Rouw en verdriet

Doodnormaal, verdriet en rouw bij leerlingen. Riet Fiddelaers-Jaspers. Uitgever: Educatieve Partners Houten, Houten, 1996. Prijs ƒ 31,-. ISBN 904020 03 34

Toen ze zelf in de tweede van de HBS zat ging er een schoolvriendje dood. 'Hij is gewoon uit ons leven verdwenen', herinnert Ineke Dekker zich. 'Ik hoorde via via dat hij er niet meer was. Het was een volstrekt taboe, heel mysterieus.'

Op de interconfessionele scholengemeenschap Arcus in Lelystad, waar Ineke Dekker docent scheikunde is en coördinator begeleiding van de bovenbouwklassen van HAVO en VWO, pakken ze het tegenwoordig heel anders aan. De dood wordt niet meer buiten de schoolpoort gehouden. Dat laatste mag zelfs heel letterlijk worden opgevat, want toen een paar maanden geleden een geliefde docent overleed is hij vanuit school begraven. Op de dag van de uitvaart stond zijn kist in de aula opgesteld en na de rouwbijeenkomst ging men gezamenlijk naar de begraafplaats. Familie, vrienden en schoolbevolking mengden zich op natuurlijke wijze en dat was de uitdrukkelijke wens van de overleden docent geweest.

Ineke Dekker was flink aangeslagen door de dood en de begrafenis van haar collega. Toch moest ze direct daarop met een groep leerlingen op excursie naar Praag. Er heerste een bedrukte stemming in de bus en de leerlingen waren ongewoon rustig. 'Toen informeerden ze voorzichtig of ze alweer grapjes mochten maken', vertelt Dekker met iets vertederds in haar stem. 'Natuurlijk mochten ze dat, alleen even niet aan mijn hoofd.'

Deze week heeft staatssecretaris van onderwijs Tineke Netelenbos op een druk bezocht congres over de omgang met dood en rouw op school het boek 'Doodnormaal, verdriet en rouw bij leerlingen' in ontvangst genomen. Ruim duizend vertegenwoordigers uit het basis, voortgezet en beroepsonderwijs waren op deze bijeenkomst afgekomen. Dat bevestigt volgens de schrijfster van het boek, Riet Fiddelaers-Jaspers, dat er binnen het onderwijs grote behoefte bestaat aan ondersteuning en praktische informatie bij rouw en verdriet. De dood valt weer binnen het blikveld van de school en er wordt gezocht naar rituelen om het verdriet vorm te geven en met anderen te delen.

Zeker tien tot twintig keer per jaar krijgen ze op de vijftienhonderd leerlingen tellende scholengemeenschap Arcus te maken met het overlijden van ouders, broertjes of zusjes van leerlingen. Ongeveer acht jaar geleden maakte een leerling een eind aan zijn leven.

'Suïcide is een apart verhaal', zegt M. Voermans, lid van de centrale directie van Arcus. 'Want dan speelt altijd de schuldvraag: hadden wij dit kunnen voorkomen?' Hoe moeilijk en pijnlijk het ook is, Voermans vindt dat je in een geval van suïcide net zo goed openheid van zaken moet geven. 'Je kunt het niet wegstoppen, die openheid propageren we ook in andere zaken. Dat is het beleid van deze school.'

In alle situaties waarin een leerling een direct familielid verliest ziet de school het als haar taak om actieve ondersteuning te bieden. Een speciale rol is op zo'n moment weggelegd voor de mentor. 'Er zijn kinderen die de volgende dag weer op school zijn en nergens over willen praten', weet Voermans. 'Dat respecteren wij. Maar we houden die leerling wel extra goed in de gaten.'

Acht maanden geleden kwam de vader van Ingrid (16, 4 HAVO) om het leven bij een ongeluk. De volgende middag al kwam Ineke Dekker, haar mentor, bij haar op bezoek. 'Ik vond dat heel erg prettig', herinnert Ingrid zich, 'want de school is heel belangrijk in je leven, het is je tweede huis.' Ze hebben de hele middag zitten praten over wat er gebeurd was, hoe ze het aan de klas zouden vertellen en wie er naar de begrafenis zou komen. Drie dagen na de dood van haar vader kwam Ingrid naar school. Ze werd opgevangen door haar mentor en haar beste vriendin die haar ook steunden tijdens het gesprek met de klas. Bijna een heel lesuur is Ingrid aan het woord geweest. De kinderen waren stil en verslagen.

'Ze reageerden zo aardig', zegt Ingrid, 'juist ook mensen van wie je het helemaal niet verwacht had.' De dagen erna kreeg ze kaartjes en brieven van haar klasgenoten, sommigen belden haar op. De hele klas was op de begrafenis aanwezig. Toen ze na de begrafenis thuis kwam en overvallen werd door een immens gevoel van leegte werd er namens de klas een grote bos bloemen bezorgd.

'Dat verbrak even de stilte', zegt Ingrid dankbaar. Toen de vader van Maurits (14, 3 HAVO) twee jaar geleden vrij plotseling overleed zat hij nog maar pas in de brugklas. 'Hij overleed op een woensdag', weet Maurits nog precies, 'en op vrijdag ging ik weer naar school. Ik moest even weg van thuis.'

Toen hij die vrijdag op school kwam aanfietsen, stond een groep klasgenootjes hem op te wachten. Dat gaf hem wel een prettig gevoel van medeleven. Maar veel is er daarna niet meer over gepraat op school. 'Ja, af en toe met de conciërge', herinnert Maurits zich opeens, 'want ik kwam nogal eens te laat.'

Omdat hij nu in een ander gebouw zit weet eigenlijk niemand, ook de leraren niet, dat zijn vader overleden is, constateert Maurits droogjes. 'Dat merk je aan de opmerkingen die ze soms maken. Als ze het zouden weten, zouden ze zoiets niet zeggen.'

Hij is niet zo'n prater, maar dit zou hij toch wel anders willen. Begeleidster Ineke Dekker schrikt er een beetje van en ze maakt meteen een afspraak met Maurits om hierover te praten. Ook Ingrid komt nog regelmatig bij haar langs als ze verdrietig of boos is over de dood van haar vader. Ze zijn allebei een stuk volwassener geworden door wat ze hebben meegemaakt.

'Dan hebben ze het in de klas over die typische jeugdprobleempjes', vertelt Ingrid, 'moet je daar nou om huilen, denk ik bij mezelf. Waar maak je je druk om?' Ze gaat rechtop zitten en na een korte stilte: 'Maar dat laat ik dan niet merken, hoor.'