Seks, chantage en fraude houden judobond bezig

UTRECHT, 18 JAN. Seks, chantage en fraude. Van de ingrediënten die gisteren voor de rechtbank in Utrecht tijdens het kort geding dat Jan Post, de geschorste directeur van de Judobond Nederland (JBN), tegen zijn werkgever aanspande, naar voren kwamen kan een soap worden geschreven. De hoofdrolspelers waren op één na (voorzitter Frans Hoogendijk) aanwezig. Deze liet zich vertegenwoordigen door woordvoerder Gert Meijer, vice-voorzitter.

Om de feitelijk vraag of Post terug kan keren in zijn functie, draaide het geen moment. Dat hij nog aan de slag kan bij de bond is uitgesloten. Post liep al anderhalf jaar met een geheim rond dat hij nu in de openbaarheid wilde brengen. Volgens hem declareerde Hoogendijk dubbel en veranderde hij rekeningen van bezoekjes aan seksclubs in dinerbonnen. Bovendien verdween belastend materiaal, dat Post bij een eerder onderzoek had opgespoord, uit de archieven.

Mr. H. Hofhuis, president van de rechtbank, deed de suggestie een extern accountantsbureau in te schakelen. Hoewel mr. J.P. Snoek, raadsman van de JBN, aanvankelijk tegenstribbelde ging ook hij akkoord. Tot het rapport van het accountantsbureau op tafel ligt, zal de zaak worden aangehouden. Uiterlijk 1 februari zal Hofhuis het vonnis uitspreken.

Post opende gisteren de beerput. Snoek had niet anders verwacht. “Post had al gedreigd, indien hij zou worden ontslagen, de deksel van de beerput te lichten. Ik noem dat chantage.” In het begin van 1994 kreeg Post bewijzen in handen van vermeende fraude gepleegd door Hoogendijk. De voorzitter had declaraties op het kopieerapparaat laten liggen. Post kopieerde ze en gaf de originelen terug. Pas toen de geruchten over vermeende fraude steeds sterker werden, kwam Post met bewijzen. “Ik kon er niets mee, omdat ik vermoedde dat de boodschap niet bij het bestuur zou doordringen.”

In plaats van steun kreeg de directeur het verwijt dat hij zou hebben geknoeid met de declaraties. Niet de voorzitter, maar hij zou hebben gefraudeerd. “Het lijkt erop alsof het bestuur de zaak in de doofpot wilde stoppen”, aldus mr. Brantjes. “Door de schorsing kwam er immers ook een abrupt einde aan het onderzoek naar de vermeende fraude.”

Volgens Snoek mag Hoogendijk naar eigen goeddunken bepalen wat hij verstaat onder representatiekosten (21.000 gulden per jaar). Post is volgens hem net zo schuldig, want ook hij liet zich fêteren in een seksclub. Het argument dat hij het pleziertje uit eigen zak betaalde, verwierp Snoek. “Dat gelooft toch zeker niemand.” (ANP)