Saddam preekt verzoening

BAGDAD/ NEW YORK, 18 JAN. De Iraakse president, Saddam Hussein, heeft gisteren ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van het begin van de Golfoorlog opgeroepen tot een verzoening met de Arabische landen die indertijd deel uitmaakten van de anti-Iraakse coalitie.

Saddam sprak in een door radio en televisie uitgezonden toespraak tot de natie van tolerantie jegens de Arabische landen; tegelijkertijd onthield hij zich voor de tweede keer binnen een maand van kritiek op de Verenigde Staten, ook al was eerder op de dag een anti-Amerikaanse demonstratie georganiseerd. Een ander teken van verzoenlijkheid was dat hij in een pak was gekleed, en niet in zijn gebruikelijke uniform.

Maar de Iraakse president zweeg over de kwestie van de verkoop van een beperkte hoeveelheid olie om onder andere levensmiddelen en medicijnen voor zijn bevolking te kunnen aanschaffen. Saddam repte gisteren zelfs niet van het handelsembargo dat de Veiligheidsraad van de VN in augustus 1990 tegen Irak afkondigde na de bezetting van Koeweit.

Op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York en op de oliemarkt werd gisteren druk gespeculeerd dat Bagdad zich eindelijk opmaakte om in te stemmen met de begeleidende voorwaarden, na aan de Iraakse ambassadeur Nizar Hamdoon toegeschreven uitspraken in die richting. Tot dusverre zijn die altijd als inbreuk op de Iraakse soevereiniteit afgewezen.

Het Iraakse persbureau INA sprak gisteren de aan Hamdoon toegeschreven uitlatingen tegen. Vervolgens werd een brief van vice-premier Tareq Aziz aan de secretaris-generaal van de VN gepubliceerd, waarin deze zich bereid toonde tot een dialoog over de desbetreffende resolutie, 986 ('olie voor voedsel'), mits er geen voorwaarden vooraf werden gesteld.

Op de VN wist men gisteren niet goed raad met de Iraakse houding: of het land zich nu opmaakte het oorspronkelijk uit 1991 stammende aanbod te accepteren, danwel een nieuwe poging waagde de voorwaarden gewijzigd te krijgen. Sinds 1991 zijn al diverse malen onderhandelingen gevoerd over deze kwestie, waarbij Irak het echter altijd op de VN-voorwaarden liet afketsen. De Britse voorzitter van de Veiligheidsraad onderstreepte gisteren in elk geval dat er geen sprake kan zijn van wijziging van de resolutie. “Resolutie 986 zegt wat zij zegt, en wij zijn niet geneigd daarover onderhandelingen te beginnen.” (AFP, Reuter)