, wist hij nog “niets” van spanningen binnen het ressort. Hij vertrok in oktober met een gouden handdruk van een half miljoen gulden.

Pagina 2: 'Het debat in oktober kon geordender'

Dat Sorgdrager niet al in oktober het hele verhaal had verteld weet zij aan het “verwarrende” verloop van dat debat. “Als ik dat nu nalees, zeg ik dat het van mijn kant, en misschien ook wel van de kant van de Kamer, wat geordender had kunnen verlopen.” De minister stond in dat debat op het punt af te treden. PvdA-woordvoerder Kalsbeek zei dat zij de informatie die de minister gisteren gaf, “graag eerder had willen weten”, maar er was volgens haar “niet bewust essentiële informatie achtergehouden”.

CDA-Kamerlid Van der Heijden bleef van mening dat de Kamer in oktober wel onvolledig was geïnformeerd. Hij haalde zich de woede van de Kamer op de hals door te citeren uit de vertrouwelijke briefwisseling tussen de advocaat van Van Randwijck en het ministerie. Daaruit bleek volgens de CDA'er dat de reorganisatie wel degelijk de reden tot het ontslag was geweest. Ondanks herhaalde verzoeken van de andere fracties weigerde Van der Heijden de brieven openbaar te maken. Dittrich (D66) noemde die handelwijze “laf” en beschuldigde de CDA-fractie van “holle retoriek”. Van der Heijden vond niet dat hij de brieven beschikbaar kon stellen. Hij had geen toestemming van de bronnen die ze aan hem hadden overhandigd.