Onderwatergeluid verstoort leven van zeehond en garnaal

HARLINGEN, 18 JAN. Het gedrag van zeehond, bruinvis en garnaal wordt in de Waddenzee onder water verstoord door geluiden van boten en door knallen, opgewekt bij het opsporen van gasvelden. Dit concluderen twee biologen in een onderzoek in opdracht van de Waddenvereniging naar de effecten van onderwatergeluiden op het gedrag en het functioneren van organismen in de Waddenzee.

Naar het effect van geluid op de onderlinge communicatie tussen zeezoogdieren is veel onderzoek verricht in het arctische gebied en langs de Noordamerikaanse kust. Daaruit blijkt dat het gedrag van en de communicatie tussen zeezoogdieren door het afgeven van akoestische signalen, zoals bij zeehonden en dolfijnen geschiedt, wordt verstoord door het geluid van grote containerschepen, vissersboten en snelle veerboten. Ook biologische sonarsignalen, nodig voor het zoeken en vinden van voedsel, worden erdoor beïnvloed. Bovendien kan er gehoorbeschadiging optreden.

Nog meer invloed dan de geluiden van de scheepvaart hebben 'airguns', trillingen die worden opgewekt met behulp van samengeperste lucht om gasvelden op te sporen. Zij produceren een geluid dat zo sterk is dat het ook door de rest van de Waddenzee wordt verspreid. De onderzoekers stellen dat verstoring en gehoorbeschadiging door deze “knallen” bij mariene organismen in de Waddenzee “sneller en sterker” zullen optreden.

Scheepsgeluiden, zoals motortrillingen, schroefgeruis en wervelingen bij de koelwaterinlaat, verstoren ook schoolvormende vissen zoals de sprot, de haring en de horsmakreel. De vissen ontwijken drukke scheepvaartroutes, hetgeen kan wijzen op stress. In het ergste geval wordt het gehoor van de vissen beschadigd, waardoor doofheid kan ontstaan.

Verder kan het scheepslawaai het samenscholen van kabeljauwachtigen in de paartijd, dat gebeurt met behulp van laagfrequente geluiden, verstoren. De kwaliteit van larven en eitjes kan worden aangetast door extreme 'geluidsstress' die de ouderparen ondergaan, aldus het onderzoeksrapport. De onderzoekers vinden het aannemelijk dat de zware scheepvaart en het gebruik van 'airguns' direct invloed uitoefenen op de aanwas van jonge vis.

Het lawaai zal in de toekomst alleen maar toenemen, aldus de Waddenvereniging. Vaarsnelheden in vaargeulen worden vrijgegeven voor snelle motorboten, de scheepvaart wordt intensiever en de winning van aardgas brengt extra aan- en afvoer van materiaal via schepen met zich mee, aldus Liesbeth Meijer van de Waddenvereniging. “We zijn met name ongerust over het onderwatergeluid dat hierdoor geproduceerd wordt, omdat het Waddengebied een stiltegebied is.” Ze vindt dat er meer aandacht moet komen voor de effecten van onderwatergeluiden op vissen en zoogdieren. In het beleid voor de Waddenzee is dit aspect onderbelicht. Onderwatergeluiden moeten meegewogen worden bij de milieu-effectrapportages die worden opgesteld voordat nieuwe activiteiten binnen het Waddengebied worden toegestaan. “Bij de ontwikkeling van nieuwe scheepstypen moet rekening worden gehouden met de geluidsproduktie onder water”, stelt Meijer. De Waddenvereniging zal binnenkort overleg voeren met Rijkswaterstaat, rederijen en scheepsbouwers om aandacht te vragen voor het effect van geluiden onder water op vissen en zoogdieren.

    • Karin de Mik