Nederland negeert verzoek opname gevangen moslims

BELGRADO, 18 JAN. Nederland is vorige maand niet ingegaan op een verzoek van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR om een groep moslims uit Zepa en Srebrenica tijdelijk toe te laten. De vluchtelingen worden sinds juli onder mensonterende omstandigheden gevangen gehouden in twee kampen in Servië.

Gisteren liet de Amerikaanse regering weten wel 214 van hen tot de Verenigde Staten te zullen toelaten. De eerste vijftig moslims zullen vandaag al in de VS aankomen. Australië zal 103 in Servië gevangen Bosnische moslims opnemen, aldus een woordvoerder van de UNHCR. Ook Zweden en Finland hebben toezeggingen gedaan. Behalve Ierland heeft geen enkel lid van de Europese Unie de gevangenen echter willen opnemen, omdat het vredesakkoord van Dayton hen voldoende bescherming zou moeten bieden. In dat akkoord is vastgelegd dat alle gevangenen in ex-Joegoslavië uiterlijk morgen moeten zijn vrijgelaten.

Woordvoerder Valk van de PvdA wil onmiddellijk uitzoeken waarom de aanvragen van UNHCR niet zijn gehonoreerd. “We hebben toch een extra betrokkenheid bij de vluchtelingen uit Srebrenica. Niet vanuit schuld, maar omdat we een tijd met ze hebben samengeleefd.”

D66-woordvoerder Hoekema betoont zich “zeer verbaasd” over de weigerachtige houding van de regering. “Het is natuurlijk onzin dat deze mensen na Dayton niet tijdelijk in Nederland in veiligheid zouden kunnen worden gebracht tot de gemoederen wat bedaren in Bosnië.” GroenLinks noemt de houding van de regering “schandelijk” en zal Kamervragen stellen. De VVD, die geen speciale verantwoordelijkheid voor de vluchtelingen accepteert, meent wel dat Nederland ten minste tien vluchtelingen tijdelijk moet opvangen.

In de Servische kampen worden bijna 800 mannen en één vrouw uit Zepa en Srebrenica gevangen gehouden. Een hulpverlener die de kampen in Mitrovo Polje en Slivovica bezocht, omschrijft de situatie daar als “gruwelijk” en “mensonterend”. De Nederlandse ambassade in Belgrado heeft in december een verzoek van de UNHCR tot toelating van een aantal gevangenen in Nederland afgewezen. De ambassade had van de marechaussee gehoord dat die hiervoor geen toestemming zou verlenen, zo blijkt uit een memo van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR van 4 januari.

De Nederlandse ambassade in Belgrado ontkende deze week nog van het bestaan van de kampen op de hoogte te zijn. “We hebben geen aanwijzing dat er mensen uit Srebrenica in Servië worden vastgehouden”, aldus ambassadesecretaris M. Lenstra. “We zijn nooit benaderd door de UNHCR. Ik weet niet waar ze het over hebben.”

Pagina 2: Gevangenen Servische kampen mishandeld

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van justitie in Den Haag erkent echter wel degelijk op de hoogte te zijn van het bestaan van de Servische kampen. Op 13 december bereikte de dienst een verzoek van de UNHCR om tien gevangenen tijdelijk op te nemen in Nederland. Nederland antwoordde op 5 januari met de wedervraag of het nog wel nodig is vluchtelingen op te nemen gezien het vredesakkoord voor Bosnië.

De UNHCR in Genève stelt dat het voor de veiligheid van de gevangenen essentieel is dat zij zo snel mogelijk voorlopige opvang krijgen in een Europees land. De Servische regering heeft UNHCR meegedeeld dat ze “niet kan instaan voor de veiligheid van de vluchtelingen”.

Nog steeds zijn de hulpverleners huiverig de stilte te doorbreken die er rond de Servische kampen bestaat. “Het gevaar is dat de Serviërs de kampen omvormen tot dodenakkers”, zegt een hulpverlener die in oktober de kampen als eerste bezocht. Hij trof mannen die maandenlang waren geslagen, gemarteld en verkracht, maar deinsde ervoor terug de pers in te lichten. “Ze waren er slecht aan toe, maar ze leefden tenminste nog.”

De autoriteiten in Belgrado wijzen elke verantwoordelijkheid voor de kampen af. Volgens hen gaat het niet om gevangenkampen maar om 'vluchtelingenopvang'. Dit wordt krachtig tegengesproken door het internationale Rode Kruis en de UNHCR. De kampen van Mitrovo Polje en Slivovica zijn wel degelijk detentiecentra, stellen zij.

De kampen in Servië werden ingericht nadat de 'veilige haven' Zepa door de Bosnische Serviërs was ingenomen. Een grote groep mannen vluchtte over de grens met Servië om aan de soldaten van de Bosnisch-Servische generaal Mladic te ontkomen. Onder deze groep bevond zich een groot aantal mannen uit Srebrenica. Na de val van de enclave waren zij naar Zepa gevlucht.

Bij de grens werden de vluchtelingen ingesloten door het Servische leger. De mannen werden al hun kleren afgenomen en de eerste mishandelingen en verkrachtingen begonnen. Aanvankelijk werd de hele groep overgebracht naar de zomerbarakken voor de pruimenplukkers van een Slivovic-fabriek bij Zlatibor - vandaar de kampnaam Slivovica. Later werd een deel getransporteerd naar het voormalige zomerkamp voor kinderen in Mitrovo Polje.

Nog steeds is de situatie van de gevangenen in beide kampen slecht. Volgens UNHCR-medewerkster Ilija Todorovic zitten er gemiddeld twintig tot dertig mannen op één kamer. Ze krijgen geen toestemming om naar buiten te gaan. De UNHCR brengt eten, maar kan niet controleren of het voedsel ook onder de gevangenen wordt uitgedeeld.

“Het leek of ik in een dodenkamp kwam”, zo beschrijft een hulpverlener zijn eerste indruk van Slivovica. Zelf mocht hij de barakken niet in, maar de eerste gevangene waarmee hij sprak moest door twee bewakers worden voortgesleept. De man was langdurig op zijn voetzolen geslagen. Een andere gevangene was met sigaretten bewerkt en aan zijn voeten opgehangen. Velen hadden gebroken ribben of kapotte nieren. “Verder waren er de verhalen over schijnexecuties en gedwongen seks.” De meeste mannen waren blootsvoets en zaten onder de luizen. In Mitrovo Polje stierf een man aan ondervoeding.

Volgens de UNHCR is de hygiënische situatie in de kampen inmiddels iets verbeterd en zouden de mishandelingen zijn gestopt. Het grootste deel van de gevangenen wil terug naar Bosnië, maar volgens de UNHCR zijn er aanwijzingen dat de Bosnische regering de mannen wil vervolgen voor desertie uit het Bosnische leger. De UNHCR wenst waterdichte garanties in de vorm van een algehele amnestie.

    • Marjon van Royen