Nodig: een vaste hand en veel geduld

Op de diverse Grafische Lycea in het land wordt contractonderwijs boekbinden gegeven. Verdere - vrijblijvende - inlichtingen over cursussen overal in het land geeft de Stichting Boekbehoud (met als doelstelling o.a. een platform bieden aan beginnende en gevorderde boekbinders). Inl bij secretaris Ed Elzenga, Aragon 20, 3831 EV Leusden, tel 033-4952191.

Tot haar 52ste stond Pauline van Loenen Martinet uit Amsterdam voor de klas als lerares scheikunde. In de ongeveer twintig jaar daarna heeft ze oude en dierbare boeken van ongeveer al haar kennissen, familie en vrienden schoongemaakt en opnieuw ingebonden. “Handboekbinden leer je al doende”, zegt ze. “Ik had gevoel voor chemische zaken en dat helpt enorm. Je moet weten hoe je vlekken van de verschillende papiersoorten kunt verwijderen en welke lijmsoorten niet oplossen.” Om het vak te leren volgde ze drie à vier jaar een keer in de week een avondcursus op de grafische school, waar ze onder andere les had van J.G. Mol en een gedegen materiaalkennis opdeed. “Je kunt veel thuis doen, wat je dan weer mee naar school neemt. Daar zijn ze zeer goed geoutilleerd.”

Thuis heeft ze nu een pers staan, en een goede stevige bordschaar. Ze werkt met leer en ook veel met linnen, in alle mogelijke kleuren, die de boekbezitter zelf mag uitkiezen. Rug en/of plat beletteren met goud doet ze niet, meestal snijdt ze de oude kaft los en plakt die op. Voor het afsnijwerk kijkt ze een drukkerij in de buurt lief aan.

Nu haar kennissenkring voorzien is, helpt ze de Kinderbibliotheek in Winssum (Gr.) vaak uit de brand. Maar ook vreemden, jong en oud, weten de weg - met hun oude pockets (“die zijn soms erg slecht geplakt”), hun poëzie-albums of met hun tekeningen waarvan ze een boek of een portefeuille willen laten maken. Van Loenen Martinet werkt tegen kostprijs (“Zes vellen karton kosten al ƒ 72,-”) en met groot plezier. Met één boekje is ze al gauw twee uur bezig. Voor mensen die er geld mee willen verdienen, is het ambacht dan ook niet erg geschikt, meent ze.

Daar is leraar Mol (72) het helemaal mee eens. Handboekbinden, en dan speciaal Frans en Engels binden, was en is zijn ambacht en zijn passie. Na zijn 65ste bleef hij een avond per week doceren op de cursussen van het Grafisch Lyceum, zoals de Grafische School tegenwoordig heet. Daar wordt naast andere grafische vakken contractonderwijs gegeven in de diverse soorten en graden van het (hand)boekbinden. Op de cursus standaardboekbinden bijvoorbeeld wordt de cursist ingewijd in kartonnagetechnieken en beschermingsmiddelen, leert wat 'de bandzetter' is, rond en vierkant. (Als bandzetter binden, wil zeggen dat boekblok en boekband afzonderlijk worden vervaardigd). Of leert omgaan met de verguldpers, en rug en plat bedrukken. Bij het vak particulier handboekbinden komen er enkele aspecten bij: kennis van het bekledingsmateriaal, van leer en perkament. Ook wordt het 'Kapitaal besteken' onderwezen, het maken van het kleine bandje aan boven en onderkant van de rug en hoe versieringen kunnen worden aangebracht. Nog een stap verder gaat het leren van de Franse en Engelse bindwijze, waarvan Mol de prachtigste voorbeelden heeft. Hij laat mij banden zien die een kunstwerk op zich vormen; met mooie sobere versieringen op rug en plat, terwijl hij op de goudsnede een zeer fijn patroon heeft aangebracht.

Ten slotte biedt het Lyceum nog cursussen boekrestauratie en papierconservering. Om het allemaal goed te leren en te doen is eindeloos veel geduld nodig, en een vaste hand. De cursussen nemen bij elkaar een paar jaar in beslag en goedkoop zijn ze ook niet. Particulier handboekbinden kost (exclusief examengeld) ƒ 2075.- voor 32 avonden van elk drie uur.

Mol begon in de oorlog “als onderduiker” bij boekbinderij Paardekoper in Amsterdam. Hij was zo goed in het ambacht dat hem gevraagd werd bijzondere oude boeken van de groten der aarden te herstellen. “Ik heb boeken van koninging Juliana oponieuw gebonden, en van professor Tinbergen en president Coty van Frankrijk. En voor paus Johannes Paulus heb ik een kinderbijbel in wit leer gemaakt.” Met de oude technieken maakte Mol de boeken weer even fraai of misschien wel fraaier.

Mols vele leerlingen werken in musea of archieven, of voor zichzelf. “Het is een echt huisambacht”, zegt hij. “Ik had leerlingen met een universitaire opleiding, dokters, huisvrouwen, gepensioneerden, allemaal mensen die graag met hun handen willen werken.” Allemaal mensen ook met een grote liefde voor het boek. “Dat zeker”, denkt Mol. Om er aan toe te voegen: “Maar boekbinders zijn geen lezers, daar hebben ze geen tijd voor.”